id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 februari 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070227.1 Rolnummer: P.07.0108.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-03-09 Raadplegingen: 662 - laatst gezien 2026-07-03 21:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De naleving van de termijnen, bepaald in artikel 3, § 4 en § 5, Wet voorwaardelijke invrijheidstelling, is geen substantiële vormvereiste en de overschrijding ervan leidt niet tot nietigheid van de beslissing tot verwerping van de invrijheidstelling
(1).
(1)Cass., 14 juni 2000, AR P.00.0513.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000614.18, nr 365; Cass., 10 dec. 2003, AR P.03.1395.F ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031210.10, nr 637; Cass., 17 maart 2004, AR P.04.0210.F ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040317.12, nr 151. Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Termijnen - Sanctie Wettelijke bepalingen: Wet - 05-03-1998 - Art. 3, §§ 4 en 5 Fiche 2 Geen wettelijke bepaling staat eraan in de weg dat de Commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling, na een vorige beslissing tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, in een andere samenstelling de zaak opnieuw behandelt en over het voorstel beslist
(1).
(1)Zie Cass., 20 sept. 2000, AR P.00.1156.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.10, nr
- Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling - Samenstelling Fiche 3 De omstandigheid dat een werkend rechter van de rechtbank van eerste aanleg voltijds werkzaam is als voorzitter van een Commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling, doet geen afbreuk aan zijn hoedanigheid van rechter in de rechtbank van eerste aanleg. Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING Vrije woorden: Commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling - Hoedanigheid van voorzitter Wettelijke bepalingen: Wet - 18-03-1998 - Artt. 3 en 4, § 3, derde lid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0108.N H A D, veroordeelde, gedetineerd, verzoeker tot voorwaardelijke invrijheidstelling, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de Commissie voor de voorwaardelijke invrijheidstelling van het rechtsgebied van het Hof van Beroep te Brussel, van 17 januari
- De eiser voert in een brief die aan dit arrest is gehecht, een reeks grieven aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Procureur-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. FEITEN Op 9 november 2006 wordt het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser door de commissie in beraad genomen en voor uitspraak gesteld op 22 november
- Op 22 november 2006 wordt beslist dat de behandeling van het voorstel wordt uitgesteld. Op 4 januari 2007 wordt het voorstel opnieuw behandeld door een anders samengestelde commissie en in beraad genomen. Tenslotte wordt bij beslissing van 17 januari 2007 het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling afgewezen. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Onderzoek van de grieven Eerste grief De grief dat het personeelscollege dat op 18 januari 2005 advies uitbracht, niet volledig samengesteld was, is niet gericht tegen de bestreden beslissing. Hij is niet ontvankelijk. Tweede grief Wanneer het personeelscollege een positief advies verleent, stelt de directeur van de gevangenis een voorstel inzake voorwaardelijke invrijheidstelling op (artikel 3, ,§ 3, Wet Voorwaardelijke Invrijheidstelling). De directeur moet zijn voorstel binnen tien dagen nadat het personeelscollege het advies heeft uitgebracht, zenden aan de minister en aan het parket dat de vervolging heeft uitgeoefend (artikel 3, ,§ 4, Wet Voorwaardelijke Invrijheidstelling). Het voorstel zal dan door de minister samen met zijn advies en dat van het parket binnen twee maanden na ontvangst gezonden worden aan de bevoegde commissie (artikel 3, ,§ 5, Wet Voorwaardelijke Invrijheidstelling). De naleving van deze termijn is geen substantiële vormvereiste, en de overschrijding van deze termijn leidt niet tot nietigheid van de beslissing tot verwerping van de invrijheidstelling. De grief kan niet worden aangenomen. Derde grief De grief dat de houding van de voorzitter ten aanzien van een familielid van het slachtoffer een schijn van partijdigheid opwekte, vereist een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Vierde en vijfde grief De grieven voeren aan dat zonder de instemming van de betrokkene of van zijn raadsman, niet alle leden van de commissie alle zittingen tot behandeling van het voorstel tot voorwaardelijke invrijheidstelling hebben bijgewoond daar op zitting van 4 januari 2007 een andere assessor dan op de vorige zitting van 9 november 2006 aanwezig was. Artikel 6, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 februari 1999 houdende uitvoeringsmaatregelen inzake de voorwaardelijke invrijheidstelling bepaalt dat alleen de leden van de commissie die alle zittingen hebben bijgewoond waarop een welbepaalde zaak werd onderzocht, rechtsgeldig over die zaak kunnen beraadslagen en beslissen. Geen wettelijke bepaling staat eraan in de weg dat de commissie, na een vorige beslissing tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, in een andere samenstelling de zaak opnieuw behandelt en over het voorstel beslist. Aldus vormt de op 22 november 2006 genomen beslissing tot uitstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling, waarbij de assessor De Brabandere niet betrokken was, een zelfstandige beslissing. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan blijkt dat de behandeling op de zitting van 4 januari 2007 en de daarbij aansluitende beslissing tot afwijzing van 17 januari 2007, door dezelfde leden van de commissie werden bijgewoond. De grief kan niet worden aangenomen. Zesde grief De grief vereist een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. De grief is niet ontvankelijk. Zevende grief De grief voert aan dat de voorzitter van de nederlandstalige commissie van Brussel voltijds voor de commissie werkt en aldus geen werkend rechter is van de rechtbank van eerste aanleg, zoals nochtans door de wet wordt vereist. Overeenkomstig artikel 3 Wet Commissies Voorwaardelijke Invrijheidstelling bestaat de commissie onder meer uit een werkend rechter van de rechtbank van eerste aanleg, die overeenkomstig artikel 4, ,§ 1, van dezelfde wet de commissie voorzit. Krachtens artikel 4, ,§ 3, derde lid, Wet Commissies Voorwaardelijke Invrijheidstelling behoudt deze rechter zijn plaats op de ranglijst van de rechtbank en blijft hij zijn wedde als rechter met de daaraan verbonden verhogingen en voordelen genieten. De omstandigheden dat deze rechter voltijds werkzaam is als voorzitter van een commissie voorwaardelijke invrijheidstelling, doet geen afbreuk aan zijn hoedanigheid van rechter in de rechtbank van eerste aanleg. De grief faalt naar recht. Achtste grief De eiser, die op ontvankelijke wijze het hem door de wet geboden rechtsmiddel aanwendt, heeft geen belang om aan te voeren dat hij van deze mogelijkheid niet voorafgaandelijk werd ingelicht. De grief is niet ontvankelijk. Negende, tiende en elfde grief De grieven komen geheel op tegen de onaantastbare beoordeling in feite van de commissie dat er contra-indicaties bestaan tegen de voorwaardelijke invrijheidstelling van de eiser, en verplichten het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. De grieven zijn niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 27 februari 2007 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, in aanwezigheid van procureur-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070227.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2018:CONC.20180418.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000614.18 ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000920.10 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031210.10 ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20040317.12 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070828.3 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120131.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div