← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070219.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070219.1 Rolnummer: S.06.0003.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Sociale-zekerheidsrecht Invoerdatum: 2007-07-20 Raadplegingen: 197 - laatst gezien 2026-07-03 06:47 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Met de term 'uitkeringen' heeft de wetgever in artikel 42, derde lid, Arbeidsongevallenwet, alle bedragen bedoeld die krachtens deze wet verschuldigd zijn, ongeacht de schuldenaar ervan. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Allerlei UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Schadeloosstelling - Betaling - Interesten - Uitkeringen - Begrip Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - Art. 42, derde lid Fiche 2 Er is van rechtswege interest verschuldigd op de door de verzekeringsinstelling ziekte en invaliditeit betaalde vergoedingen van medische, farmaceutische, heelkundige en verplegingskosten vanaf de betaling ervan, wanneer deze verzekeringsinstelling van de wetsverzekeraar of desgevallend van het Fonds voor arbeidsongevallen, de terugbetaling vordert van deze vergoedingen. Thesaurus CAS: ARBEIDSONGEVAL - VERGOEDING - Allerlei UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIALE ZEKERHEID - Arbeidsongeval - Uitkering Vrije woorden: Vordering tot terugbetaling - Ziekte- en invaliditeitsverzekering - Geneeskundige verzorging - Kosten - Interesten - Arbeidsongevallenverzekeraar - Fonds voor Arbeidsongevallen Wettelijke bepalingen: Wet - 10-04-1971 - Artt. 41, tweede lid, en 42, derde lid Annotaties Publicaties: R.A.G.B. - V. DE LANGHE; Uitkeringen in het arbeidsongevallenrecht: een ruim begrip. - 2007-2008, 114 Tekst van de beslissing Nr. S.06.0003.N FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, met zetel te 1050 Brussel, Troonstraat 100, eiser, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, erkende verzekeringsinstelling, met zetel te 1030 Schaarbeek, Haachtsesteenweg 579, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 10 februari 2005 gewezen door het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in een verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 1153 van het Burgerlijk Wetboek; - de artikelen 28, 41 en 42, eerste en derde lid, van de wet van 10 april 1971 betreffende de arbeidsongevallen; - artikel 136, § 2, vierde lid, van de wet van 14 juli

  1. Aangevochten beslissing Het bestreden arrest verklaart het hoger beroep van de verweerder gegrond, vernietigt het bestreden vonnis van 16 maart 2004 van de Arbeidsrechtbank te Brugge in zoverre het slechts verwijlinteresten toekende op de sommen overeenstemmend met de door de verweerder betaalde gezondheidszorgen, en zegt voor recht dat op diezelfde sommen wettelijke interesten verschuldigd zijn vanaf 1 januari 1997 tot 13 januari
  2. Het arrest steunt deze beslissing op de volgende overwegingen: ¿Artikel 42, derde lid, van de Arbeidsongevallenwet bepaalt dat op de in deze wet bedoelde uitkeringen van rechtswege interest verschuldigd is vanaf het ogenblik waarop ze eisbaar worden. Zowel de arbeidsongevallenuitkeringen, de rente bij dodelijk arbeidsongeval, de andere renten en bijslagen bij tijdelijke of blijvende arbeidsongeschiktheid, evenals de andere uitkeringen zoals medische, farmaceutische, heelkundige en verplegingskosten, verplaatsingskosten, worden bedoeld (...). Er dient verwezen te worden naar de aanbeveling die de Raad van State heeft geformuleerd bij het geven van zijn advies over het wetsontwerp (¿). In verband met de bepaling die de betaling van de tijdelijke vergoedingen regelt, merkt de Raad van State op dat die vergoedingen geen loon zijn, maar niettemin betaalbaar zijn op dezelfde tijdstippen als het loon. Aangezien de Loonbeschermingswet in het van rechtswege verschuldigd zijn van interest voorziet, verdient het aanbeveling een soortgelijke bepaling in de Arbeidsongevallenwet op te nemen, aldus de Raad van State. Deze aanbeveling werd door de wetgever gevolgd. Aangezien die aanbeveling enkel betrekking heeft op de betaling van de tijdelijke vergoedingen, en bovendien duidelijk naar de Loonbeschermingswet verwijst, stelt zich uiteraard de vraag of zij ook andere vergoedingen beoogt, die