id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 20 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070220.2 Rolnummer: P.06.1377.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Belastingrecht - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2007-03-09 Raadplegingen: 835 - laatst gezien 2026-07-03 23:30 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Bij de strafrechter wordt geen omschrijving van een misdrijf aanhangig gemaakt, maar de bepaalde feitelijke strafbare gedraging die de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt, bedoelt
(1).
(1)Zie: Cass., 5 sept. 2006, AR P.06.0649.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6, nr ... met noot M.T. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Adiëren van de strafrechter - Akte van aanhangigmaking - Voorwerp Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Adiëren van de strafrechter - Akte van aanhangigmaking - Voorwerp Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 5 Het is de strafrechter die onaantastbaar uitmaakt welke bepaalde feitelijke strafbare gedraging in de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt wordt bedoeld en die desnoods, met inachtneming van het recht van verdediging, daaraan zijn juiste omschrijving geeft; dat de door de strafrechter omschreven strafbare gedraging min of meer andere feitelijke omstandigheden omvat dan deze vermeld in de oorspronkelijke akte die de zaak bij de strafrechter aanhangig maakt, doet geen afbreuk aan de regelmatigheid van de aanhangigmaking
(1)
(2).
(1)Zie: Cass., 5 sept. 2006, AR P.06.0649.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6, nr ... met noot M.T.
(2)Zie: Cass., 19 jan. 1999, AR P.97.0599.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990119.2, nr 30. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Strafvordering - Akte van aanhangigmaking - Voorwerp - Heromschrijving - Andere feitelijke omstandigheden dan deze vermeld in de akte van aanhangigmaking - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Adiëren van de strafrechter - Akte van aanhangigmaking - Voorwerp - Heromschrijving - Andere feitelijke omstandigheden dan deze vermeld in de akte van aanhangigmaking - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Adiëren van de strafrechter - Akte van aanhangigmaking - Voorwerp - Heromschrijving - Andere feitelijke omstandigheden dan deze vermeld in de akte van aanhangigmaking - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 129, eerste lid, 130, 160, en 182 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 6 - 7 De rechter vermag zich zelf niet te vatten van een strafbare gedraging die de akte die de zaak bij hem aanhangig maakte, niet heeft bedoeld
(1)
(2).
(1)Zie: Cass., 4 sept. 1959, A.C., 1960, I, 10.
(2)Zie: Cass., 13 sept. 2005, AR P.05.0657.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41, nr 430. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - STRAFZAKEN - Strafvordering Vrije woorden: Saisine van de strafrechter Thesaurus CAS: STRAFVORDERING Vrije woorden: Saisine van de strafrechter Fiches 8 - 9 Het behoort tot het onaantastbaar oordeel van de feitenrechter uit te maken welke de strafbare gedraging is die de akte die de zaak bij hem aanhangig maakte, bedoelt; het Hof kan alleen nagaan of de rechter van de akte van aanhangigmaking geen uitlegging geeft die met de bewoordingen ervan onverenigbaar is
(1).
(1)Zie: Cass., 13 sept. 2005, AR P.05.0657.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41, nr 430. Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER Vrije woorden: Strafzaken - Strafvordering - Akte van aanhangigmaking - Feitelijke strafbare gedraging - Onaantastbaar oordeel van de feitenrechter welke gedraging in de akte van aanhangigmaking wordt bedoeld - Hof van Cassatie - Bevoegdheid van het Hof - Marginale toetsing Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei Vrije woorden: Strafzaken - Strafvordering - Feitenrechter - Akte van aanhangigmaking - Feitelijke strafbare gedraging - Onaantastbaar oordeel van de feitenrechter welke gedraging in de akte van aanhangigmaking wordt bedoeld - Marginale toetsing Fiches 10 - 11 Wetswijzigingen betreffende de accijnsschuld hebben geen onmiddellijke werking ten aanzien van de voor de inwerkingtreding van de gewijzigde bepalingen definitief verschuldigde maar nog niet betaalde accijns; ze hebben slechts betrekking op de accijnsschuld die na de inwerkingtreding van de gewijzigde wetsbepalingen is ontstaan
(1).
