← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070417.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 17 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070417.3 Rolnummer: P.07.0063.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-05-18 Raadplegingen: 638 - laatst gezien 2026-07-04 01:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid in verband met een handeling van het onderzoek of de bewijsverkrijging betreft een substantiële of een op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvorm. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) Vrije woorden: Onregelmatigheid, verzuim of nietigheid die een onderzoekshandeling of de bewijsverkrijging aantasten Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 131, § 1, 135, § 2 en 235bis - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 De voeging van de foto's, waarop een verhoorde een bepaalde persoon zou hebben aangeduid, bij het proces-verbaal van verhoor is geen substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvorm; het gebrek aan voeging van die foto's stelt derhalve geen probleem van regelmatigheid van het bewijs, maar van bewijswaardering waarvan de beoordeling toekomt aan de vonnisrechter. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Allerlei UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) Vrije woorden: Proces-verbaal van verhoor van een getuige - Herkenning op foto door de getuige van de dader - Fotoreeks niet gevoegd aan het proces-verbaal - Gevolg Fiche 3 Er bestaat geen grond tot niet-ontvankelijkheid van de strafvordering wegens onduidelijkheid van de telastlegging; wanneer een telastlegging onduidelijk is omdat ze niet precies het feit aangeeft dat ze bedoelt of omdat ze niet precies de strafwet aangeeft waarop dit feit een inbreuk uitmaakt, behoort het de rechter erop toe te zien dat deze telastlegging wordt gepreciseerd, zodat de beklaagde ingelicht wordt waartegen hij zich moet verdedigen

(1).
(1)DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 3° ed., 2003, p. 542, nr
  1. Thesaurus CAS: STRAFVORDERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) Vrije woorden: Onduidelijkheid van de telastlegging - Gevolg - Opdracht van de rechter Fiche 4 Wanneer het oordeel omtrent een voor het onderzoeksgerecht aangevoerde betwisting over de onduidelijkheid van de telastlegging tegelijkertijd een oordeel over feit en recht omvat, komt dit oordeel de feitenrechter toe. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) Vrije woorden: Betwisting omtrent de onduidelijkheid van de telastlegging - Betwisting die tegelijkertijd een oordeel over feit en recht vereist - Bevoegdheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0063.N I N. M. I. D., inverdenkinggestelde, eiser. II A. R. C., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie te Brugge. III
  2. F. O. A. V., inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Johan Vynckier, advocaat bij de balie te Kortrijk,
  3. GTV nv, inverdenkinggestelde, met als raadsman mr. Philip Traest, advocaat bij de balie te Brussel. eisers. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 12 december
  4. De eiser I voert geen middel aan. De eiser II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eisers III voeren in een gezamenlijke memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  5. In zoverre de cassatieberoepen opkomen tegen andere beslissingen van het bestreden arrest, dat een arrest van onderzoek is, als vermeld in de artikelen 131, § 1, en 135, § 2, 235bis, Wetboek van Strafvordering zijn ze met toepassing van artikel 416 Wetboek van Strafvordering niet ontvankelijk. Middel van de eiser II
  6. Het middel voert schending aan van de artikelen 127, 130, 131, 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van het recht van verdediging. De eiser riep bij de kamer van inbeschuldigingstelling de nietigheid in van twee getuigenverhoren, omdat de fotoreeks die aan deze getuigen werd voorgelegd, niet bij het dossier was gevoegd.
  7. De appelrechters verwerpen het verweer omdat het geen problematiek van bewijs-verkrijging betreft maar van bewijswaardering waarover de vonnisrechter moet oordelen, en het onderzoeksgerecht slechts een marginale toetsing hoort uit te oefenen op manifest onrechtmatig bewijs, wat te dezen niet het geval is. Eerste onderdeel
  8. Het onderdeel voert aan dat het bestreden arrest eisers verweer betreffende de onregelmatigheid van twee verhoren, ten gronde had moeten onderzoeken en dit onderzoek niet mocht overlaten aan de vonnisrechter.
  9. Een onregelmatigheid, verzuim of nietigheid in verband met een handeling van het onderzoek of een bewijsverkrijging betreft een substantiële of een op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvorm. De voeging van de foto's, waarop de verhoorde een bepaalde persoon zou hebben aangeduid, bij het proces-verbaal van verhoor is geen substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvorm. Het gebrek aan voeging van die foto's stelt derhalve geen probleem van regelmatigheid van het bewijs maar van bewijswaardering waarvan de beoordeling toekomt aan de vonnisrechter. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  10. Het onderdeel berust geheel op de onderstelling dat het bestreden arrest oordeelt dat er een onregelmatigheid is. Het bestreden arrest bevat dergelijk oordeel niet. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Middelen van de eisers III
  11. De eisers wordt onder meer ten laste gelegd (conclusie van het openbaar ministerie neergelegd bij de raadkamer, blz. 18 en 19): ¿Zaken bedoeld in artikel 42, 3°, Strafwetboek, nl. vermogensvoordelen die rechtstreeks uit het misdrijf zijn verkregen, goederen en waarden die in de plaats ervan zijn gesteld en inkomsten uit de belegde voordelen, te hebben gekocht, in ruil of om niet te hebben ontvangen, in het bezit, bewaring of beheer te hebben genomen, ofschoon zij de oorsprong ervan kennen of moesten kennen, (...) E.
