id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 13 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070213.2 Rolnummer: P.06.1533.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-11-05 Raadplegingen: 781 - laatst gezien 2026-07-03 23:28 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 5 Het recht op tegenspraak houdt ook in dat de rechter zijn beslissing niet mag laten steunen op feitelijke gegevens die hij kent door eigen vaststelling of op persoonlijke ervaring, waarvan hij slechts buiten de rechtszitting kennis heeft gekregen en die niet blijken uit de materiële vaststellingen van processen-verbaal of uit andere bestanddelen van het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voeren
(1).
(1)Cass., 14 feb. 2001, AR P.00.1444.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.12, nr 92; Cass., 26 juni 2002, AR P.02.0505.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020626.22, nr 384 met concl. adv.-gen. LOOP; Cass., 25 sept. 2002, AR P.02.0954.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020925.11, nr 479, met concl. adv.-gen. SPREUTELS; Cass., 20 nov. 2002, AR P.02.0708.F ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021120.10, nr 616; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de Ed. 2003, p. 557, nr 1189. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid Vrije woorden: Beoordelingsvrijheid - Elementen waarop de rechter zijn beslissing steunt - Algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging - Recht op tegenspraak Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) Vrije woorden: Algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging - Strafzaken - Bewijs - Beoordelingsvrijheid - Elementen waarop de rechter zijn beslissing steunt - Recht op tegenspraak Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: REDENEN VAN DE VONNISSEN EN ARRESTEN - ALGEMEEN Vrije woorden: Motivering - Elementen waarop de rechter zijn beslissing steunt - Algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging - Recht op tegenspraak Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Algemeen Vrije woorden: Bewijs - Beoordelingsvrijheid - Elementen waarop de rechter zijn beslissing steunt - Algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging - Recht op tegenspraak Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN Vrije woorden: Algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging - Bewijs - Beoordelingsvrijheid - Elementen waarop de rechter zijn beslissing steunt - Recht op tegenspraak Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Fiche 6 De vernietiging van het arrest van het hof van assisen, waarbij het verzoek tot wraking van de jury wordt afgewezen, leidt tot de vernietiging van de arresten waarbij uitspraak wordt gedaan over de strafvordering en over de daarop gesteunde burgerlijke rechtsvorderingen, die daarvan het gevolg zijn
(1).
(1)Zie Cass., 16 okt. 1984, AR 8933, nr 125; Cass., 4 feb. 1997, AR P.96.1322.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970204.5, nr 63; DECLERCQ R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3de Ed. 2003, p. 1259, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte Vrije woorden: Hof van Assisen - Arrest waarbij het verzoek tot wraking van de jury wordt afgewezen Tekst van de beslissing Nr. P.06.1533.N I II A. A. S. H., beschuldigde, gedetineerd, eiser, met als raadslieden mr. Johan Platteau, advocaat bij de balie te Antwerpen en mr. Vincent Vereecke, advocaat bij de balie te Brugge. III IV V VI M. J. A. V. L., beschuldigde, gedetineerd, eiseres, met als raadslieden mr. Bart De Schrijver en mr. Walter Damen, advocaten bij de balie te Antwerpen. tegen
- G. D. M., burgerlijke partij,
- M. B., burgerlijke partij,
- B. M., burgerlijke partij,
- R. D. M., burgerlijke partij,
- P. D. M., burgerlijke partij,
- N. D., burgerlijke partij, met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie te Leuven, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I (aktenummer 748 van 21 september 2006) en III (aktenummer 751 van 22 september 2006) zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de provincie Antwerpen van 20 september 2006 dat uitspraak doet over de tegen de eisers ingestelde strafvordering. De cassatieberoepen II (aangetekend in de gevangenis te Mechelen op 29 september 2006) en IV (aktenummer B1787 van 4 oktober 2006) zijn gericht tegen het tussenarrest van het Hof van Assisen van de provincie Antwerpen van 14 september 2006 (37ste tot en met 43ste bladzijden van het proces-verbaal van de terechtzitting). Het cassatieberoep V (aktenummer B1788 van 4 oktober 2006) is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 december 2005 dat de eiseres naar het Hof van Assisen van de provincie Antwerpen verwijst. Het cassatieberoep VI (aktenummer B1986 van 31 oktober 2006) is gericht tegen het arrest van het Hof van Assisen van de provincie Antwerpen van 20 oktober 2006 dat uitspraak doet over de tegen de eiseres ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen. De eiser (H.) voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. De eiseres (V. L.) voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middelen van A. H.
- De middelen betreffen het cassatieberoep II tegen het tussenarrest van 14 september 2006 dat, op grond van het geheel van de feitelijke redenen die het vermeldt, het verzoek van de eiser tot wraking van alle gezworenen afwijst en dat beslist het debat zonder verwijl verder te zetten. Tweede middel
- Het middel voert miskenning aan van het recht op tegenspraak en van het recht van verdediging en schending van de artikelen 153, 190 en 335 Wetboek van Strafvordering en 6.1 EVRM.