(1)Cass., 18 april 2006, AR P.05.1561.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060411.1, nr ... met conclusie O.M. Thesaurus CAS: DOUANE EN ACCIJNZEN Vrije woorden: Accijnsschuld - Wijzigende wet - Werking van de wet in de tijd - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2 Wet - 10-06-1997 - Art. 42 Wet - 03-04-1997 - Art. 15 Wet - 22-12-2003 - Artt. 320 en 324 Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - WERKING IN DE TIJD EN IN DE RUIMTE Vrije woorden: Douane en accijnzen - Accijnsschuld - Wijzigende wet - Werking in de tijd - Gevolg Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 2 Wet - 10-06-1997 - Art. 42 Wet - 03-04-1997 - Art. 15 Wet - 22-12-2003 - Artt. 320 en 324 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1377.N PROIOS MARITIME nv, met zetel te 2070 Zwijndrecht, Westpoort 51-59, beklaagde, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, en met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, voor wie optreedt de directeur der Douane en Accijnzen van de provincie Antwerpen, Kattendijkdok-Oostkaai 22, vervolgende partij, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 27 september
- De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vijf middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Bij de strafrechter wordt geen omschrijving van een misdrijf aanhangig gemaakt, maar de bepaalde feitelijke strafbare gedraging die de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt, bedoelt. Het is de strafrechter die uitmaakt welke bepaalde feitelijke strafbare gedraging wordt bedoeld en die desnoods, met inachtneming van het recht van verdediging, daaraan zijn juiste omschrijving geeft. Dat de door de strafrechter omschreven strafbare gedraging min of meer andere feitelijke omstandigheden omvat dan deze vermeld in de oorspronkelijke akte die de zaak bij hem aanhangig maakt, doet geen afbreuk aan de regelmatigheid van die aanhangigmaking. Alleen vermag de rechter zich niet zelf te vatten van een strafbare gedraging die de akte die de zaak bij hem aanhangig maakte, niet heeft bedoeld.
- Het onderdeel dat aanvoert dat met de strafbare gedraging die in de door de verweerder uitgebrachte rechtstreekse dagvaarding werd omschreven als "aangifte onder een verkeerde benaming" van bepaalde goederen geen sluikinvoer werd bedoeld, vraagt een beoordeling van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het behoort tot het onaantastbare oordeel van de feitenrechter uit te maken welke de strafbare gedraging is die de akte die de zaak bij hem aanhangig maakt, bedoelt. Het Hof kan alleen nagaan of de rechter van de akte van aanhangigmaking geen uitlegging geeft die met de bewoording ervan onverenigbaar is.
- Door te oordelen dat de in de rechtstreekse dagvaarding als "aangifte onder verkeerde benaming" omschreven feiten van invoer van goederen moet worden heromschreven als sluikinvoer van die goederen, geven de rechters van de oorspronkelijke dagvaarding een uitlegging die met de bewoording ervan niet onverenigbaar is. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel Eerste onderdeel
- Dat een dader wetens en willens heeft gehandeld, moet getoetst worden aan de concrete persoon en het misdrijf dat hem wordt verweten.
- Het wetens en willens handelen kan erin bestaan dat een erkend douane-expediteur die tussenkomt bij de inklaring en aflevering van goederen waarvan hij als professioneel weet of redelijkerwijze moet weten dat hij aldus noodzakelijke hulp verleent aan een misdrijf, niettemin deze hulp verleent. Door de eiseres op dergelijke grond schuldig te verklaren, schendt het bestreden arrest artikel 220 AWDA niet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
- Het bestreden arrest stelt "wetens en willens" handelen niet gelijk met handelen zonder dwaling of dwang, maar erkent alleen dat dwaling of dwang de schuld kunnen wegnemen van hij die wetens en willens handelt. Het onderdeel berust op een verkeerde lezing van het bestreden arrest en mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Het bestreden arrest bespreekt het geheel van feitelijke gegevens waarop het oordeelt dat de eiseres wetens en willens en daarbij zonder dwaling of dwang handelde. Het geheel van de desbetreffende overwegingen van het bestreden arrest laat maar één uitleg toe waarvan het Hof de wettigheid kan toetsen. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Het bestreden arrest zegt niet dat voor de bestraffing van het misdrijf waaraan het de eiseres schuldig verklaart, geen verzachtende omstandigheden kunnen worden aangenomen. Het middel dat opkomt tegen een beslissing die het bestreden arrest niet bevat, is niet ontvankelijk.
