← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070308.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 08 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070308.2 Rolnummer: F.06.0040.F Kamer: 1F - première chambre Rechtsgebied: Belastingrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 256 - laatst gezien 2026-07-03 06:45 Versie(s): Vertaling FR Fiche Het arrest dat oordeelt dat de op de rekening-courant van een zaakvoerder van een personenvennootschap ingeschreven bedragen naar zijn eigen vermogen zijn overgebracht en dat hij erover kon beschikken, beslist naar recht dat die bedragen voor hem bezoldigingen van een werkend vennoot uitmaken

(1).
(1)Bezoldigingen in de zin van art. 33 W.I.B. behoeven geen daadwerkelijke storting. Zie ook Cass., 17 feb. 1970, A.C., 1970, 571; Cass., 28 feb. 1974, A.C., 1974,
  1. Thesaurus CAS: INKOMSTENBELASTINGEN - PERSONENBELASTING - Beroepsinkomsten - Bezoldigingen Vrije woorden: Werkend vennoot - Personenvennootschap - Zaakvoerder - Inschrijving op het credit van de rekening-courant Wettelijke bepalingen: Wetboek van Inkomstenbelastingen - 12-06-1992 - Art. 33 - 30 ELI link Pub nr 1992003455 Tekst van de beslissing Nr. F.06.0040.F
  2. G. V. en
  3. D. G., Mr. Hugues Michel, advocaat bij de balie van Charleroi, tegen BELGISCHE STAAT, minister van Financiën, Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest, op 25 november 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Luik. Afdelingsvoorzitter Claude Parmentier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun memorie twee middelen aan. Eerste middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 149 van de Grondwet. Aangevochten beslissingen Het arrest beslist dat de voorziening niet gegrond is op grond dat de bedragen die gestort zijn op het credit van de rekening van de zaakvoerder naar zijn vermogen zijn overgebracht en dat hij erover kon beschikken. Grieven Er kan niet worden betwist dat de toekenning van een bezoldiging (volgens het hof van beroep) voortvloeit uit een boekhoudkundig geschrift, blijkens hetwelk [de eiser] de schuldeiser was van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Manège du Cheval Roy" veeleer dan de leveranciers ervan. Door te beweren dat de op het credit van de rekening van de [eiser] gestorte bedragen naar diens eigen vermogen zijn overgebracht en dat hij erover kon beschikken, is de motivering van het arrest dubbelzinnig, aangezien eruit volgt dat de [eiser] houder is van een schuldvordering tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Manège du Cheval Roy". Hij kon aldus niet beschikken over het bedrag dat op zijn rekening-courant werd geplaatst aangezien uit dat boekhoudkundig geschrift volgde dat hij slechts schuldeiser was en het bedrag niet had ontvangen. Het arrest antwoordt dus niet op de conclusie van de [eisers] die aanvoerden dat een bezoldiging slechts als zodanig kon worden beschouwd voor zover ze was geïnd (ontvangen). Het Hof van beroep heeft aldus artikel 149 van de Grondwet geschonden, aangezien het arrest, door vast te stellen dat de [eiser] schuldeiser was van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Manège du Cheval Roy" na het opmaken van de boekhoudkundige geschriften, om daaruit af te leiden dat de [eiser] het equivalent als bezoldiging had ontvangen, niet antwoordt op de conclusie van de [eisers] die van mening waren dat de toekenning van een bezoldiging slechts kan bestaan voor zover de gunst (lees: begunstigde) het bedrag had ontvangen. Schuldeiser zijn van een bedrag en het ontvangen ervan zijn twee verschillende begrippen. Tweede middel Geschonden wettelijke bepaling - artikel 33 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals het van toepassing was op het geschil. Aangevochten beslissingen Het arrest beslist dat de voorziening niet gegrond is op grond de bedragen die gestort zijn op het credit van de rekening van de zaakvoerder naar zijn vermogen zijn overgebracht en dat hij erover kon beschikken. Grieven Volgens artikel 33 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zijn bezoldigingen van werkende vennoten alle beloningen die voor de verkrijger de opbrengst zijn van zijn beroepswerkzaamheid als vennoot in een personenvennootschap. Daartoe behoren inzonderheid: 1° alle sommen die een personenvennootschap toekent, doch niet als dividenden worden aangemerkt of niet de terugbetaling zijn van eigen kosten van de vennootschap; 2° voordelen, vergoedingen en bezoldigingen die in wezen gelijkaardig zijn aan die vermeld in artikel 31, tweede lid, 2° tot 5°. Uit die bepaling volgt dat een bezoldiging slechts als zodanig kan worden beschouwd voor zover de begunstigde het bedrag heeft ontvangen. Door vast te stellen dat de [eiser] het niet had ontvangen maar dat hij de schuldeiser was van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Manège du Cheval Roy", schendt het arrest artikel 33 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 door te beslissen dat de inschrijving op het credit van de rekening-courant van de [eiser] een bezoldiging was en aldus belast kon worden. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling De beide middelen samen Artikel 33, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, in de versie ervan die van toepassing is op het geschil, bepaalt dat bezoldigingen van werkende vennoten alle beloningen zijn die voor de verkrijger de opbrengst zijn van zijn beroepswerkzaamheid als vennoot in een personenvennootschap. Volgens het tweede lid, 1°, van die bepaling behoren daartoe alle sommen die een personenvennootschap toekent, doch niet als dividenden worden aangemerkt of niet de terugbetaling zijn van eigen kosten van de vennootschap. Het arrest oordeelt dat "de bedragen die gestort zijn op het credit van de rekening-courant [van de zaakvoerder in de boeken van de vennootschaap waarvan hij de zaakvoerder was] naar zijn vermogen zijn overgebracht en dat hij erover kon beschikken". Met die overweging beantwoordt het arrest, door ze tegen te spreken, die conclusie van de eisers die aanvoerden dat de bezoldiging, in de zin van voornoemd artikel 33 een daadwerkelijke storting ervan behoeft, en beslist het naar recht dat de op de rekening-courant van de eiser ingeschreven bedragen voor hem bezoldigingen van een werkend vennoot uitmaken. De middelen kunnen niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eisers in de kosten. Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, afdelingsvoorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Albert Fettweis en Philippe Gosseries, en in openbare terechtzitting van acht maart tweeduizend en zeven uitgesproken door afdelingsvoorzitter Claude Parmentier, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart. Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Edward Forrier en overgeschreven met assistentie van griffier Philippe Van Geem. De griffier, De afdelingsvoorzitter, PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070308.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.