← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.5 Rolnummer: P.07.0340.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 513 - laatst gezien 2026-07-04 04:15 Versie(s): Vertaling FR Fiche Een strafuitvoeringsrechtbank geeft geen blijk van vooringenomenheid door de enkele omstandigheid dat zij op grond van feitelijke omstandigheden op het ogenblik van haar vonnis, een oordeel of prognose uitspreekt over de vermoedelijke toekomst van de strafuitvoering. Thesaurus CAS: VOORWAARDELIJKE INVRIJHEIDSTELLING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - TENUITVOERLEGGING VAN DE STRAFFEN - Externe rechtspositie veroordeelden - Behandeling door strafuitvoeringsrechtbank Vrije woorden: Herroeping - Strafuitvoeringsrechtbank - Vooringenomenheid - Oordeel over de vermoedelijke toekomst van de strafuitvoering Tekst van de beslissing Nr. P.07.0340.N M G, veroordeelde tot een vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Piet Van Eeckhaut, advocaat bij de balie te Gent, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Christophe Van Hecke, advocaat bij de balie te Brussel, voor mr. Piet Van Eeckhaut. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de Strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen, van 13 maart

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Artikel 148, tweede lid, van de Grondwet verleent het Hof van Cassatie geen bevoegdheid om in de beoordeling van de zaken zelf te treden.
  3. Het middel dat formeel een schending van de motiveringsplicht van artikel 149 van de Grondwet aanvoert, komt in werkelijkheid op tegen de beoordeling van de feiten door de strafuitvoeringsrechtbank en vraagt van het Hof zelf een beoordeling van die feiten. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
  4. Het middel voert miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op de behandeling van zijn zaak door een onpartijdige rechter, eveneens gewaarborgd door artikel 6.1 EVRM en 14 IVBPR. Het middel stelt dat de rechtbank door te oordelen dat de eiser door zijn arbeidsongeschiktheid van 33 procent onmogelijk de opleiding tot vrachtwagenchauffeur tot een goed einde zou kunnen brengen, vooringenomenheid toont en ontegensprekelijk de subjectieve onpartijdig¬heidsplicht miskent. Een strafuitvoeringsrechtbank geeft evenwel geen blijk van vooringenomenheid door de enkele omstandigheid dat zij op grond van feitelijke omstandigheden op het ogenblik van haar vonnis, een oordeel uitspreekt over de vermoedelijke toekomst van de strafuitvoering (prognose). Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 5,31 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 3 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210609.2F.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.