← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.1 Rolnummer: P.06.1286.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht - Burgerlijk recht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-02-23 Raadplegingen: 569 - laatst gezien 2026-07-04 05:24 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het zakelijk karakter van de vordering tot herstel inzake stedenbouw heeft tot gevolg dat, onverminderd de toepassing van artikel 160 Stedenbouwdecreet 1999, ook de mede-eigenaar die bij het geding over de vordering tot herstel niet werd betrokken en aan wie de herstelvordering voorafgaandelijk niet werd medegedeeld, de gevolgen dient te ondergaan die uit het vonnis voortvloeien en bijgevolg de uitvoering ervan dient te gedogen

(1).
(1)Zie: Cass., 22 feb. 2005, AR P.04.0998.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.32, nr
  1. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENIS UIT ONRECHTMATIGE DAAD - Rechtstreekse aansprakelijkheid - Schadebegrip - Herstelplicht Vrije woorden: Herstelvordering - Aard Wettelijke bepalingen: Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 149, §§ 1, 2, 3 en 4, en 160, vijfde lid Fiches 2 - 3 De omstandigheid dat de mede-eigenaar niet bij het geding over de vordering tot herstel inzake stedenbouw werd betrokken en dat de vordering hem voorafgaandelijk niet werd medegedeeld schendt op zich het door artikel 6 E.V.R.M. bepaalde recht van toegang tot een rechtbank niet; bij wijze van tijdig derdenverzet kan de mede-eigenaar tegen die vordering verweer voeren en daarbij zijn rechtmatige belangen voor de rechter doen gelden. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE Vrije woorden: Herstelvordering - Mede-eigenaar - Geding over de vordering tot herstel - Mede-eigenaar niet bij het geding betrokken - Vordering voorafgaandelijk niet aan de mede-eigenaar medegedeeld Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 149, §§ 1, 2, 3 en 4, en 160, vijfde lid Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 Vrije woorden: Toegang tot een rechtbank - Stedenbouw - Herstel van de plaats in de vorige staat - Herstelvordering - Mede-eigenaar - Geding over de vordering tot herstel - Mede-eigenaar niet bij het geding betrokken - Vordering voorafgaandelijk niet aan de mede-eigenaar medegedeeld Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Artt. 149, §§ 1, 2, 3 en 4, en 160, vijfde lid Tekst van de beslissing Nr. P.06.1286.N K L, handelend in eigen naam en als vertegenwoordigster van haar kinderen, burgerlijke partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  2. N W H N G B, inverdenkinggestelde,
  3. GEMACHTIGDE AMBTENAAR VAN HET BESTUUR VOOR RUIMTELIJKE ORDENING, HUISVESTING EN MONUMENTEN EN LANDSCHAPPEN VOOR DE PROVINCIE VLAAMS BRABANT, met zetel te 3000 Leuven, Blijde Inkomstraat 103-105, afdeling Juridische Dienstverlening, Graaf de Ferrarisgebouw, inverdenkinggestelde, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 7 september
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel Eerste onderdeel
  5. Het arrest diende niet te antwoorden op de in het onderdeel weergegeven argumenten die, afzonderlijk beschouwd, geen verweermiddel uitmaken maar slechts werden aangewend ter ondersteuning van het verweer van de eiseres dat het misdrijf van woonstschennis werd gepleegd. Met de redenen die zij vermelden, stellen de appelrechters vast dat de gedwongen uitvoering door een bevoegde gerechtsdeurwaarder van een in kracht van gewijsde gegane beslissing, het plegen van de misdrijven bepaald in de artikelen 148 en 439 tot 442 Strafwetboek of ieder ander misdrijf uitsluit. Zodoende verwerpen en beantwoorden zij het verweer van de eiseres. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  6. De vordering tot herstel inzake stedenbouw heeft geen persoonlijk karakter, maar strekt tot het doen verdwijnen van de onrechtmatige toestand die met betrekking tot het onroerend goed door de uitgevoerde werken of de gegeven bestemming is ontstaan. Dit zakelijke karakter van de vordering heeft tot gevolg dat, onverminderd de toepassing van artikel 160 Stedenbouwdecreet 1999, ook de mede-eigenaar die bij het geding over de vordering tot herstel niet werd betrokken en aan wie de herstelvordering voorafgaandelijk niet werd meegedeeld, de gevolgen dient te ondergaan die uit het vonnis voortvloeien en bijgevolg de uitvoering ervan dient te gedogen. De omstandigheid dat deze mede-eigenaar niet bij het geding werd betrokken en dat de vordering hem voorafgaandelijk niet werd meegedeeld, staat niet eraan in de weg dat hij vooralsnog derden-verzet tegen die vordering kan doen en daarbij zijn rechtmatige belangen voor de rechter kan doen gelden.
  7. In zoverre het onderdeel aanvoert dat dit gebrek aan voorafgaande mededeling en betrokkenheid hoe dan ook het door artikel 6 EVRM bepaalde recht van toegang tot een rechtbank schendt, faalt het naar recht.
  8. Anders dan het onderdeel aanvoert, blijkt niet uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, dat eiseres onmogelijk haar rechten en belangen kon doen gelden, inzonderheid door derden-verzet. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  9. Voor het overige is het onderdeel afgeleid uit de vergeefs aangevoerde schending van artikel 6.1 EVRM, en is het niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 60,39 euro waarvan 30,39 euro verschuldigd is en 30 euro betaald werd. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Alain Smetryns, en op de openbare terechtzitting van 6 februari 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170310.2 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170310.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050222.32 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.