← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070305.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070305.4 Rolnummer: C.05.0052.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-06-08 Raadplegingen: 538 - laatst gezien 2026-07-04 00:17 Versie(s): Vertaling FR Fiche Uit artikel 1231, § 3, B.W. volgt dat de in § 1 van dit artikel bedoelde matigingsbevoegdheid van de rechter met betrekking tot een schadebeding niet kan worden uitgesloten, maar deze bepaling leidt er niet toe dat, in geval van contractuele uitsluiting van het matigingsrecht, het schadebeding zelf voor niet-geschreven moet gehouden worden

(1).
(1)Zie Cass., 6 dec. 2002, AR C.00.0176.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021206.2, nr
  1. Thesaurus CAS: OVEREENKOMST - RECHTEN EN VERPLICHTINGEN VAN PARTIJEN - Tussen partijen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - Algemeen (verbintenissen uit overeenkomst) Vrije woorden: Schadebeding - Rechter - Matigingsbevoegdheid - Contractuele uitsluiting Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1231, §§ 1 en 3 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0052.N GEBIENCO, naamloze vennootschap, met zetel te 9810 Nazareth (Eke), Begoniastraat 6, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  2. HARDY-BOUW, naamloze vennootschap, met zetel te 8906 Elverdinge, Veurnseweg 528,
  3. HARDY SCHRIJNWERKEN, naamloze vennootschap, met zetel te 8906 Elverdinge, Veurnseweg 528, verweersters, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Brussel, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 8 oktober 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. De zaak is bij beschikking van de voorzitter van 6 februari 2007 verwezen naar de derde kamer. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Anne De Raeve heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  4. Krachtens artikel 1231, §1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, kan de rechter ambtshalve of op verzoek van de schuldenaar de straf die bestaat in het betalen van een bepaalde geldsom verminderen, wanneer die som kennelijk het bedrag te boven gaat dat de partijen konden vaststellen om de schade wegens de niet-uitvoering van de overeenkomst te vergoeden. Luidens het tweede lid van die bepaling kan de rechter de schuldenaar niet veroordelen tot een kleinere geldsom dan bij gebrek aan strafbeding verschuldigd zou zijn geweest.
  5. Krachtens artikel 1231, §3, van het Burgerlijk Wetboek, wordt ieder beding dat strijdig is met de bepalingen van dit artikel voor niet-geschreven gehouden. Uit deze bepaling volgt dat het in artikel 1231, §1, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde matigingsrecht met betrekking tot een schadebeding niet kan worden uitgesloten. Deze bepaling leidt er niet toe dat, in geval van uitsluiting van het matigingsrecht, het schadebeding zelf voor niet-geschreven moet worden gehouden.
  6. Het arrest stelt vast dat artikel 5, tweede lid, van de bouwovereenkomst als volgt luidt: ¿Indien de ondernemer het geheel van de werken niet beëindigd heeft op de vastgestelde datum, zal hij een som van 10.000 BEF per kalenderdag moeten betalen aan de bouwheer, ten titel van niet herleidbare vergoeding. Deze som zal in volle recht verschuldigd zijn, enkel door de overschrijding van de termijn en zonder voorafgaandelijke ingebrekestelling, ten laatste de dag van de voorlopige oplevering¿. Het arrest oordeelt dat dergelijke in artikel 5, tweede lid, van de bouwovereenkomst bedongen onmogelijkheid tot aanpassing niet anders kan begrepen worden dan dat de toetsing van het strafbeding aan de wet aan de rechter wordt ontzegd en dat hierdoor het schadebeding zelf, zoals vervat in het tweede lid van artikel 5 van de bouwovereenkomst, als niet geschreven dient te worden beschouwd.
  7. Door uit de loutere vaststelling dat een contractuele bepaling het in artikel 1231, §1, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde matigingsrecht met betrekking tot een schadebeding beoogt uit te sluiten en derhalve voor niet-geschreven moet worden gehouden, af te leiden dat het schadebeding zelf voor niet-geschreven moet worden gehouden, schenden de appelrechters de in het onderdeel aangevoerde wetsbepalingen. Het onderdeel is gegrond. Overige grieven
  8. De overige grieven kunnen niet tot een ruimere cassatie leiden. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de tegenvordering van de eiseres en over de kosten. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers, Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van vijf maart tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Anne De Raeve, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070305.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021206.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.