← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 16 maart 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.3 Rolnummer: C.06.0067.N Kamer: 1N + Eerste Kamer + Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-05-18 Raadplegingen: 641 - laatst gezien 2026-07-03 22:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De aanhalingen van de termen die de anderstalige benaming zijn van de verschillende overeenkomsten die tussen de oorspronkelijk in het geding betrokken partijen werden gesloten, telkens aangehaald tussen enkelvoudige aanhalingstekens, en waarbij die overeenkomsten in het arrest worden beschreven, onder meer door de vermelding van het voorwerp van die overeenkomsten, zijn geen aanhalingen in een andere taal dan de taal van de rechtspleging zonder weergave in deze taal van de zakelijke inhoud ervan

(1).
(1)Zie in verband met de aanhaling van bedrijfsinterne Engelse benamingen van management-functies: Cass., 7 maart 2005, AR S.04.0103.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050307.3, nr 139. Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: Anderstalige benaming van overeenkomsten tussen partijen - Aanhaling in de beslissing Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Artt. 37 en 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Fiches 2 - 3 De Latijnse rechtsspreuk "accessorium sequitur principale" is een in het recht algemeen gekende en aanvaarde term, die gebruikt wordt om een bepaald rechtsbeginsel kernachtig uit te drukken; een arrest dat dit rechtsbeginsel in het Latijn uitdrukt schendt de artikelen 37 en 40 van de Taalwet Gerechtszaken niet
(1).
(1)Zie in verband met het gebruik van de Latijnse uitdrukking "quod non" in een rechterlijke beslissing: Cass., 19 sept. 2006, AR P.06.0298.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060919.6, nr ... Thesaurus CAS: TAALGEBRUIK - GERECHTSZAKEN (WET 15 JUNI 1935) - Vonnissen en arresten. Nietigheden - Burgerlijke zaken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: Latijnse rechtsspreuk - Accessorium sequitur principale - Aanhaling in de beslissing Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Artt. 37 en 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Thesaurus CAS: RECHTSBEGINSELEN (ALGEMENE) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - TAALGEBRUIK GERECHTSZAKEN - Algemeen (taalgebruik in gerechtzaken) Vrije woorden: Accessorium sequitur principale - Begrip - Taalgebruik - Gerechtszaken (Wet 15 juni 1935) - Latijnse rechtsspreuk - Gebruik in de beslissing Wettelijke bepalingen: Wet - 15-06-1935 - Artt. 37 en 40 - 01 ELI link Pub nr 1935061501 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0067.N A.P., eiser, vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 106, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen GEWESTELIJKE INVESTERINGSMAATSCHAPPIJ VOOR BRUSSEL (GIMB), naamloze vennootschap, met zetel te 1050 Brussel, Stassartstraat 32, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 13 september 2005 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Raadsheer Ghislain Londers heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiser voert in zijn verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - de artikelen 37 (in het bijzonder het eerste lid) en 40 (in het bijzonder het eerste lid) van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Aangevochten beslissingen Het bestreden arrest, dat het hoger beroep van de eiser ongegrond verklaart, verwerpt de door de eiser ingeroepen exceptie van rechtsmacht en steunt zich hierbij op aanhalingen in het Frans (p. 7 en p. 8, laatste alinea van het bestreden arrest), een aanhaling in het Engels (p. 7 van het bestreden arrest) en een aanhaling in het Latijn (p. 9, tweede alinea, van het bestreden arrest), zonder vertaling van die aanhalingen en zonder weergave van de zakelijke inhoud van die aanhalingen in het Nederlands. Het bestreden arrest, dat het hoger beroep van de eiser ongegrond verklaart en de veroordeling van de eiser ten opzichte van de verweerster bevestigt, steunt die beslis¬sing op motieven die aanhalingen in het Frans bevatten, zonder vertaling van die aan¬halingen en zonder de zakelijke inhoud van die aanhalingen in het Nederlands weer te geven (p. 4 onderaan, p. 5, p. 12, p. 13 bovenaan van het bestreden arrest) en op motieven die aanhalingen in het Engels bevatten, zonder vertaling van die aanhalingen en zonder weergave van de zakelijke inhoud van die aanhalingen in het Nederlands (p. 5, p. 12 onderaan van het bestreden arrest). Het bestreden arrest, dat het hoger beroep van de eiser ongegrond verklaart en de veroordeling van de eiser ten opzichte van de verweerster bevestigt, steunt zijn beslis¬sing op motieven die een in het Frans aangehaalde tekst bevat, zonder vertaling van die aanhaling in het Nederlands en met een onvolledige en onjuiste weergave van de zakelijke inhoud van die aanhaling in het Nederlands (zie p. 10, 4e alinea van het bestreden arrest) (de Franse aanhaling maakt melding van een kennisgeving door eiser van zijn verbintenis als borg aan zijn echtgenote en van een bedrag van 60.000.000 BEF, terwijl de weergave in het bestreden arrest in het Nederlands van de zakelijke inhoud van die Franse aanhaling geen melding maakt van die kennisgeving en melding maakt van een bedrag van 60.000 BEF). Grieven Een vonnis of arrest moet zijn opgesteld in de taal van de procedure (artikel 37, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken). Een vonnis of arrest dat beslist op grond van een aanhaling in een andere taal dan die van de rechtspleging is nietig wanneer de vertaling of de zakelijke inhoud van die aanhaling niet in de proceduretaal is weergegeven (artikel 37, eerste