← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070108.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070108.2 Rolnummer: S.05.0119.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-08 Raadplegingen: 193 - laatst gezien 2026-07-03 07:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Artikel 5, eerste lid, van de Arbeidsinspectiewet heeft betrekking op de mogelijkheid geboden aan de sociale inspecteurs van de inspectiediensten, namelijk wanneer zij zulks nuttig achten, om inlichtingen die zij hebben ingewonnen bij hun eigen onderzoek, uitgevoerd ambtshalve of op verzoek van de gerechtelijke overheid, aan welbepaalde derden mede te delen; artikel 6, § 1, van diezelfde wet heeft daarentegen betrekking op de verplichting in hoofde van bepaalde derden om aan de sociale inspecteurs, op hun verzoek, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die zij nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij belast zijn. Thesaurus CAS: ARBEID - ALLERLEI Vrije woorden: Inspectiedienst - Onderzoek - Bevoegdheden Wettelijke bepalingen: Wet - 16-11-1972 - Artt. 5, eerste lid, en 6, § 1 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Arbeid - Inspectiedienst - Bevoegdheden Wettelijke bepalingen: Wet - 16-11-1972 - Artt. 5, eerste lid, en 6, § 1 Fiches 3 - 4 De inlichtingen afkomstig van de sociale inspectie die deze laatste ingewonnen heeft in het kader van de opdracht die zij ontving van de arbeidsauditeur, vallen onder de toepassing van artikel 5 van de Arbeidsinspectiewet. Thesaurus CAS: ARBEID - ALLERLEI Vrije woorden: Inspectiedienst - Onderzoek - Bevoegdheden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet - 16-11-1972 - Art. 5 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN Vrije woorden: Arbeid - Inspectiedienst - Bevoegdheden - Draagwijdte Wettelijke bepalingen: Wet - 16-11-1972 - Art. 5 Tekst van de beslissing Nr. S.05.0119.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Brussel, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Dalstraat 67, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen D. K. L., verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 9 september 2004 gewezen door het Arbeidshof te Brussel. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in een verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 1,,§1, 5, 9 en 22 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (RSZ-Wet); - de artikelen 5 en 6 van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie (Arbeidsinspectiewet); - de artikelen 138, 152, 153 en 155 van het Gerechtelijk Wetboek, vóór de wijziging van al deze bepalingen bij wet van 22 december 1998; - de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek; Aangevochten beslissing Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van de eiser ongegrond en bevestigt het vonnis a quo dat de vorderingen van de eiser afwees als ongegrond in zoverre zij gesteund waren op inlichtingen die op onwettige wijze, in strijd met artikel 6 van de Arbeidsinspectiewet van 16 november 1972, door de eiser waren verkregen. De volgende overwegingen schraagden deze beslissing: "Wat de informatieverstrekkingen door andere diensten aan de sociale inspectiediensten betreft moet dus een onderscheid worden gemaakt naargelang deze informatie waarover de inspectiedienst beschikt werd ingewonnen naar aanleiding van een gerechtelijke opdracht dan wel daarbuiten (G. Van Limberghen, Sociaal Strafrecht, Maklu, 1998, p. 177). In artikel 6, ,§1, derde lid, van de Arbeidsinspectiewet wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen strafen burgerlijke procedures. De verwijzing naar artikel 5 van de Arbeidsinspectiewet door (de eiser) is terzake niet dienend gezien dit artikel betrekking heeft op inlichtingen die worden verstrekt door sociale inspectiediensten aan andere diensten en niet zoals in casu op inlichtingen gegeven door andere diensten (plicht voorgeschreven door de arbeidsauditeur) aan de sociale inspectiediensten. In het arrest van 8 juli 1999 van