id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 02 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070302.3 Rolnummer: C.06.0148.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 515 - laatst gezien 2026-07-03 11:13 Versie(s): Vertaling FR Fiche In de regel kan de stakingsrechter enkel de staking bevelen van een inbreuk op de eerlijke handelspraktijken waarvan hij het bestaan vaststelt; dit sluit echter niet uit dat hij vaststelt dat een bepaalde daad een dergelijke inbreuk vormt en vervolgens niet alleen de daad als zodanig verbiedt, maar tevens, binnen de grenzen van wat gevorderd werd, de staking beveelt van de onrechtmatige praktijken die eraan ten grondslag liggen, dit ten einde herhaling van dezelfde of vergelijkbare inbreuken te voorkomen
(1).
(1)Zie Cass., 17 juni 2005, AR C.04.0274.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050617.14, nr
- Thesaurus CAS: HANDELSPRAKTIJKEN UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - HANDELSPRAKTIJKEN - Toepassing en bestraffing Vrije woorden: Stakingsrechter - Bevoegdheid Wettelijke bepalingen: Wet - 14-07-1991 - Art. 95 - 30 ELI link Pub nr 1991011261 Annotaties Publicaties: R.D.C./T.B.H. - Julie VAN NUFFEL; Hoe ruim een stakingsbevel kan zijn? - 2008, 418-421 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0148.N
- DISTRIBUTED PROGRAMS, naamloze vennootschap, met zetel te 1953 Strombeek-Bever, Verbeytstraat 63/B/9,
- HELIX TECHNOLOGIES, naamloze vennootschap, met zetel te 9070 Heusden-Destelbergen, Helstwegel 1,
- INSURANCE INFORMATION SYSTEMS & TECHNOLOGIES, naamloze vennootschap, met zetel te 1190 Vorst, Guillaume van Haelenlaan 67, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen PORTIMA, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Terhulpensesteenweg 150, verweerster, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 29 november 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 23, 3°, 4°, 6° en 7°, 23bis, 93 en 95, inzonderheid eerste lid, van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. Aangevochten beslissingen Na in het bestreden arrest te hebben vastgesteld dat de campagne onder de naam Open Platform Group een inbreuk uitmaakt op de artikelen 23, 3°, 4°, 6° en 7°, 23bis en 93 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, veroordeelt het hof van beroep de eiseressen tot het staken van de campagne onder de naam Open Platform Group en de publicatie ervan op hun websites, alsook van elke andere campagne waarin er misleidende reclame of denigrerende informatie wordt verstrekt over de verweerster, haar producten of haar diensten, of waarin er denigrerende uitlatingen worden gedaan over de verweerster, haar producten of haar diensten, of waarin de verweerster zonder enige noodzaak vernoemd wordt, of waarin de verweerster, haar producten of haar diensten worden vergeleken met andere ondernemingen, hun producten of diensten, zonder dat deze vergelijking op objectieve wijze gebeurt en betrekking heeft op één of meer relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze producten of diensten, alsook van elke andere oproep tot en/of het voeren van een boycot van de producten en diensten van de verweerster en legt het hof van beroep een dwangsom op van 10.000 euro voor elke dag dat het stakingsbevel geheel of gedeeltelijk niet wordt nageleefd, en dit vanaf de dag van de betekening van het bestreden arrest, en beveelt het de publicatie van het dispositief van het bestreden arrest, op kosten van de eiseressen, in het eerstvolgende nummer van het vaktijdschrift ¿De Verzekeringswereld¿, op grond van de redenen: ¿Gelet op de door het hof vastgestelde inbreuken, past het de staking te bevelen van de gevoerde campagne onder de benaming Open Platform Group en van de publicatie ervan op de websites van (de eiseressen), alsook van elke andere campagne waarin er misleidende of denigrerende informatie wordt verstrekt over (de verweerster), haar producten of haar diensten, of waarin er denigrerende uitlatingen worden gedaan over (de verweerster), haar producten of haar diensten, of waarin (de verweerster) zonder enige noodzaak vernoemd wordt, of waarin (de verweerster), haar producten of haar diensten worden vergeleken met andere ondernemingen, hun producten of diensten, zonder dat deze vergelijking op objectieve wijze gebeurt en betrekking heeft op één of meer relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze producten of diensten, alsook van elke andere oproep tot en/of het voeren van een boycot van de producten en diensten van (de verweerster). Het stakingsbevel moet immers voldoende doeltreffend zijn en niet alleen betrekking hebben op de gewraakte daden op zich, maar ook op daden met