← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.2 Rolnummer: P.06.1660.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-10-26 Raadplegingen: 613 - laatst gezien 2026-07-03 16:19 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Noch artikel 51/5, § 3, vierde lid Vreemdelingenwet, noch enige andere wetsbepaling of verdragsrechtelijke bepaling verzetten zich ertegen dat wanneer de verwijdering van de rechtens vastgehouden vreemdeling omwille van zijn wederrechtelijk verzet niet is gebeurd, een nieuwe beslissing tot vasthouding overeenkomstig artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet wordt getroffen; deze nieuwe beslissing is geen verlenging van de aanvankelijke beslissing maar een autonome titel van vrijheidsberoving

(1).
(1)Zie: Cass., 27 nov. 2002, AR P.02.1402.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021127.13, nr 635; Cass., 31 maart 2004, AR P.04.0363.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040331.12, nr 173. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: Asielaanvraag - Vrijheidsberovende maatregel - Overdracht aan de verantwoordelijke Staat - Wederrechtelijk verzet - Nieuwe vrijheidsberovende maatregel - Aard Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Artt. 27, § 3, en 51, § 3, vierde lid Fiche 2 De rechter gevat van het door de vreemdeling bij toepassing van artikel 71 Vreemdelingenwet ingestelde beroep tegen de beslissing van vrijheidsberoving genomen bij toepassing van artikel 51/5, § 3, vierde lid, Vreemdelingenwet kan, wanneer een nieuwe beslissing tot vasthouding overeenkomstig artikel 27, § 3, Vreemdelingenwet werd getroffen omdat de verwijdering van de opgesloten of vastgehouden vreemdeling omwille van zijn wederrechtelijk verzet niet is gebeurd, binnen de grenzen van het bij hem aanhangige beroep slechts het bestaan vaststellen van die nieuwe beslissing zonder dat hij de wettigheid ervan kan onderzoeken; door deze nieuwe beslissing verliest de rechtspleging tegen de eerste beslissing tot vasthouding haar bestaansreden
(1).
(1)Zie: Cass., 28 sept. 1999, AR P.99.1322.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990928.11, nr 687 met conclusie eerste advocaat-generaal DU JARDIN; Cass., 2 nov. 1999, AR P.99.1373.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991102.7, nr 582; Cass., 26 aug. 2003, AR P.03.1002.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030826.1, nr
  1. Thesaurus CAS: VREEMDELINGEN Vrije woorden: Asielaanvraag - Vrijheidsberovende maatregel - Beroep - Overdracht aan de verantwoordelijke Staat - Wederrechtelijk verzet - Nieuwe vrijheidsberovende maatregel - Gevolg - Bevoegdheid van de rechter Wettelijke bepalingen: Wet - 15-12-1980 - Artt. 27, § 3, 71, 72, 51/5, § 3, vierde lid Tekst van de beslissing Nr. P.06.1660.N J S, vreemdeling, eiseres, met als raadsman mr. Hilde Van Vreckom, advocaat bij de balie te Nijvel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Marie Messiaen, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 december
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN De eiseres heeft op 30 augustus 2005 een asielaanvraag gedaan. Bij die gelegenheid is gebleken dat de eiseres reeds voordien in Polen een asielaanvraag had ingediend. Polen verklaarde zich op 3 november 2005 akkoord met toepassing van de verordening EG nr. 343/2003 van de Raad van 18 februari 2003 de verantwoordelijkheid met betrekking tot de eiseres op zich te nemen. Met toepassing van artikel 26quater Vreemdelingenwet nam de dienst vreemdelingenzaken op 20 april 2006 ten aanzien van de eiseres een beslissing tot weigering van verblijf met bevel het grondgebied te verlaten. De eiseres maakte op 17 november 2006 het voorwerp uit van een beslissing tot vrijheidsberoving met toepassing van artikel 51/5 Vreemdelingenwet. Tegen die beslissing stelde de eiseres het in artikel 71 Vreemdelingenwet bedoelde beroep in, hetwelk afgewezen werd bij beschikking van de Raadkamer te Brussel van 7 december
  3. Het bestreden arrest doet uitspraak over het hoger beroep tegen die beschikking. De overdracht van de eiseres naar Polen was middels een doorlaatbewijs bepaald op 11 december
  4. De eiseres weigerde op die datum gevolg te geven aan het bevel het grondgebied te verlaten. Dezelfde dag nam de gemachtigde van de minister een nieuw bevel tot opsluiting met toepassing van artikel 27, ,§ 1, en ,§ 3, Vreemdelingenwet. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  5. Artikel 51/5, ,§ 1, eerste lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat wanneer een vreemdeling zich aan de grens overeenkomstig artikel 50, 50bis of 51 van dezelfde wet vluchteling verklaart, de minister of zijn gemachtigde, met toepassing van de internationale overeenkomsten die België binden, overgaat tot de vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Artikel 51/5, ,§ 3, eerste lid, Vreemdelingenwet van voornoemde wet bepaalt dat wanneer België niet verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek, de minister of zijn gemachtigde zich onder de voorwaarden bepaald bij internationale overeenkomsten die België binden, tot de verantwoordelijke Staat richt met het verzoek de asielzoeker over te nemen of opnieuw over te nemen. Artikel 51/5, ,§ 3, derde lid, Vreemdelingenwet bepaalt dat wanneer de asielzoeker aan de verantwoordelijke Staat overgedragen dient te worden, de minister of zijn gemachtigde hem voor het waarborgen van de effectieve overdracht zonder verwijl naar de grens kan doen terugleiden. Overeenkomstig artikel 51/5, ,§ 3, vierde lid, Vreemdelingenwet kan de vreemdeling te dien einde in een welbepaalde plaats opgesloten of vastgehouden worden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de overdracht, zonder dat de duur van de hechtenis of van de vasthouding twee maanden te boven mag gaan.
  6. Die wetsbepaling noch enige andere wetsbepaling of verdragrechtelijke bepaling verzetten zich ertegen dat wanneer de verwijdering van de rechtens vastgehouden vreemdeling omwille van zijn wederrechtelijk verzet niet is gebeurd, een nieuwe beslissing tot vasthouding overeenkomstig artikel 27, ,§ 3, Vreemdelingenwet wordt getroffen. Deze nieuwe beslissing is geen verlenging van de aanvankelijke beslissing maar een autonome titel van vrijheidsberoving, waarvan de rechter binnen de grenzen van het bij hem aanhangige beroep slechts het bestaan kan vaststellen. De rechter kan evenwel niet de wettigheid van die nieuwe beslissing die genomen werd na de beslissing waartegen de vreemdeling het bij artikel 71 Vreemdelingenwet bepaalde beroep heeft ingesteld, onderzoeken. Door deze nieuwe beslissing verliest de rechtspleging ingesteld tegen de eerste beslissing tot vasthouding haar bestaansreden.
  7. De eiseres is thans van haar vrijheid beroofd op grond van de beslissing tot opsluiting op 11 december 2006 genomen met toepassing van artikel 27, ,§ 3, Vreemdelingenwet. Het cassatieberoep heeft die beslissing niet tot voorwerp en heeft bijgevolg geen bestaansreden. Middelen
  8. De middelen hebben geen betrekking op de bestaansreden van het cassatieberoep en behoeven geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 72,80 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Alain Smetryns, en op de openbare terechtzitting van 6 februari 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201223.2F.4 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990928.11 ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19991102.7 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021127.13 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030826.1 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040331.12 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.