het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge, A.R. 97/230, waarnaar (de eiser) verwijst blijkt dat het onderzoek gestart is als een administratief onderzoek op gezamenlijk initiatief van sociale inspecteurs van de sociale inspectie van het Ministerie van Sociale Voorzorg en van de eigen inspectiedienst van (de eiser) en dat door een sociale inspecteur van de sociale inspectie de tussenkomst van het ambt van de arbeidsauditeur werd gevraagd om de inbeslagname van stukken mogelijk te maken, dat met een kantschrift de arbeidsauditeur de sociale inspectie verzocht om het onderzoek verder te zetten met bijstand van de gerechtelijke politie en dat met toestemming van de arbeidsauditeur de inspecteur van de sociale inspectie de in beslaggenomen stukken heeft ingezien en ambtshalve een verzoek het regularisatie heeft opgesteld. In casu werd met kantschrift van 30 juni 1995 van de Arbeidsauditeur te Brussel aan de sociale inspectie bij het Ministerie van Sociale Voorzorg gevraagd een onderzoek in te stellen betreffende de inbreuken die tot zijn bevoegdheid behoren, eventueel een proces-verbaal op te stellen en indien mogelijk de zaak te regulariseren. Zich steunend op het proces-verbaal nr. 100.535 van 16 mei 1995 opgesteld door de rijkswacht van Zemst lastens (de verweerder) worden voormelde regularisaties doorgevoerd voor de kwartalen 3 - 4 van 1994 en 1 - 2 van 1995 en het regularisatie-document F33 aan (de eiser) overgemaakt zonder eventueel uitdrukkelijke toelating van de auditeur-generaal (of bij delegatie de arbeidsauditeur), zodat met deze informatie die op onwettige wijze werd verkregen geen rekening kan worden gehouden en de dagvaardingen nietig zijn. Trouwens in artikel 6, ,§1, eerste lid, van de Arbeidsinspectiewet is er sprake van het verstrekken van inlichtingen aan de sociale inspecteurs 'op hun verzoek' (buiten een gerechtelijke procedure en zonder toelating) en in casu heeft de sociale inspecteur geen enkele vraag gericht aan de arbeidsauditeur". Grieven "Wanneer zij zulks nodig achten, delen de sociale inspecteurs van een inspectiedienst de inlichtingen die zij bij hun onderzoek hebben ingewonnen mee, aan de openbare en aan de meewerkende instellingen van sociale zekerheid, aan de sociale inspecteurs van de andere inspectiediensten, alsook aan alle ambtenaren belast met het toezicht op andere wetgevingen, in zoverre die inlichtingen deze laatsten kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn; Er bestaat een verplichting om deze inlichtingen mee te delen wanneer de openbare instellingen van sociale zekerheid, de sociale inspecteurs van de andere inspectiediensten of de andere met toezicht belaste ambtenaren erom verzoeken; Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits toestemming van deze laatste".(artikel 5, eerste,tweede en derde lid, Arbeidsinspectiewet) "Alle diensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en van alle rechtscolleges, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, en van de openbare instellingen die ervan afhangen, alsmede van alle openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid, zijn gehouden aan de sociale inspecteurs, op hun verzoek, alle inlichtingen te geven, alsmede alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers ter inzage voor te leggen en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies ervan te verstrekken, die deze laatsten nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij belast zijn. Evenwel mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal". (artikel 6,,§1, eerste en derde lid, van de Arbeidsinspectiewet) Eerste onderdeel Wanneer de arbeidsauditeur inlichtingen betreffende een strafonderzoek overmaakt aan de sociale inspectie voor verder onderzoek, of met het oog op een eventuele regularisatie, en de sociale inspectie deze inlichtingen vervolgens meedeelt aan de eiser, dan valt deze gegevensuitwisseling onder de toepassing van artikel 5 van de Arbeidsinspectiewet, dat het kader schept waarbinnen de sociale inspectiediensten hun gegevens