lid, en 40, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken). Eerste onderdeel De beslissing van het bestreden arrest betreffende de door de eiser opgewor¬pen exceptie van rechtsmacht steunt op aanhalingen in het Frans, het Engels en het Latijn, zonder vertaling van die aanhalingen en zonder weergave van de zakelijke inhoud van die aanhalingen in het Nederlands (pp. 7, 8 en 9 van het bestreden arrest). Bijgevolg schendt het bestreden arrest de artikelen 37, eerste lid, en 40, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en is dit arrest volledig nietig in toepassing van artikel 40, tweede lid, van die wet. Tweede onderdeel De bevestiging van de veroordeling van de eiser, uitgesproken door de eerste rechter, steunt op aanhalingen in het Frans en in het Engels, zonder vertaling van die aanhalingen en zonder dat de zakelijke inhoud van die aanhalingen in het Nederlands worden weergegeven in het bestreden arrest (pp. 4, 5, 12 en 13 van het bestreden arrest). Het bestreden arrest schendt aldus opnieuw de artikelen 37, eerste lid, en 40, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Het bestreden arrest is bijgevolg nietig in toepassing van artikel 40, tweede lid, van die wet. Derde onderdeel De bevestiging van de veroordeling van de eiser, uitgesproken door de eerste rechter, steunt op een aanhaling in het Frans op p. 10 van het bestreden arrest, zonder vertaling van die aanhaling in het Nederlands en met een onvolledige en onjuiste weergave van de zakelijke inhoud van die aanhaling in het Nederlands (geen vermelding in het Nederlands van de kennisgeving door eiser van zijn verbintenis aan zijn echtgenote en een onjuiste weergave van het bedrag: 60.000 BEF i.p.v. 60.000.000 BEF). Een onvolledige en onjuiste weergave in de taal van de procedure van de zakelijke inhoud van een aanhaling in het Frans die voorkomt in motieven waarop de beslissing steunt, voldoet niet aan de vereiste van de weergave in de taal van de procedure van de zakelijke inhoud van een aanhaling in een andere taal dan die van de procedure. Bijgevolg schendt het bestreden arrest nogmaals artikel 37, eerste lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken en is dit arrest bijgevolg volledig nietig in toepassing van artikel 40, eerste lid, van die wet. III. BESLISISNG VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel 1. De termen ¿convention de remboursement¿, ¿convention de délégation¿, ¿convention relative à un emprunt obligatoire convertible¿ en ¿transfer of a claim and connected option rights as payement of a debt¿, telkens aangehaald tussen enkelvoudige aanhalingstekens, zijn de benaming van verschillende overeenkomsten die tussen de oorspronkelijk in het geding betrokken partijen werden gesloten en die op de bladzijden vier en vijf van het arrest worden beschreven, onder meer door de vermelding van het voorwerp van die overeenkomsten. 2. Anders dan het onderdeel aanvoert betreft het geen aanhalingen in een andere taal dan de taal van de rechtspleging zonder weergave in het Nederlands van de zakelijke inhoud ervan. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag. 3. De Latijnse rechtsspreuk ¿accessorium sequitur principale¿ is een in het recht algemeen gekende en aanvaarde term, die gebruikt wordt om een bepaald rechtsbeginsel kernachtig uit te drukken. Het arrest, dat gesteld is in het Nederlands, schendt de artikelen 37 en 40 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken niet door het betreffende rechtsbeginsel in het Latijn uit te drukken. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede onderdeel 4. Om de redenen uiteengezet in het antwoord op het eerste onderdeel, mist het onderdeel feitelijke grondslag. Derde onderdeel 5. De vermelding in de weergave in het Nederlands van de zakelijke inhoud van de in de Franse taal geciteerde tekst van het bedrag van 60.000 BEF terwijl in de in het Frans geciteerde beding 60.000.000 BEF is vermeld, berust op een loutere verschrijving die door het Hof kan worden rechtgezet als 60.000.000 BEF en niet 60.000 BEF. Het onderdeel kan in zoverre niet tot cassatie leiden en is derhalve niet ontvankelijk bij gebrek aan belang. 6. Het onderdeel verwijt het arrest vervolgens dat de weergave in het Nederlands van de zakelijke inhoud van de in de Franse taal geciteerde tekst onvolledig is in de mate dat erin niet opgenomen is dat de eiser zijn echtgenote van de aangegane verbintenis op de hoogte zou brengen. Die kennisgeving maakte niet het voorwerp uit van het geschil tussen de partijen en was dus niet relevant voor de beslechting ervan. De appelrechters hebben evenmin hun beslissing laten steunen op de omstandigheid dat de eiser zich verbonden had de aangegane verbintenis ter kennis te brengen van zijn echtgenote. De in het onderdeel bedoelde vermelding diende dus niet te worden opgenomen in de weergave in het Nederlands van de zakelijke inhoud van de geciteerde Franse tekst. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, eenparig beslissend, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 519,65 euro jegens de eisende partij en op de som van 171,18 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Ghislain Londers en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 16 maart 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070316.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2019:CONC.20190301.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050307.3 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060919.6 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090220.14 ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090522.3 ECLI:BE:CASS:2019:ARR.20190111.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.