niet loonvervangend zijn. Er werd inderdaad reeds beslist dat ook de bijslagen ten laste van het Fonds voor arbeidsongevallen uitkeringen zijn, waarop de in artikel 42, derde lid, van de Arbeidsongevallenwet (bepaalde) interest verschuldigd is. Gelet op de algemene bewoordingen van artikel 42, derde lid, van de Arbeidsongevallenwet en niettegenstaande de aanbeveling van de Raad van State werd gedaan naar aanleiding van de tijdelijke vergoedingen, heeft de bepaling betrekking op alle uitkeringen waarin onder hoofdstuk II, ¿Schadeloosstelling', is voorzien. In de tekst is, zoals de Raad van State aanbeval, geen sprake van ¿de in deze wet bedoelde uitkeringen', wat op meer dan één uitkering kan wijzen. In de overige bepalingen van de arbeidsongevallenwet wordt het woord ¿vergoeding(en)' gebruikt. Enkel in het derde lid van artikel 42 is sprake van ¿uitkeringen'. Er kan evenwel niet aan worden getwijfeld dat met ¿uitkeringen' de in de wet bedoelde vergoedingen worden bedoeld. In de Franse tekst wordt steeds ¿indemnités' gebruikt. Aangezien de vergoedingen van medische, farmaceutische, heelkundige en verplegingskosten uitkeringen zijn als bedoeld in de Arbeidsongevallenwet, is dan ook interest van rechtswege verschuldigd (¿). Deze redenering vindt overigens steun in het feit dat het ziekenfonds of de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, overeenkomstig artikel 136, §2, vierde lid, van de wet van 14 juli 1994, gesubrogeerd is in de rechten van het slachtoffer. De subrogatie heeft niet enkel het door de verzekeringsinstelling verleend bedrag tot voorwerp, maar tevens het geheel van de rechten en vorderingen welke door de rechtshebbende uit hoofde van de geleden schade had kunnen uitoefenen tegen degene die de schade moet vergoeden. Wanneer bijgevolg de sommen die aan de rechthebbende ter vergoeding van de schade verschuldigd waren, rente opbrengen, kan de verzekeringsinstelling ingevolge de subrogatie aanspraak maken op intresten tegen dezelfde voet en berekend op dezelfde bedragen, die zij vordert uit hoofde van indeplaatsstelling. De vergoedingen voor medische kosten of gezondheidszorgen zijn derhalve eisbaar de dag dat de gesubrogeerde ziekteverzekeraar die kosten heeft betaald, zodat van dan af door de arbeidsongevallenverzekeraar interesten verschuldigd zijn. Er is geen reden om van deze gevestigde rechtspraak af te wijken. Bovendien wordt deze rechtspraak bijgetreden door de rechtsleer, die eveneens een ruime betekenis geeft aan het begrip ¿uitkeringen' in artikel 42, derde lid, van de Arbeidsongevallenwet (¿). De redenering van de door (eiser) aangehaalde rechtspraak om een onderscheid te maken tussen vergoedingen en medische kosten wordt door dit (arbeidshof) niet onderschreven¿. (arrest, pp. 6-7). Grieven
  3. Krachtens artikel 28 van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 heeft de getroffene van een arbeidsongeval recht op de geneeskundige, heelkundige, farmaceutische en verplegingszorgen en, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, op de prothesen en orthopedische toestellen die ingevolge het ongeval nodig zijn. Krachtens artikel 41, tweede lid, van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 worden de vergoedingen van medische, farmaceutische, heelkundige en verplegingskosten betaald aan degene die deze kosten heeft gedragen. Krachtens artikel 42, eerste lid, van diezelfde wet zijn de tijdelijke vergoedingen betaalbaar door de verzekeraar op dezelfde tijdstippen als het loon; het derde lid van diezelfde bepaling stelt dat op de in deze wet bedoelde uitkeringen van rechtswege interest verschuldigd is vanaf het ogenblik waarop zij eisbaar worden. Overeenkomstig artikel 136, §2, vierde lid, van de bij koninklijk besluit van 14 juli 1994 gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen treedt de verzekeringsinstelling rechtens in de plaats van de rechthebbende en geldt deze indeplaatsstelling tot beloop van het bedrag van de verleende prestaties, voor het geheel van de sommen die krachtens een Belgische wetgeving, een buitenlandse wetgeving of het gemeen recht verschuldigd zijn en die de schade voortvloeiend uit o.a. ziekte waarvoor werkelijk schadeloosstelling is verleend, geheel of gedeeltelijk vergoeden.