  12. Namelijk de GSM's die het voorwerp uitmaken van de facturen bedoeld in de tenlasteleggingen A.9 te hebben gekocht aan een prijs die in gevolge BTW-fraude abnormaal laag was, meer bepaald een prijs die aanzienlijk lager was dan de aankoopprijzen die werden gehanteerd door de invoerders of distributeurs (...); het vermogensvoordeel deel uitmakende van de werkelijke handelswaarde van de GSM's en begroot zijnde op minstens 1.499.369,52 euro of 60.484.416,5 BEF¿. Deze omschrijving doelt op het witwasmisdrijf van artikel 505, 2°, Strafwetboek. Eerste middel
  13. Het middel voert schending aan van de artikelen 127, 130, 131, 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van het recht van verdediging en van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op tegenspraak. De eisers riepen met betrekking tot de tenlastelegging E.3 bij de kamer van inbeschuldigingstelling de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering in wegens schending van het recht van verdediging omwille van de onduidelijkheid van deze tenlastelegging. Ze stelden onder meer: ¿Het valt niet met zekerheid af te leiden uit de verwoording van tenlastelegging E.3 of de GSM-toestellen, dan wel het prijsvoordeel, dan wel de ontdoken BTW bedoeld wordt¿. De appelrechters verwerpen het verweer omdat het onderzoek van de grief hen zou nopen tot een onderzoek ten gronde, waarvoor niet het onderzoeksgerecht, maar het vonnisgerecht bevoegd is.
  14. Een tenlastelegging kan onduidelijk zijn omdat ze niet precies het feit aangeeft dat ze bedoelt of omdat ze niet precies de strafwet aangeeft waarop dit feit een inbreuk uitmaakt. Er bestaat geen grond tot niet-ontvankelijkheid van de strafvordering wegens onduidelijkheid van de tenlastelegging. Wanneer een tenlastelegging in een of andere zin onduidelijk is, dan behoort het de rechter erop toe te zien dat ze wordt gepreciseerd zodat de beklaagde ingelicht wordt waartegen hij zich moet verdedigen. Te dezen blijkt uit het bestreden arrest dat het bedoelde feit en de wet waarop het een inbreuk uitmaakt, precies zijn aangegeven. Alleen is het nog niet uitgemaakt op welke van de ter zake bestaande drie alternatieve wijzen het precieze feit moet geacht worden de precieze inbreuk te verwezenlijken. Geconfronteerd met dergelijke betwisting moet een feitenrechter daarop antwoorden. Het oordeel daarover omvat evenwel tezelfdertijd een oordeel over feit en recht. Dit komt de feitenrechter toe. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  15. Het middel voert schending aan van de artikelen 127, 130, 131, 135 en 235bis Wetboek van Strafvordering en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel houdende de eerbiediging van het recht van verdediging en van het algemeen rechtsbeginsel van het recht op tegenspraak. De eisers riepen bij de kamer van inbeschuldigingstelling miskenning van het recht van verdediging in op grond dat de bank BBL de federale politie kopie overmaakte van een dossier dat eerder door deze bank werd overgemaakt aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) met betrekking tot de firma TAG. De eisers stelden dat dit in strijd is met artikel 19 van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, daar het een bank die een melding heeft gedaan aan het CFI verboden, is dit feit ter kennis te brengen van de betrokken cliënt of van derden.
  16. Het bestreden arrest overweegt in dit verband vooreerst: ¿[De kamer van inbeschuldigingstelling] heeft terzake in elk geval de bevoegdheid om deze ingeroepen onregelmatigheid prima facie te onderzoeken en schendt artikel 235bis, § 6, Wetboek van Strafvordering niet omwille van de enkele omstandigheid dat ze een door een partij aangevoerde nietigheid niet aanvaardt¿. Vervolgens geeft het bestreden arrest de redenen aan waarom het oordeelt dat alsnog niet kan aangenomen worden dat het betwiste bewijs nietig zou zijn, en de stukken derhalve niet uit de debatten dienen te worden geweerd, en dat ten overvloede moet benadrukt worden dat de bekritiseerde mededeling van stukken op geen enkele wijze de betrouwbaarheid ervan heeft aangetast en op geen enkele wijze afbreuk doet aan het recht op een eerlijk proces. Met deze overwegingen en beslissing heeft de kamer van inbeschuldigingstelling wettig het opgeworpen middel van onwettigheid van een bewijsmiddel onderzocht, beantwoord en verworpen. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissingen op de strafvordering
  17. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 229,71 euro waarvan elke eiser 76,57 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Paul Maffei, en op de openbare terechtzitting van 17 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070417.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2009:CONC.20091216.4 ECLI:BE:CASS:2015:CONC.20150526.1 ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20241231.2N.21 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140121.9 ECLI:BE:CASS:2016:ARR.20160419.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.