id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.3 Rolnummer: P.06.1175.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2007-01-22 Raadplegingen: 784 - laatst gezien 2026-07-03 23:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, dat bepaalt dat de advocaat verschijnt als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving vereist is eveneens van toepassing in strafzaken. Thesaurus CAS: ADVOCAAT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Inleiding van de zaak - Verschijning van partijen - Bij advocaat Vrije woorden: Optreden voor een rechtscollege van de rechterlijke orde - Gevolmachtigde van de partij - Artikel 440, tweede lid, Ger.W. - Toepasselijkheid in strafzaken Fiches 2 - 4 Behalve indien de wet een bijzondere lastgeving vereist, wordt de advocaat die voor een rechtscollege van de rechterlijke orde een akte van rechtspleging verricht en zich ertoe beperkt te verklaren dat hij optreedt in naam van een rechtspersoon die genoegzaam geïdentificeerd is door de opgave van zijn benaming, zijn rechtskarakter en zijn maatschappelijke zetel, wettelijk vermoed daartoe een regelmatige lastgeving van het bevoegde orgaan van die rechtspersoon te hebben verkregen; dit vermoeden is weerlegbaar, zodat een partij gerechtigd is op te werpen dat de beslissing om een akte van rechtspleging te verrichten, niet is goedgekeurd door de organen van de rechtspersoon en niet van hem uitgaat, maar de bewijslast rust op de partij die zulks betwist
(1).
(1)Cass., 9 feb. 1978, A.C., 1978, 688; Cass., 17 april 1997, AR C.96.0051.F ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970417.8, nr
- Thesaurus CAS: ADVOCAAT Vrije woorden: Optreden in naam van een rechtspersoon - Vermoeden van regelmatige lastgeving - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 440, tweede lid, en 703 Thesaurus CAS: RECHTSPERSOONLIJKHEID Vrije woorden: Beroepsvereniging - Optreden in rechte - Akte van rechtspleging verricht door een advocaat - Vermoeden van regelmatige lastgeving - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 440, tweede lid, en 703 Thesaurus CAS: BEROEPSVERENIGINGEN Vrije woorden: Wet 31 maart 1898 - Rechtspersoonlijkheid - Optreden in rechte - Akte van rechtspleging verricht door een advocaat - Vermoeden van regelmatige lastgeving - Aard Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 440, tweede lid, en 703 Annotaties Publicaties: P§B/R.D.J.P. - Dirk LINDEMANS; Het mandaat ad litem van rechtspersonen en de regelmatigheid van de beslissing van de rechtspersoon om in rechte te treden. - 2007, 349-356 Juristenkrant - Eric BREWAEYS; Volmacht advocaat wordt niet vermoed voor Raad van State. - 2007, 11 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1175.N K A V W, burgerlijke parij, eiseres, met als raadsman mr. Godfried De Smedt, advocaat bij de balie te Dendermonde, tegen J M J H. beklaagde, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 juni
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- De procesbekwaamheid van een beroepsvereniging, zoals bepaald in toepassing van artikel 10 van de wet van 31 maart 1898 op de beroepsverenigingen, heeft geen uitstaans met de vraag of een bevoegd orgaan van een beroepsvereniging heeft beslist dat die vereniging zich burgerlijke partij mag stellen.
- Anders dan het middel aanvoert, maken de appelrechters de procesbekwaamheid van de beroepsvereniging niet afhankelijk van de overlegging van een volmacht die uitgaat van het binnen de beroepsvereniging bevoegde orgaan, om in rechte op te treden. Het middel dat op een onjuiste lezing van het bestreden arrest berust, mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Artikel 440, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, dat eveneens van toepassing is in strafzaken, bepaalt dat de advocaat verschijnt als gevolmachtigde van de partij zonder dat hij van enige volmacht moet doen blijken, behalve indien de wet een bijzondere lastgeving vereist. Met uitzondering van het laatste geval, wordt de advocaat die voor een rechtscollege van de rechterlijke orde een akte van rechtspleging verricht en zich ertoe beperkt te verklaren dat hij optreedt in naam van een rechtspersoon die genoegzaam geïdentificeerd is door de opgave van zijn benaming, zijn rechtskarakter en zijn maatschappelijke zetel, wettelijk vermoed daartoe een regelmatige lastgeving van het bevoegde orgaan van die rechtspersoon te hebben gekregen. Dit vermoeden is weerlegbaar. Een partij is gerechtigd op te werpen dat de beslissing om een akte van rechtspleging te verrichten, niet goedgekeurd is door de organen van de rechtspersoon en niet van hem uitgaat, maar zij moet haar opwerping aannemelijk maken.
- De appelrechters oordelen dat: - de verweerder H. opwerpt dat uit het overgelegde stuk geen beslissing blijkt maar enkel kort melding wordt gemaakt van de aard van de tegen de verweerder gerichte telastleggingen, de betrokken partijen, en het gegeven dat apotheker J. T. de eiseres zal vertegenwoordigen op de terechtzitting te Dendermonde; - uit voormeld stuk geenszins kan afgeleid worden dat het voornemen zich burgerlijke parij te stellen het voorwerp heeft uitgemaakt van een beraad en stemming binnen de raad van bestuur; - de verweerder H. steeds heeft opgeworpen dat de voorzitter van de eiseres de huidige vriend is van de burgerlijke partij M. J.; - die voormelde bewering geloofwaardig is; - nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende vermoedens bewijzen dat de eiseres zich burgerlijke partij heeft gesteld zonder voorafgaande beslissing van het daartoe bevoegde orgaan van de voornoemde beroepsvereniging. Op grond van die gegevens verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 245,96 euro waarvan 89,96 euro verschuldigd is en 156 euro betaald werd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 9 januari 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2016:ARR.20161130.7 ECLI:BE:CALIE:2019:ARR.20191218.5 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20140606.4 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160212.5 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160406.3 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170131.6 ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20191008.1 ECLI:BE:GHCC:2020:ARR.108 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970417.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081112.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div