← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 09 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.4 Rolnummer: C.05.0573.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-02-26 Raadplegingen: 578 - laatst gezien 2026-07-04 04:20 Versie(s): Vertaling FR Fiche Om te bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is al dan niet vervuld zijn moet de beslagrechter, als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel

(1).
(1)Cass., 10 nov. 2005, AR C.04.0020.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.8, nr
  1. Thesaurus CAS: DWANGSOM Vrije woorden: Verschuldigdheid - Tenuitvoerlegging - Toetsing door de beslagrechter - Richtsnoer Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1385quater en 1498 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0573.N DEXIA BANK BELGIË, naamloze vennootschap, met zetel te 1000 Brussel, Pachecolaan 44, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen UTAX COPIERS, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1970 Wezembeek-Oppem, Windmolenstraat 8, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 juni 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de partijen hebben geconcludeerd over de draagwijdte die aan het bevel tot intrekking van de opzegging van de kredieten moet worden gegeven.
  3. Het onderdeel, dat ervan uitgaat dat er tussen de partijen enkel betwisting was omtrent het tijdstip van de deblokkering van de kredietopening, mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  4. Artikel 1385quater van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de partij die de veroordeling heeft verkregen, de dwangsom ten uitvoer kan leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld. In geval van zwarigheden bij de tenuitvoerlegging van een vonnis dat een veroordeling tot een dwangsom inhoudt, moet de beslagrechter, op grond van artikel 1498 van het Gerechtelijk Wetboek, bepalen of de voorwaarden waarbij de dwangsom verschuldigd is, al dan niet vervuld zijn. De beslagrechter moet daarbij als maatstaf van de toetsing van de ter uitvoering van de veroordeling verrichte handelingen, het doel en de strekking van de veroordeling als richtsnoer nemen, met dien verstande dat de veroordeling geacht wordt niet verder te strekken dan tot het bereiken van het daarmee beoogde doel.
  5. De appelrechters stellen vast dat: - de dwangsomrechter de eiseres veroordeelde "tot het binnen de 3 uren na de betekening van huidige beschikking, intrekken van de éénzijdige opzegging van de kredieten van (de verweerster) (zoals ter kennis gebracht aan (de verweerster) via het schrijven van de eiseres van 16 januari 2003), dit alles op straffe van een dwangsom" en "tot het binnen de 24 uren na de betekening van huidige beschikking afleveren tegen ontvangstbewijs van de volledige informatie met betrekking tot de verrichtingen op de bankrekeningen van (de verweerster) sinds 15 januari 2002"; - in deze beschikking "daarenboven werd gezegd 'voor recht dat de kredieten van de eiseres opnieuw hun volledige uitwerking dienen te krijgen'"; - de beschikking van de dwangsomrechter werd betekend op 14 februari 2002 om 18u05 zodat de dwangsom kon worden verbeurd wanneer de beschikking niet werd uitgevoerd voor 21u05 van dezelfde dag; - de verweerster op 15 februari 2002 om 10u58 van de eiseres een fax ontving met de mededeling dat de opzegging van de kredietopening werd ingetrokken.
  6. De appelrechters oordelen vervolgens dat het "krediet opzeggen betekent aan de klant laten weten dat de kredietlijn van een krediet (met ingang van) afgesneden is. Het intrekken van de opzegging betekent dus noodzakelijkerwijze aan de klant laten weten dat de opzegging ongedaan is". Op grond hiervan oordelen zij dat de dwangsom verbeurd is omdat de eiseres niet tijdig tot kennisgeving is overgegaan.
  7. Door aldus te oordelen overschrijden de appelrechters hun bevoegdheid niet en grijpen zij niet in de materieelrechtelijke rechtsverhoudingen tussen de partijen, zodat hun beslissing naar recht is verantwoord. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 521,61 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 9 februari 2006 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070209.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100902.1 ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20181019.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051110.8 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090312.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.