- Er is geen grond tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Arbitragehof in verband met een middel dat niet ontvankelijk is. Vierde middel
- Krachtens het algemeen rechtsbeginsel inzake de niet-terugwerkende kracht van een wet, is de nieuwe wet in beginsel niet alleen van toepassing op toestanden die na haar inwerkingtreding ontstaan, maar ook op toekomstige gevolgen van de onder de vroegere wet ontstane toestanden die zich voordoen of die voortduren of waarvan de gevolgen voortduren onder vigeur van de nieuwe wet, voor zover die toepassing geen afbreuk doet aan reeds onherroepelijk vastgestelde rechten.
- Volgens het artikel 42 van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop en het artikel 15 van de wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, respectievelijk gewijzigd door de artikelen 320 en 324 van de Programmawet van 22 december 2003, is de accijns verschuldigd op de accijnsproducten naar aanleiding van de vaststelling van een overtreding op basis van hetzij het vermelde artikel 42 hetzij het vermelde artikel 15, niet opeisbaar wanneer die producten effectief worden in beslag genomen en naderhand worden verbeurd verklaard of, bij wege van transactie, aan de Schatkist worden afgestaan. Deze wetswijzigingen betreffen niet de straf voor de overtreding maar de accijnsschuld. Ze hebben geen onmiddellijke werking op de vóór de inwerkingtreding van de gewijzigde wetsbepalingen definitief verschuldigde maar nog niet betaalde accijns. Ze hebben slechts betrekking op de accijnsschuld die na de inwerkingtreding van de gewijzigde wetsbepalingen is ontstaan. Het middel faalt naar recht. Vijfde middel Eerste onderdeel
- Het bestreden arrest weigert de door de eiseres opgeworpen vraag te stellen aan het Arbitragehof, omdat die vraag, naar zijn oordeel, verplicht, enerzijds, een communautaire rechtsregel, namelijk artikel 233 van het Communautair Douanewetboek, anderzijds, een nationale rechtsregel te toetsen. Met deze overweging geeft het bestreden arrest van de beroepsconclusie van de eiseres een uitlegging die met de bewoording ervan niet onverenigbaar is. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert schending aan van de grondwettelijke regels van de gelijkheid en non-discriminatie en vraagt het Arbitragehof daarover volgende prejudiciële vraag te stellen. "Schenden artikel 42, lid 1, van de Wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijns producten, het voorhanden hebben en het verkeer daarvan en de controles daarop, vervangen door artikel 320 van de Programmawet van 22 december 2003, evenals artikel 15, lid 1, van de Wet van 3 april 1997 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, zoals vervangen door artikel 324 van de Programmawet van 22 december 2003, in die zin geïnterpreteerd dat deze bepalingen geen toepassing vinden op feiten die zich hebben voorgedaan vóór 10 januari 2004, doch waarbij slechts tot verbeurdverklaring van de accijnsgoederen wordt overgegaan na deze datum, het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, geformuleerd door de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat personen die vervolgd worden voor inbreuken op de accijnswetgeving gehouden blijven tot betaling van de accijnsschuld met betrekking tot bepaalde goederen die verbeurdverklaard worden, terwijl personen die voor diezelfde feiten vervolgd worden voor inbreuken op de douanewetgeving wel genieten van het tenietgaan van de douaneschuld bij een verbeurdverklaring van de goederen waarop deze schuld betrekking heeft?". Het onderdeel dat verwijst naar de douanewetgeving zonder te preciseren welke bepalingen daarvan het bedoelt, is bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.
- Er is geen grond tot het stellen van een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof in verband met een middel dat niet ontvankelijk is. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 129,23 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 20 februari 2007 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070220.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090303.9 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100520.8 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150210.1 ECLI:BE:CASS:2017:CONC.20170503.2 ECLI:BE:CASS:2022:CONC.20220525.2F.3 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260203.2N.11 precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990119.2 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050913.41 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060411.1 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.1 ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20110524.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140527.1 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160419.1 ECLI:BE:CASS:2017:ARR.20170502.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div