← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.6 Rolnummer: P.06.1467.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-11-08 Raadplegingen: 542 - laatst gezien 2026-07-04 03:38 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 De tegenstrijdigheid tussen het vonnis van de correctionele rechtbank dat, na rechtstreekse dagvaarding uit hoofde van een wanbedrijf door het openbaar ministerie, een veroordeling tot een correctionele straf uitspreekt en het arrest van het hof van beroep dat, na herkwalificatie van de feiten in een misdaad, zich onbevoegd verklaart, geeft geen aanleiding tot de regeling van rechtsgebied door het Hof; alleen wanneer een rechter een andere als bevoegd aanwijst en deze zich onbevoegd verklaart rijst een negatief bevoegdheidsconflict en kan bij het Hof een verzoek tot regeling van rechtsgebied worden gedaan overeenkomstig de rechtspleging bepaald in artikel 525 en volgende Wetboek van Strafvordering

(1).
(1)Zie cass., 7 jan. 1987, AR 5368, nr 268, met noot; Cass., 22 aug. 1995, AR P.95.0916.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950822.2, nr 356; Cass., 11 juni 1996, AR P.96.0380.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960611.5, nr 229. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen vonnisgerechten Vrije woorden: Rechtstreekse dagvaarding wegens wanbedrijf - Veroordeling door correctionele rechtbank - Hoger beroep - Herkwalificatie van de feiten in misdaad - Arrest waarbij het hof van beroep zich onbevoegd verklaart - Verzoek tot regeling van rechtsgebied - Gegrondheid Negatief bevoegdheidsconflict Fiche 3 Er rijst geen bevoegdheidsconflict wanneer, na rechtstreekse dagvaarding uit hoofde van een wanbedrijf door het openbaar ministerie, de correctionele rechtbank een veroordeling wegens dat wanbedrijf uitspreekt, en de appelrechter, na de feiten te hebben geherkwalificeerd in een misdaad, zich onbevoegd verklaart om van dat geherkwalificeerd misdrijf kennis te nemen omdat het niet behoort tot de misdrijven waarvan hij overeenkomstig de wet kennis mag nemen, maar die kennisneming toekomt aan een ander rechter; de omstandigheid dat het de rechter in hoger beroep is die deze onbevoegdheidsverklaring uitspreekt, doet daaraan niet af, daar zijn uitspraak maar in de plaats van het beroepen vonnis treedt
(1).
(1)Zie cass., 7 jan. 1987, AR 5368, nr 268, met noot; Cass., 22 aug. 1995, AR P.95.0916.N ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950822.2, nr 356; Cass., 11 juni 1996, AR P.96.0380.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960611.5, nr
  1. Thesaurus CAS: REGELING VAN RECHTSGEBIED - STRAFZAKEN - Tussen vonnisgerechten Vrije woorden: Rechtstreekse dagvaarding wegens wanbedrijf - Veroordeling door correctionele rechtbank - Hoger beroep - Herkwalificatie van de feiten in misdaad - Arrest waarbij het hof van beroep zich onbevoegd verklaart Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 525 e.v. - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1467.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL, verzoeker tot regeling van rechtsgebied, inzake
  2. I V D B, beklaagde,
  3. S W, beklaagde, verweerders, met als raadsman mr. Diederik Beels, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het verzoek tot regeling van rechtsgebied heeft betrekking op: - het vonnis van de Correctionele Rechtbank te Leuven van 9 november 2005; - het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, van 19 september
  4. De verzoeker licht in een verzoekschrift zijn verzoek toe. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  5. De procureur des Konings te Leuven dagvaardde I V D B en S W rechtstreeks voor de Correctionele Rechtbank te Leuven wegens "te Leuven op 30 oktober 2004, een ander roerend goed dan een schip, een vaartuig of een vliegtuig, namelijk 5 brievenbussen met kranten, die aan G D toebehoorde(n), opzettelijk in brand te hebben gestoken, de daad van dien aard zijnde dat aan deze laatste ernstig nadeel kon berokkend worden". De Correctionele Rechtbank te Leuven veroordeelde de beide beklaagden voor deze tenlastelegging bij op tegenspraak gewezen vonnis van 9 november 2005 tot correctionele straffen en in kosten en hield ambtshalve de burgerlijke belangen aan. Het vonnis vermeldt als toegepaste strafbepalingen de artikelen 25, 26, 38, 40, 50, 66 en 512 Strafwetboek. De beide beklaagden kwamen van dit vonnis in hoger beroep, hierin gevolgd door de procureur des Konings te Leuven. Het Hof van Beroep te Brussel, correctionele kamer, verklaarde zich in het bij verstek gewezen arrest van 19 september 2006 onbevoegd op grond van volgende overwegingen: - "uit de elementen van de zaak en uit het onderzoek ter zitting is gebleken dat het ten laste gelegde feit in zoverre het bewezen zou zijn in hoofde van beklaagden, een inbreuk inhoudt op artikel 510 van het Strafwetboek en dus als misdaad moet worden heromschreven; - de 5 brievenbussen, zoals uit de foto's in het dossier blijkt, zijn geïntegreerd in het gebouw zelf en zijn dus onroerend door bestemming; - de beklaagden, in zoverre zij de daders zouden zijn, moesten vermoeden dat er zich aldaar in het gebouw op het ogenblik van de brand een persoon bevond; - met betrekking tot voormelde misdaad greep geen correctionalisatie plaats aangezien geen mededeling van verzachtende omstandigheden geschiedde bij de dagvaarding van beklaagden".
  6. De verzoeker meent dat de tegenstrijdigheid tussen het vermelde vonnis en arrest aanleiding geeft tot regeling van rechtsgebied. Dit is onjuist.
  7. Alleen wanneer een rechter een andere als bevoegd aanwijst en deze zich onbevoegd verklaart, rijst er een negatief bevoegdheidsconflict. In dergelijk geval kan bij het Hof een verzoek tot regeling van rechtsgebied worden gedaan overeenkomstig de rechtspleging bepaald in artikel 525 en volgende Wetboek van Strafvordering. Er rijst evenwel geen bevoegdheidsconflict wanneer alleen een bepaald rechter zich onbevoegd verklaart om van een misdrijf kennis te nemen omdat het niet behoort tot de misdrijven waarvan hij overeenkomstig de wet kennis mag nemen maar die kennisneming toekomt aan een ander rechter. De omstandigheid dat het de rechter in hoger beroep is die deze onbevoegheidsverklaring uitspreekt, doet daaraan niet af, daar zijn uitspraak maar in de plaats van het beroepen vonnis treedt. Het verzoek is ongegrond. Dictum Het Hof, Wijst het verzoek tot regeling van rechtsgebied af. Laat de kosten ten laste van de Staat. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 9 januari 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070109.6 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1995:ARR.19950822.2 ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19960611.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.