← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070122.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 januari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070122.5 Rolnummer: S.05.0120.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2007-02-13 Raadplegingen: 213 - laatst gezien 2026-07-03 06:58 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de door de organisatie ingestelde vordering strekkende tot het verkrijgen van een schadevergoeding gesteund is op een misdrijf moet de organisatie blijk geven van een persoonlijke schade. Thesaurus CAS: COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST Vrije woorden: Overtreding van algemeen verbindend verklaarde C.A.O. - Representatieve werknemersorganisatie - Rechtsvordering ex delicto - Hoedanigheid - Belang Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Art. 3 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Wet - 05-12-1968 - Art. 4 Tekst van de beslissing Nr. S.05.0120.N LANDELIJKE BEDIENDENCENTRALE NATIONAAL VERBOND VOOR KADERPERSONEEL, representatieve werknemersorganisatie in de zin van artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, met gewestelijk secretariaat gevestigd te 2000 Antwerpen, Nationalestraat 111, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen EXXONMOBIL PETROLEUM & CHEMICAL, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 2030 Antwerpen, Polderdijkweg 3, Haven 447, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 23 mei 2005 gewezen door het Arbeidshof te Antwerpen. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel

  1. Luidens artikel 3 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering behoort de rechtsvordering tot herstel van schade aan hen die de schade hebben geleden.
  2. Volgens artikel 4 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités mogen de in artikel 3 van die wet bedoelde representatieve werkgevers- en werknemers-organisaties in rechte optreden in alle geschillen die uit de toepassing van deze wet kunnen ontstaan en ter verdediging van de rechten welke hun leden putten in de door hen gesloten overeenkomsten. Wanneer de door de organisatie ingestelde vordering strekkende tot het verkrijgen van schadevergoeding gesteund is op een misdrijf, moet deze vordering voldoen aan het vereiste van artikel 3 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering. De organisatie moet met name blijk geven van een persoonlijke schade.
  3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de eiseres "een vordering ex delicto (instelt) wegens de overtreding van de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst (...) zodat zij op basis hiervan een vordering tot schadevergoeding (instelt) en herstel in natura nastreeft". De appelrechters oordelen dat wanneer de eiseres een burgerlijke vordering instelt op grond van een misdrijf, zij, afgezien van de verplichting een misdrijf te bewijzen, gehouden is een concrete eigen schade, materiële dan wel morele, te vorderen en te bewijzen en dat de schade waarvan het herstel wordt gevorderd geen persoonlijke schade van de eiseres is maar enkel de leden van de eiseres treft.
  4. Door op grond hiervan te beslissen dat de door de eiseres ingestelde vordering tot schadevergoeding niet ontvankelijk is omdat zij niet beantwoordt aan artikel 3 van de Voorafgaande Titel van het Wetboek van Strafvordering, verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  5. Door te oordelen dat het onderdeel van de vordering van de eiseres met betrekking tot de uitbetaling van de verschuldigde lonen een patrimoniaal recht betreft en in zoverre ze ertoe strekt "te horen zeggen voor recht" dat haar leden op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst bepaalde rechten hebben, een vordering is die "louter gericht is op de vaststelling van een feitelijk gegeven", geven de appelrechters aan de omschrijving van de vordering van de eiseres in de in het onderdeel aangewezen stukken een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  6. Gelet op het antwoord op het eerste onderdeel kan het onderdeel voor het overige niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten begroot op de som van 205,77 euro jegens de eisende partij en op de som van 336,28 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix, Eric Stassijns en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van tweeëntwintig januari tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070122.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.