← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070410.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 10 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070410.3 Rolnummer: P.07.0404.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 525 - laatst gezien 2026-07-04 03:21 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De onder artikel 5, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel opgenomen strafbare feiten worden niet omschreven in de bewoordingen van een strafwet maar worden generisch beschouwd en hebben betrekking op een aantal takken van de criminaliteit. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Wet Europees aanhoudingsbevel - Strafbare feiten - Omschrijving Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artikel 5, § 2 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Fiches 2 - 3 Het recht van verdediging wordt niet miskend noch artikel 5.4, E.V.R.M. geschonden door de enkele omstandigheid dat de rechter een verzoek tot het bevelen van een onderzoeksmaatregel of van de voeging van bepaalde stukken bij het strafdossier afwijst, omdat hij de maatregel niet nodig acht om tot zijn overtuiging te komen. Thesaurus CAS: RECHT VAN VERDEDIGING - STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Onderzoeksmaatregel - Verzoek - Stukken - Voeging bij het strafdossier - Afwijzing door de rechter - Reden Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.4 Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 5 - Artikel 5.4 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - UITLEVERING - Algemeen (uitlevering) Vrije woorden: Onderzoeksmaatregel - Verzoek - Stukken - Voeging bij het strafdossier - Afwijzing door de rechter - Reden Wettelijke bepalingen: Algemeen rechtsbeginsel Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 5.4 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0404.N D O, gedetineerd krachtens een Europees aanhoudingsbevel, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 maart 2007. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Onderzoek van de middelen Eerste middel 1. Het middel voert aan dat het bestreden arrest ten onrechte verwijst naar de limitatieve lijst van strafbare feiten van artikel 5, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel zonder de vereiste van de dubbele incriminatie na te gaan. De feiten omschreven als ¿samenzwering om de opbrengst van een misdaad wit te wassen¿, respectievelijk ¿samenzwering om verboden klasse A verdovende middelen te importeren¿ waarvoor de overlevering van de eiser wordt verzocht, betreffen immers naar Engels strafrecht (Section 1

(1)Criminal Law Act 1977) de loutere wilsovereenstemming, het akkoord tussen verschillende personen inzake strafbare feiten, los van het effectieve plaatsvinden van het strafbare feit waaromtrent wilsovereenstemming bestond. Bedoelde samenzwering kan dan ook niet worden gelijkgesteld met deelneming aan strafbare feiten zoals bedoeld in artikel 5, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel onder de rubrieken 5° ¿illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen¿ en 9° ¿witwassen van de opbrengst van misdrijven¿. 2. De onder artikel 5, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel opgenomen strafbare feiten worden niet omschreven in de bewoordingen van een strafwet maar worden generisch beschouwd en hebben betrekking op een aantal takken van de criminaliteit. Blijkens de omschrijving van de rechtsfiguur ¿samenzwering¿ in Section 1
(1)Criminal Law Act 1977 is dit vergrijp, wanneer het wordt gepleegd overeenkomstig de in deze bepaling omschreven modaliteiten, gelijk aan of houdt het verband met het uitvoeren van de overtreding. De misdrijven ¿samenzwering om de opbrengst van een misdaad wit te wassen¿, respectievelijk ¿samenzwering om verboden klasse A verdovende middelen te importeren¿ kunnen aldus deel uitmaken van de in artikel 5, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel bedoelde lijst. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.
  1. Voor het overige behoort het aan de uitvoerende rechter om op grond van de toelichting bij de feiten, voorwerp van het Europese aanhoudingsbevel, te onderzoeken of het feit waarop het aanhoudingsbevel betrekking heeft, in de lijst voorkomt. In zoverre het middel opkomt tegen dit oordeel in feite, is het niet ontvankelijk. Tweede middel
  2. De appelrechters oordelen dat aan de hand van de voldoende omschrijving in het Europese aanhoudingsbevel van de misdrijven waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, voldaan is aan de voorwaarde van de incriminatie zoals bepaald in artikel 5, § 1 en § 2 Wet Europees Aanhoudingsbevel. Zij geven aldus de redenen aan waarom het 5° en 9° van paragraaf 2 van deze bepaling toepasselijk is, en beantwoorden aldus eisers conclusie. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel
  3. Het middel voert aan dat bij ontstentenis in het strafdossier van de schriftelijke vordering van de procureur des Konings aan de onderzoeksrechter, de regelmatigheid van de huiszoeking in uitvoering waarvan de eiser van zijn vrijheid werd beroofd, niet kan worden onderzocht en aldus diens recht op tegenspraak, gewaarborgd door artikel 5.4 EVRM, is geschonden.
  4. De rechter beoordeelt op onaantastbare wijze de noodzakelijkheid, de raadzaamheid en de gepastheid van een onderzoeksmaatregel of van de voeging van bepaalde stukken bij het strafdossier. Het recht van verdediging wordt niet miskend noch de aangevoerde verdragsbepaling geschonden door de enkele omstandigheid dat de rechter een verzoek tot het bevelen van een onderzoeksmaatregel of van de voeging van bepaalde stukken bij het strafdossier, afwijst omdat hij die maatregel niet nodig acht om tot zijn overtuiging te komen.
  5. De appelrechters die oordelen dat het overgelegde huiszoekingsbevel regelmatig is en dat ¿er [¿] geen redenen [zijn] om er aan te twijfelen dat in die zaak de onderzoeksrechter niet rechtsgeldig zou zijn gevat¿, verwerpen eisers verweer gegrond op het ontbreken van de inleidende vordering tot gerechtelijk onderzoek, en verantwoorden aldus hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 69,66 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Francis Fischer, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Jean de Codt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 10 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070410.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20090218.15 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140401.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.