← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.9

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 03 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007

Art. 26, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 28-06-1985 - Artt.

22, tweede lid, en 39 Thesaurus CAS: HINDERLIJKE INRICHTINGEN UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Rechten en vrijheden - Gelijkheid - art. 10-11bis PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Milieuvergunningsdecreet - Zorgvuldigheidsplicht - Verplichting de nodige maatregelen te nemen om hinder te voorkomen - Legaliteitsbeginsel - Bestaanbaarheid met de artikelen 12 en 14 van de Grondwet - Gelijkheidsbeginsel - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11,

Art. 26, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 28-06-1985 - Artt.

22, tweede lid, en 39 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Rechten en vrijheden - Gelijkheid - art. 10-11bis PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Milieuvergunningsdecreet - Zorgvuldigheidsplicht - Verplichting de nodige maatregelen te nemen om hinder te voorkomen - Legaliteitsbeginsel - Bestaanbaarheid met de artikelen 12 en 14 van de Grondwet - Gelijkheidsbeginsel - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11,

Art. 26, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 28-06-1985 - Artt.

22, tweede lid, en 39 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWET - Rechten en vrijheden - Gelijkheid - art. 10-11bis PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Prejudiciële bevoegheid (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Arbitragehof - Prejudiciële vraag - Milieuvergunningsdecreet - Zorgvuldigheidsplicht - Verplichting de nodige maatregelen te nemen om hinder te voorkomen - Legaliteitsbeginsel - Bestaanbaarheid met de artikelen 12 en 14 van de Grondwet - Gelijkheidsbeginsel - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet Wettelijke bepalingen: Grondwet 1994 - 17-02-1994 - Artt. 10, 11,

Art. 26, § 2 Decreet Vlaamse Raad - 28-06-1985 - Artt.

22, tweede lid, en 39 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1348.N A B G D, beklaagde, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Jean-Marie Nelissen Grade, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen

  1. M B, burgerlijke partij,
  2. S D J, burgerlijke partij,
  3. W S, burgerlijke partij, verweerders, met als raadsman mr. Gwijde Vermeire, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 15 september
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling. Tweede middel
  5. De eiseres voert aan dat artikel 22, tweede lid, gelezen in verband met artikel 39 Milieuvergunningsdecreet de artikelen 12, tweede lid, en 14 Grondwet schendt, daar nergens in het Milieuvergunningsdecreet of in enige andere wettelijke of decretale bepaling nader wordt gespecifieerd wat onder "hinder" dient te worden begrepen, waartegen de nodige maatregelen preventief dienen te worden genomen, bij gebreke waarvan de exploitant strafrechtelijk kan worden gesanctioneerd.
  6. Het in deze grondwetsbepalingen vervatte legaliteitsbeginsel zou zijn miskend daar de legaliteit van een strafbepaling vereist dat zij op zichzelf of in context met andere bepalingen gelezen, op voldoende wijze de als strafbaar gestelde gedraging omschrijft.
  7. Met toepassing van artikel 26, § 2, Bijzondere Wet Arbitragehof verzoekt de eiseres daarover een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof. Dictum, Het Hof, Houdt de uitspraak aan tot het Arbitragehof de onderstaande prejudiciële vraag zal hebben beantwoord. "Schenden de artikelen 22, tweede lid en 39 van het decreet van de Vlaamse Raad van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, de artikelen 12 en 14 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, doordat de omschrijving "de nodige maatregelen treffen om hinder te voorkomen" geen voldoende nauwkeurige normatieve inhoud heeft om een misdrijf te kunnen definiëren en doordat op deze manier een niet te verantwoorden verschil in behandeling in het leven wordt geroepen tussen de rechtsonderhorigen die vervolgd worden voor andere misdrijven en diegenen die vervolgd worden wegens het niet-nakomen van de zorgvuldigheidsplicht zoals omschreven in artikel 22, tweede lid van het Milieuvergunningsdecreet "? Houdt de kosten aan. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 3 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. V. Kosynsky K. Mestdagh L. Van hoogenbemt E. Goethals L. Huybrechts E. Forrier PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070403.9 Gerelateerde publicatie(s) citeert: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080617.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19981103.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030204.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.