een gelijkaardig effect. In de gegeven omstandigheden past het de dwangsom te bepalen op 10.000 euro per dag dat het stakingsbevel geheel of gedeeltelijk niet wordt nageleefd¿. Grieven Naar luid van artikel 95 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, stelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel het bestaan vast en beveelt hij de staking van een daad die een inbreuk op de bepalingen van deze wet uitmaakt. Het bevel tot staking moet aldus slaan op een duidelijk omschreven daad die werkelijk is gesteld en zo nauwkeurig is omschreven dat een latere daad als de herhaling van die daad en derhalve als een inbreuk op het verbod kan worden aangemerkt. De rechter kan het bevel tot staking niet uitbreiden tot gedragingen die weliswaar op zich een potentiële inbreuk op de wet opleveren, maar niet werkelijk hebben plaatsgevonden en derhalve nog geen inbreuk op die wet opleveren, behoudens in het geval bedoeld in artikel 95, tweede lid, van de vermelde wetsbepaling, dat te dezen niet werd toegepast. De appelrechters stellen een inbreuk vast op de artikelen 23, 3°, 4°, 6° en 7°, 23bis en 93 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument. De appelrechters dienden het bevel tot staking te beperken tot die vastgestelde inbreuk. Bijgevolg schenden de appelrechters artikel 95 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, nu zij het bevel tot staking uitbreiden tot ¿elke andere campagne¿, zoals omschreven in de hierboven weergegeven zeer algemene bewoordingen van het dispositief van het arrest, en tot ¿elke andere oproep tot en/of het voeren van een boycot van de producten en diensten van de verweerster¿, op grond van de reden dat het stakingsbevel ook betrekking moet hebben op daden ¿met een gelijkaardig effect¿ als de gewraakte daden, terwijl deze daden niet werkelijk zijn gesteld en niet kunnen worden beschouwd als de loutere herhaling van de vastgestelde inbreuk. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
- Krachtens artikel 95 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument, stelt de voorzitter van de rechtbank van koophandel het bestaan vast en beveelt hij de staking van een zelfs onder het strafrecht vallende daad die een inbreuk op de bepalingen van die wet uitmaakt. Die wettelijke bepaling heeft voor gevolg dat de stakingsrechter in de regel enkel de staking kan bevelen van de inbreuk waarvan hij het bestaan vaststelt.
- Die wettelijke bepaling sluit echter niet uit dat de stakingsrechter vaststelt dat een bepaalde daad een inbreuk vormt op de eerlijke handelspraktijken en vervolgens niet alleen die daad als dusdanig verbiedt, maar tevens, binnen de grenzen van wat gevorderd werd, de staking beveelt van de onrechtmatige praktijken die er aan ten grondslag liggen, dit teneinde herhaling van dezelfde of vergelijkbare inbreuken te voorkomen.
- De appelrechters oordelen dat de door de eiseressen gevoerde campagne onder de benaming ¿Open Platform Group¿ strijdig is met de eerlijke handelsgebruiken. Vervolgens bevelen zij de staking van die campagne alsmede ¿van elke andere campagne waarin er misleidende of denigrerende informatie wordt verstrekt over (de verweerster), haar producten of diensten, of waarin er denigrerende uitlatingen worden gedaan over (de verweerster), haar producten of haar diensten, of waarin (de verweerster) zonder enige noodzaak vernoemd wordt, of waarin (de verweerster), haar producten of haar diensten worden vergeleken met andere ondernemingen, hun producten of diensten, zonder dat deze vergelijking op objectieve wijze gebeurt en betrekking heeft op een of meer relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van deze producten of diensten, alsook van elke andere oproep en/of het voeren van een boycot van de producten of diensten van (de verweerster)¿. Door hun oordeel te laten steunen op de reden dat ¿het stakingsbevel immers voldoende doeltreffend (moet) zijn en niet alleen betrekking hebben op de gewraakte daden op zich, maar ook op daden met een gelijkaardig effect¿, verantwoorden de appelrechters hun beslissing naar recht en schenden zij de in het middel aangewezen wetsbepalingen niet.
- Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen tot de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 591,84 euro jegens de eisende partijen en op de som van 243,33 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix, Eric Stassijns en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 2 maart 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070302.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050617.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190103.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div