id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 06 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.3 Rolnummer: P.07.0137.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-02-23 Raadplegingen: 468 - laatst gezien 2026-07-04 04:50 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Wie van zijn vrijheid is beroofd krachtens een na zijn veroordeling uitgevaardigd bevel tot onmiddellijke aanhouding, en tegen die veroordeling cassatieberoep aantekent, kan om zijn voorlopige invrijheidstelling verzoeken; de beslissing waarbij dat verzoek verworpen wordt dient te worden gemotiveerd met inachtneming van hetgeen voorschreven is in artikel 16, § 5, eerste en tweede lid, Voorlopige Hechteniswet
(1).
(1)Zie: Cass., 30 dec. 1997, AR P.97.1649.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2, nr
- Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - ONMIDDELLIJKE AANHOUDING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Handhaving Vrije woorden: Cassatieberoep tegen de beslissing tot veroordeling - Voorlopige invrijheidstelling - Verzoekschrift - Verwerping - Motivering Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, §§ 1 en 5, eerste en tweede lid Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 27, § 1, 5° en § 3, vierde lid, en 33, § 2 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - VOORLOPIGE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Verzoekschrift - Verwerping - Motivering Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 16, §§ 1 en 5, eerste en tweede lid Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 27, § 1, 5° en § 3, vierde lid, en 33, § 2 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0137.N S C, beklaagde, aangehouden, eiseres, met als raadsman Mr. Christine Calewaert, advocaat bij de balie te Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 25 januari
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
- Naar luid van artikel 33, ,§ 2, Wet Voorlopige Hechtenis, kan de onmiddellijke aanhouding van een beklaagde, die tot een hoofdgevangenisstraf van een jaar of tot een zwaardere straf, zonder uitstel, is veroordeeld, worden gelast indien te vrezen is dat de beklaagde zich aan de uitvoering van de straf zou pogen te onttrekken.
- Naar luid van artikel 27, ,§ 2, Wet Voorlopige Hechtenis kan de onmiddellijk aangehoudene die tegen zijn veroordeling cassatieberoep heeft aangetekend, wat te dezen het geval is, de voorlopige invrijheidstelling vragen. Artikel 27, ,§ 3, laatste lid, Wet Voorlopige Hechtenis bepaalt dat de beslissing tot verwerping van dit verzoek dient te worden gemotiveerd met inachtneming van hetgeen voorgeschreven is in artikel 16, ,§ 5, eerste en tweede lid, Wet Voorlopige Hechtenis.
- Het middel dat ervan uitgaat dat de beslissing tot verwerping van het verzoek tot voorlopige invrijheidstelling van een onmiddellijk aangehoudene uitsluitend kan worden gemotiveerd op grond van de vrees dat de beklaagde zich aan de uitvoering van de straf zou pogen te onttrekken, faalt naar recht. Tweede middel
- Het artikel 159 Grondwet is vreemd aan de motiveringsplicht. In zoverre faalt het middel naar recht.
- Het bestreden arrest vermeldt de omstandigheden van de zaak welke naar het oordeel van de rechters op het ogenblik van de uitspraak de vrees wettigen dat de eiseres zich zal pogen te onttrekken aan de uitvoering van de straf. Aldus beantwoordt het de middelen tot staving van het verzoek van de eiseres en verantwoordt het zijn beslissing naar recht. In zoverre kan het middel niet worden aangenomen. In zoverre het middel opkomt tegen het onaantastbaar oordeel van de rechters over die feiten, is het evenmin ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren, Etienne Goethals, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Alain Smetryns, en op de openbare terechtzitting van 6 februari 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070206.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div