  4. Uit de feitelijke vaststellingen van het arrest en de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de vordering van de verweerder er in hoger beroep enkel toe strekte de betaling van wettelijke intresten te bekomen op het bedrag (6.761,10 euro) dat hij als wettelijk gesubrogeerde in de rechten van het slachtoffer van het arbeidsongeval had gedragen voor de door dat slachtoffer genoten gezondheidszorgen. Deze vordering strekte derhalve niet tot het bekomen van ¿tijdelijke vergoedingen¿ of ¿uitkeringen¿ in de zin van respectievelijk artikel 42, eerste en derde lid van de Arbeidsongevallenwet, doch wel tot de terugbetaling van kosten die door de verweerder werden gedragen en die aan hem als gesubrogeerde moeten worden terugbetaald krachtens artikel 41, tweede lid, van de Arbeidsongevallenwet.
  5. Deze indeplaatsstelling heeft tot voorwerp, niet het bedrag van de door de verzekeraar geleverde prestaties, maar het geheel van de rechten en vorderingen welke de rechthebbende krachtens het gemeen recht of een andere wetgeving uit hoofde van de geleden schade had kunnen uitoefenen ten opzichte van degene die de schade moet vergoeden, zodat wanneer de sommen die aan de rechthebbende tot vergoeding van zijn schade verschuldigd waren, rente opbrengen, de verzekeraar aanspraak heeft op rente. Echter, aangezien het slachtoffer krachtens voornoemd artikel 28 van de Arbeidsongevallenwet recht heeft op die medische zorgen - en dus geen recht heeft op de betaling van een bepaalde geldsom in de zin van artikel 1153, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek die hem in staat moet stellen die medische kosten te dragen - kan de in zijn rechten gesubrogeerde verzekeraar van die kosten weliswaar de terugbetaling vorderen krachtens artikel 41, tweede lid, van de Arbeidsongevallenwet, doch geen aanspraak maken op wettelijke rente op geldsommen die overeenstemmen met het bedrag van die medische kosten, aangezien datgene waarop het slachtoffer recht heeft, namelijk ¿medische zorgen¿, geen rente oplevert en de gesubrogeerde geen grotere aanspraak kan laten gelden dan deze van het slachtoffer.
  6. Door te oordelen dat de verweerder recht heeft op de wettelijke interesten op het bedrag van de door het slachtoffer genoten gezondheidszorgen, zonder dat de toekenning hiervan afhankelijk is van een voorafgaande vraag tot betaling van de verschuldigde som: - schendt het bestreden arrest de artikelen 1153, in het bijzonder eerste en derde lid van het Burgerlijk Wetboek, 28, 41, tweede lid, en 42, eerste en derde lid, van de Arbeids-ongevallenwet, aangezien de terugbetaling van medische zorgen geen ¿uitkeringen¿ in de zin (van) artikel 42, derde lid, van de Arbeidsongevallenwet uitmaken waarop interest verschuldigd is vanaf de dag waarop ze eisbaar worden, doch krachtens artikel 41, tweede lid, en 1153 van het Burgerlijk Wetboek slechts vergoed worden nadat diegene die deze gemaakt heeft, hierom gevraagd heeft; - schendt het arrest artikelen 28 van de Arbeidsongevallenwet en 136, §2, vierde lid, van de bij koninklijk besluit van 14 juli 1994 gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, aangezien het aldus aan de verweerder méér toekent dan datgene waarop het slachtoffer recht heeft, met name doordat het aan de verweerder wettelijke interesten toekent op geldsommen die overeenstemmen met de genoten gezondheidszorgen, hoewel het slachtoffer slechts recht heeft op medische zorgen die uit hun aard geen interesten opbrengen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  7. Krachtens artikel 42, derde lid, van de Arbeidsongevallenwet, is op de in deze wet bedoelde uitkeringen van rechtswege interest verschuldigd vanaf het ogenblik waarop zij eisbaar worden. Deze wetsbepaling is een afwijking op artikel 1153, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek.
  8. Met de term ¿uitkeringen¿ heeft de wetgever in voormeld artikel 42, derde lid, alle bedragen bedoeld die krachtens de Arbeidsongevallenwet verschuldigd zijn, ongeacht de schuldenaar ervan.
  9. Dienvolgens is de bedoelde interest ook van rechtswege verschuldigd op de in artikel 41, tweede lid, van de Arbeidsongevallenwet door de verzekerings-instelling betaalde vergoedingen van medische, farmaceutische, heelkundige en verplegingskosten vanaf de betaling ervan, wanneer deze verzekeringsinstelling van de wetsverzekeraar of desgevallend van de eiser de terugbetaling vordert van deze vergoedingen.
  10. Het middel faalt naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten begroot op de som van 76,76 euro jegens de eisende partij en op de som van 76,76 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix, Eric Stassijns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van negentien februari tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070219.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:AHANT:2008:ARR.20081117.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.