kunnen meedelen aan de openbare instellingen van sociale zekerheid, de sociale inspecteurs van de andere inspectiediensten, alsook aan alle andere met toezicht belaste ambtenaren. De mededeling van de inlichtingen door de sociale inspectie aan de eiser diende in casu derhalve getoetst te worden aan het voorschrift van artikel 5 en niet aan dat van artikel 6, zoals het arrest ten onrechte deed. Artikel 6 heeft immers enkel betrekking op het recht van de sociale inspectiediensten om bij andere overheden en instellingen inlichtingen in te winnen die zij nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij zijn belast. Zoals in het bestreden arrest wordt opgemerkt, heeft de sociale inspectie in casu zelf geen verzoek tot inlichtingen gericht aan de arbeidsauditeur, maar was het de arbeidsauditeur die, ambtshalve, de gegevens van het strafonderzoek had medegedeeld aan de sociale inspectie voor het opstellen van een regularisatiedocument, welke informatieverstrekking kadert binnen de bevoegdheid waarover het openbaar ministerie bij de arbeidsgerechten beschikt om de strafvordering uit te oefenen (cf. de artikelen 138, 152, 153, 155 van het Gerechtelijk Wetboek) en als zodanig buiten het bestek valt van de artikelen 5 en 6 van de Arbeidsinspectiewet. Wanneer de eiser door de sociale inspectie in kennis wordt gesteld van inlichtingen "gegeven door andere diensten (plicht voorgeschreven door de arbeidsauditeur) aan de sociale inspectiediensten", dan betreft dit bijgevolg een mededeling van inlichtingen verstrekt "door sociale inspectiediensten aan andere diensten" in de zin van artikel 5 van de Arbeidsinspectiewet. Het bestreden arrest oordeelde derhalve ten onrechte dat de verwijzing naar artikel 5 terzake niet dienend was op grond dat de gegevens die de sociale inspectie aan de eiser heeft medegedeeld inlichtingen tot voorwerp had "gegeven door andere diensten (plicht voorgeschreven door de arbeidsauditeur) aan de sociale inspectiediensten". Hieruit volgt dat het bestreden arrest zijn beslissing dat artikel 5 terzake niet van toepassing is, niet naar recht heeft verantwoord en niet wettig de vorderingen van de eiser ongegrond heeft kunnen verklaren om reden dat het regularisatiedocument, dat gesteund was op gegevens van het strafonderzoek, niet met eerbiediging van artikel 6, derde lid, van de Arbeidsinspectiewet, door de sociale inspectie aan de eiser was doorgespeeld (schending van de artikelen 5 en 6 van de Arbeidsinspectiewet van 16 november 1972, 138, 152, 153, 155 van het Gerechtelijk Wetboek). Tweede onderdeel Bij het overmaken van gegevens met toepassing van artikel 6, mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures, enkel worden medegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal, bij delegatie respectievelijk de procureur-des-Konings en arbeidsauditeur (artikel 6, derde lid). Van een gerechtelijke procedure in de zin van artikel 6, derde lid, is evenwel slechts sprake wanneer de onderzoeksrechter of de strafrechter werd gevat overeenkomstig de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering. Met het kantschrift van 30 juni 1995 van de arbeidsauditeur, waarbij aan de sociale inspectie de opdracht werd gegeven om een onderzoek in te stellen betreffende de inbreuken die tot zijn bevoegdheid behoren, eventueel een proces-verbaal op te stellen en indien mogelijk de zaak te regulariseren, werd de strafvordering bijgevolg nog niet in werking gesteld, maar werd enkel aan de sociale inspectie de opdracht gegeven om de nodige gegevens te verzamelen die het mogelijk moeten maken voor de arbeidsauditeur om zich over de opportuniteit uit te spreken van een eventuele vervolging van de verweerder. In zoverre slechts een opsporingsonderzoek was gevoerd, stond het de sociale inspecteurs derhalve vrij om, zonder toestemming van de procureur-generaal of de auditeur-generaal, en zonder gevaar voor de schending van het geheim van het onderzoek, de verkregen inlichtingen betreffende dit onderzoek mede te delen aan de eiser. Hieruit volgt dat