- Het recht van verdediging van elke beklaagde en zijn recht op een eerlijk proces vereisen dat hij de hem ten laste gelegde feiten en beschuldigingen kan tegenspreken. Het recht op tegenspraak houdt ook in dat de rechter zijn beslissing niet mag laten steunen op feitelijke gegevens die hij kent door eigen vaststelling of op persoonlijke ervaring, waarvan hij slechts buiten de rechtszitting kennis heeft gekregen en die niet blijken uit de materiële vaststellingen van processen-verbaal of uit andere bestanddelen van het dossier, noch uit het onderzoek ter terechtzitting, zodat de partijen daarover geen tegenspraak hebben kunnen voeren.
- Op de terechtzitting van het Hof van assisen van de provincie Antwerpen van 14 september 2006 heeft de eiser geconcludeerd tot wraking van de gezworenen en van de plaatsvervangende gezworenen, wegens schending van de door hen afgelegde eed zoals die is bepaald in artikel 312 Wetboek van Strafvordering, op de grond, onder meer, dat : "Aangezien de voorzitter van het hof van assisen, na schorsing van de zitting op woensdagavond 13 september 2006, in toga, en zonder de aanwezigheid van de griffier van het hof van assisen, de andere magistraten van het hof, van het openbaar ministerie, van de beschuldigden en hun advocaten, noch van de burgerlijke partijen en hun advocaten, zich in raadkamer heeft teruggetrokken samen met de gezworenen. Dat deze bijeenkomst gebeurde, gedurende minstens een twintigtal minuten, in de beraadslagingskamer van de jury. Dat dit onderhoud op geen enkel moment tijdens de openbare terechtzitting, noch erna, werd aangekondigd aan een der partijen en slechts per toeval werd vastgesteld door de advocaten van de beschuldigden, de griffier en de procureur-generaal en de deurwaarders bij het hof van assisen, die de vergadering niet konden bijwonen."
- Het arrest wijst op grond van het geheel van de feitelijke redenen die het vermeldt, dat verzoek tot wraking af en beslist het debat zonder verwijl verder te zetten.
- In zoverre de redenen van dat arrest het initiatief en de handelwijze van de voorzitter en de bekritiseerde ontmoeting met de gezworenen betreffen, bestaan zij praktisch uitsluitend uit de opsomming van feitelijke vaststellingen en omstandigheden die niet blijken uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, inzonderheid het proces-verbaal van de terechtzittingen van 13 september 2006 en 14 september
- Het betreft evenmin gegevens van algemene bekendheid of algemene ervaring. De rechters laten aldus hun oordeel over de gegrondheid van het verzoek tot wraking op doorslaggevende wijze steunen op feitelijke gegevens die de partijen niet kenden bij de behandeling ter terechtzitting van dat verzoek en waarover zij derhalve geen verweer konden voeren. De beslissing is niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Eerste, derde en vierde middel
- De middelen kunnen niet tot cassatie zonder verwijzing leiden en behoeven mitsdien geen antwoord. Middelen van M.V. L.
- De middelen betreffen het cassatieberoep IV tegen het tussenarrest van 14 september 2006 dat, op grond van het geheel van de feitelijke redenen die het vermeldt, het verzoek van de eiseres tot wraking van alle gezworenen afwijst en dat beslist het debat zonder verwijl verder te zetten. Vierde middel
- Het middel voert miskenning aan van het recht op tegenspraak van de beschuldigde.
- Het middel is gegrond om de redenen vermeld in het antwoord op het gelijkluidende tweede middel van A. H.. Eerste, tweede en derde middel
- De middelen kunnen niet tot cassatie zonder verwijzing leiden en behoeven mitsdien geen antwoord. Omvang van de cassatie
- De vernietiging van het tussenarrest van 14 september 2006 dat de verzoeken tot wraking van de eisers afwijst en dat het debat verder zet, leidt tot de vernietiging van de arresten van 20 september 2006 (uitspraak over de tegen de eisers ingestelde strafvordering) en van 20 oktober 2006 (uitspraak over de tegen de eisers ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen), die het gevolg daarvan zijn. De omstandigheid dat de eiser (A. H.) geen cassatieberoep heeft ingesteld tegen het arrest van 20 oktober 2006, doet daaraan niet af. Ambtshalve onderzoek van het verwijzingsarrest.
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt de arresten van het Hof van Assisen van de provincie Antwerpen van 14 september 2006 (tussenarrest), van 20 september 2006 (beslissingen op de strafvordering) en van 20 oktober 2006 (beslissingen op de burgerlijke rechtsvorderingen). Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten. Laat wat de cassatieberoepen I, II, III, IV en VI betreft, de kosten ten laste van de Staat. Verwerpt het cassatieberoep V. Veroordeelt de eiseres in de kosten ervan. Verwijst de zaak naar het Hof van Assisen van de provincie Limburg. Begroot de kosten in het geheel op 582,52 euro waarvan eiseres 85,34 euro verschuldigd is (cassatieberoep V). Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren, Luc Huybrechts, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 13 februari 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070213.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190116.2 ECLI:BE:CASS:2025:CONC.20250916.2N.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970204.5 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.12 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020626.22 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020925.11 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021120.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160504.2 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160913.6 ECLI:BE:CASS:2023:ARR.20230628.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div