← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.6 Rolnummer: P.07.0377.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 533 - laatst gezien 2026-07-04 03:21 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit artikel 31, §§ 1 en 2, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis volgt dat de inverdenkinggestelde geen cassatieberoep kan instellen tegen het afzonderlijke arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat met toepassing van artikel 26, § 4, van voormelde wet, op het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde ingevolge de beschikking van de raadkamer die hem buitenvervolging stelde, beslist dat hij aangehouden blijft

(1)
(2).
(1)Zie Cass., 22 feb. 2006, AR P.06.0270.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060222.3, nr 105, en N.C., 2007, 138 met noot. Contra: Cass., 30 dec. 1997, AR P.97.1690.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.6, met noot E.L.
(2)Het bevreemdend verloop van de zaak vergt enige toelichting: de procureur des Konings had de internering van de inverdenkinggestelde gevorderd. De raadkamer ging daar niet op in en stelde de inverdenkinggestelde "buiten zake" op de summiere overweging dat "het niet vaststaat dat de inverdenkinggestelde de feiten der tenlasteleggingen A, B, C en D gepleegd heeft". Dit onderzoeksgerecht liet echter na aan te duiden op welke basis het in deze zaak de bevoegdheid zou hebben om als bodemrechter te beslissen. De procureur-generaal bij het hof van beroep oordeelde in zijn vordering voor de kamer van inbeschuldgingstelling dan ook dat de beroepen beschikking, conform de bevoegdheidsuitoefening door de raadkamer in de fase van de regeling van de rechtspleging op het einde van het gerechtelijk onderzoek, geldt als een beschikking tot buitenvervolgingstelling van de inverdenkinggestelde. De kamer van inbeschuldigingstelling stelde de "overschrijding van bevoegdheid" vast, vernietigde de bestreden beschikking en trok de zaak aan zich ten einde er over te oordelen in eerste en laatste aanleg. Tenslotte verwees het onderzoeksgerecht in hoger beroep met eenparigheid van stemmen de inverdenkinggestelde wegens de tenlastelegging A naar de correctionele rechtbank en stelde het hem wegens de tenlasteleggingen B en C buiten vervolging. Bij afzonderlijk arrest oordeelde de kamer van inbeschuldgingstelling dat de inverdenkinggestelde voor het feit waarvoor hij verwezen werd aangehouden bleef. Eiser voorzag zich in cassatie tegen beide arresten. Het Hof verwierp de cassatieberoepen na te hebben geoordeeld dat beide voorzieningen niet ontvankelijk waren. Anders dan het arrest stelt betrof de beschikking waartegen de procureur des Konings hoger beroep had ingesteld geen invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde bij diens verwijzing. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering - Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Voorlopige hechtenis - Regeling van de rechtspleging - Raadkamer - Beschikking waaruit de invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde volgt - Hoger beroep van de procureur des Konings - Hervorming van de bestreden beschikking - Afzonderlijk arrest dat beslist dat de inverdenkinggestelde aangehouden blijft - Voorziening - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 26, § 4, 30, en 31, §§ 1 en 2 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - REGELING VAN DE RECHTSPLEGING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking waaruit de invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde volgt - Hoger beroep van de procureur des Konings - Hervorming van de bestreden beschikking - Afzonderlijk arrest dat beslist dat de inverdenkinggestelde aangehouden blijft - Voorziening - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 26, § 4, 30, en 31, §§ 1 en 2 Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - CASSATIEBEROEP UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking waaruit de invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde volgt - Hoger beroep van de procureur des Konings - Hervorming van de bestreden beschikking - Afzonderlijk arrest dat beslist dat de inverdenkinggestelde aangehouden blijft - Voorziening - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet betreffende de voorlopige hechtenis - 20-07-1990 - Artt. 26, § 4, 30, en 31, §§ 1 en 2 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0377.N I R H S, inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser, tegen
  1. I R, burgerlijke partij,
  2. W B, burgerlijke partij, verweerders. II R H S, inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen twee arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 maart
  3. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  4. Het cassatieberoep tegen het arrest nr. 637 dat oordeelt dat er voldoende bezwaren bestaan om de eiser naar de correctionele rechtbank te verwijzen voor wat betreft de feiten van de telastlegging A, zoals heromschreven en beperkt in de vordering van de procureur-generaal, is niet ontvankelijk.
  5. Het arrest nr. 638 doet uitspraak over het hoger beroep dat de procureur des Konings overeenkomstig artikel 26, § 4, Wet Voorlopige Hechtenis heeft ingesteld tegen de invrijheidstelling van de eiser, die volgde uit de beschikking van de raadkamer die hem ¿buiten zake¿ stelde.
  6. Bij voorlopige hechtenis wordt het cassatieberoep geregeld door artikel 31 van de Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis. Uit de paragrafen 1 en 2 van dit artikel volgt dat de inverdenkinggestelde geen cassatieberoep kan instellen tegen het afzonderlijke arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat met toepassing van artikel 26, § 4, van voormelde wet, op het hoger beroep van het openbaar ministerie tegen de invrijheidstelling van de inverdenkinggestelde bij diens verwijzing door de raadkamer, beslist dat hij aangehouden blijft. Het cassatieberoep tegen het arrest nr. 638 waarbij de kamer van inbeschuldigingstelling beslist dat de eiser aangehouden blijft, is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 115,20 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 3 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2011:CONC.20110216.2 ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20200108.2F.10 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971230.6 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060222.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120515.6 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140923.8 ECLI:BE:CASS:2015:ARR.20150708.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.