het bestreden arrest, in zoverre het oordeelde dat geen rekening kon worden gehouden met het regularisatiedocument, nu dit gesteund was op gegevens betreffende een gerechtelijke procedure, die zonder toestemming van de arbeidsauditeur aan de eiser waren medegedeeld, zijn beslissing niet naar recht heeft verantwoord en de vorderingen van de eiser niet wettig ongegrond heeft kunnen verklaren wegens miskenning van artikel 6, derde lid, van de Arbeidsinspectiewet. Derde onderdeel Wanneer de arbeidsauditeur een kantschrift uitvaardigt aan de sociale inspectie met als opdracht: " teneinde een onderzoek in te stellen betreffende inbreuken welke tot zijn bevoegdheid behoren, eventueel proces-verbaal op te stellen en indien mogelijk de zaak te regulariseren" (zie arrest, p.4, feiten, vierde alinea), dan ligt in deze laatste opdracht ook de toestemming van de Arbeidsauditeur besloten om, wanneer de sociale inspectie een regularisatiedocument opstelt, dit mede te delen aan de eiser voor regularisatie. Krachtens de artikelen 5, 9 en 22 RSZ-Wet is de eiser de bevoegde instantie die met de inning en invordering van sociale-zekerheidsbijdragen is belast ingeval van niet-aangifte van iemands tewerkstelling krachtens een arbeidsovereenkomst. De opdracht van de arbeidsauditeur om de zaak, indien mogelijk, te regulariseren houdt met andere woorden ook zijn toelating in om de gegevens van het strafdossier mede te delen aan de eiser met het oog op een regularisatie door deze laatste. Het heeft anders totaal geen zin om de sociale inspectie op te zadelen met een regularisatieopdracht wanneer de inspectie de gegevens, vereist voor de regularisatie, niet zonder toelating van de arbeidsauditeur mag overmaken aan de eiser, zonder wie het doorvoeren van de regularisatieoperatie niet mogelijk is. Het kantschrift bevatte derhalve, anders dan het aangevochten arrest oordeelde, wel een uitdrukkelijke toelating van de arbeidsauditeur om het regularisatiedocument, opgesteld op basis van de gegevens vermeld in het proces-verbaal van 16 mei 1995 van de Rijkswacht te Zemst, over te maken aan de eiser voor regularisatie zodat het bestreden arrest ten onrechte heeft beslist dat de eiser, wegens de niet-naleving van artikel 6, derde lid, van de Arbeidsinspectiewet, geen rekening had mogen houden met de onwettig verkregen informatie. Hieruit volgt dat het bestreden arrest, enerzijds, de bewijskracht heeft geschonden van dit kantschrift door te oordelen dat de sociale inspectie het regularisatiedocument F33 aan de eiser heeft overgemaakt zonder uitdrukkelijke toelating van de arbeidsauditeur (schending van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek), anderzijds, de wettelijke opdracht heeft miskend van de eiser in het kader van een regularisatie van sociale bijdragen wanneer geen aangifte werd gedaan van de tewerkstelling van een werknemer (schending van de artikelen 1, ,§1, 5, 9 en 22 RSZ-Wet), mitsdien, niet zonder schending van artikel 6, derde lid, van de Arbeidsinspectiewet, de vorderingen van de eiser ongegrond heeft kunnen verklaren (schending van deze bepaling). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. Krachtens artikel 5, eerste lid, van de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie (hierna: Arbeidsinspectiewet), delen de sociale inspecteurs van de inspectiedienst, wanneer zij zulks nodig achten, de inlichtingen die zij bij hun onderzoek hebben ingewonnen mee aan de openbare en aan de meewerkende instellingen van sociale zekerheid, aan de sociale inspecteurs van de andere inspectiediensten, alsook aan alle ambtenaren belast met het toezicht op andere wetgevingen, in zoverre die inlichtingen deze laatsten kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee zij belast zijn. Overeenkomstig het derde lid van die wettelijke bepaling mogen de inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid evenwel slechts worden medegedeeld mits toestemming van deze laatsten. 2. Krachtens artikel 6, ,§1, eerste lid, van de Arbeidsinspectiewet zijn alle diensten van de Staat, met inbegrip van de parketten en de griffies der hoven en van alle rechtscolleges, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties, de federaties van gemeenten, de gemeenten, de verenigingen waartoe ze behoren, en van de openbare instellingen die ervan afhangen, alsmede van alle openbare en meewerkende instellingen van sociale zekerheid, gehouden aan de sociale inspecteurs, op hun verzoek, alle inlichtingen te geven, alsmede alle boeken, registers, documenten, schijven, banden of gelijk welke andere informatiedragers ter inzage voor te leggen en uittreksels, afschriften, afdrukken, uitdraaien, kopies of fotokopies ervan te verstrekken die deze laatsten nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij belast zijn. Overeenkomstig het derde lid van die wettelijke bepaling, mogen de akten, stukken, registers, documenten of inlichtingen betreffende gerechtelijke procedures evenwel enkel worden meegedeeld met de uitdrukkelijke toelating van de procureur-generaal of de auditeur-generaal. 3. Uit het geheel van voormelde wetsbepalingen volgt dat artikel 5, eerste lid, van de Arbeidsinspectiewet betrekking heeft op de mogelijkheid geboden aan de sociale inspecteurs van de inspectiediensten, namelijk wanneer zij zulks nuttig achten, om inlichtingen die zij hebben ingewonnen bij hun eigen onderzoek, uitgevoerd ambtshalve of op verzoek van de gerechtelijke overheid, aan welbepaalde derden mede te delen. Artikel 6, ,§1, van diezelfde wet heeft daarentegen betrekking op de verplichting in hoofde van bepaalde derden om aan de sociale inspecteurs, op hun verzoek, alle inlichtingen en documenten te verstrekken die zij nuttig achten voor het toezicht op de naleving van de wetgevingen waarmee zij belast zijn. 4. Het arrest stelt vast dat: - op 16 mei 1995 door de rijkswacht een proces-verbaal nr. 100.535 werd opgesteld, waaruit blijkt dat de verweerder sedert een achttal maanden een illegaal in het land verblijvende persoon tewerkstelt op zijn boerderij; - voormeld proces-verbaal overgemaakt werd aan de arbeidsauditeur en aan de directeur van de studiedienst van het Ministerie van Arbeid en Tewerkstelling; - de arbeidsauditeur op 30 juni 1995 opdracht heeft gegeven aan de sociale inspectie een onderzoek in te stellen betreffende inbreuken welke tot zijn bevoegdheden behoren, eventueel proces-verbaal op te stellen en indien mogelijk de zaak te regulariseren; - de verweerder op 6 november 1995 een regularisatieformulier F33 ondertekend heeft dat hem door de sociale inspectie werd voorgelegd; - de regularisaties voor de kwartalen 3 en 4 van 1994 en 1 en 2 van 1995 door de eiser werden doorgevoerd steunend op voormeld proces-verbaal en het voormeld regularisatiedocument aan de eiser werd overgemaakt "zonder eventueel uitdrukkelijke toelating van de auditeur-generaal (of bij delegatie de arbeidsauditeur)". 5. Hieruit volgt dat de eiser zijn vordering tot betaling van achterstallige sociale zekerheidsbijdragen, bijdrageopslagen en interest steunt op inlichtingen afkomstig van de sociale inspectie die deze laatste ingewonnen heeft in het kader van de opdracht die zij ontving van de arbeidsauteur. Dergelijke inlichtingen vallen onder toepassing van artikel 5 van de Arbeidsinspectiewet. 6. Het arrest dat oordeelt dat "de verwijzing naar artikel 5 van de Arbeidsinspectiewet door (de eiser) terzake niet relevant (is)" en dat gelet op artikel 6, ,§1, derde lid, van de Arbeidsinspectiewet de informatie waarop de eiser zijn vordering steunt "op onwettige wijze werd verkregen" zodat er geen rekening kan worden mee gehouden en de dagvaardingen nietig zijn, schendt de artikelen 5 en 6 van de Arbeidsinspectiewet. 7. Het onderdeel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar het Arbeidshof te Antwerpen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelings-voorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van acht januari tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070108.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.