← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070419.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070419.3 Rolnummer: P.06.1605.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige - Internationaal publiekrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 786 - laatst gezien 2026-07-04 03:31 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het Hof van cassatie kan kennis nemen van stukken, die door de eiser neergelegd worden buiten de termijn bepaald in artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, wanneer deze stukken procedurestukken zijn en betrekking hebben op de samenstelling van de zetel die over de zaak, waarop de bestreden beslissing betrekking heeft, uitspraak heeft gedaan

(1).
(1)Het O.M. concludeerde op grond van de door de eisers aangevoerde middelen tot de verwerping van de cassatieberoepen. Na de mondelinge conclusie van het O.M. werd door het Hof, op vraag van de eisers, in toepassing van artikel 1107, Gerechtelijk Wetboek, uitstel verleend om hen toe te laten te antwoorden op deze conclusie. Op de uitgestelde zitting werd evenwel niet alleen een noot als bedoeld in artikel 1107, Gerechtelijk Wetboek neergelegd, maar ook een aantal stukken die door de eisers waren opgevraagd en die hen de dag van de zitting werden overgemaakt door de griffie van het hof van beroep te Gent. Bij het onderzoek van de ontvankelijkheid van deze stukken, tijdens het beraad, oordeelt het Hof dat de termijn van artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, hier niet geldt omdat het procedurestukken betrof die betrekking hebben op de samenstelling van de zetel die in eerste aanleg over de zaak uitspraak deed. Blijkbaar steunt het oordeel van het Hof op het resultaat van de analyse van de inhoud van deze stukken, wat de vraag doet rijzen of, gelet op de a priori niet-ontvankelijkheid van de stukken in het licht van artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, het Hof wel vermocht kennis te nemen van de inhoud. De vraag naar de ontvankelijkheid van deze stukken was overigens nooit in het debat: het is pas tijdens het beraad zelf dat het Hof deze ontvankelijkheid onderzocht. Noch de burgerlijke partij, noch het openbaar ministerie werden formeel in de mogelijkheid gesteld hieromtrent een standpunt in te nemen. De vraag rijst bijgevolg of het Hof, vooraleer het besliste de stukken toch ontvankelijk te verklaren, het debat niet had dienen te heropenen. Het geannoteerde arrest beperkt zelf de draagwijdte van de toegestane uitzondering op de regel van artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering: het Hof zal blijkbaar van dergelijke laattijdig neergelegde stukken slechts kennis nemen wanneer deze stukken, naar het oordeel van het Hof, beschouwd moeten worden als stukken die tot het dossier van de rechtspleging behoren en invloed kunnen hebben op de beoordeling van de regelmatigheid van de procedure. Vraag is evenwel of deze rechtspraak, ook al wordt de draagwijdte ervan door het Hof beperkt, de rechtszekerheid niet in het gedrang brengt en geen gevaar oplevert voor een verdere uitholling van artikel 420bis, Wetboek van Strafvordering. Bovendien kan het gebrek aan eenduidige invulling van het begrip "procedurestuk" in de overweging onder randnummer 5 van het geannoteerde arrest nieuwe problemen doen ontstaan. De eisers legden een bundel met verschillende stukken neer. Het enige stuk dat kan gekwalificeerd worden als "procedurestuk" is de beschikking van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Gent van 4 november 2005. Dat is niet het geval voor het advies van de procureur-generaal, dat niet alleen niet "bindend" is en evenmin eensluidend moet zijn, maar dat bovendien ook mondeling kan gegeven worden. Dat is nog veel minder het geval voor de vraag tot advies gericht aan de procureur-generaal door de eerste voorzitter van het hof van beroep te Gent en voor de voorafgaande en bovendien informele briefwisseling tussen de eerste voorzitter van het hof van beroep te Gent en de voorzitters van de rechtbanken van eerste aanleg te Brugge, Gent en Dendermonde. Het is evenwel precies op basis van één van de elementen van voormelde vraag om advies vanwege de eerste voorzitter, dat het Hof van cassatie oordeelt dat "de indruk kon gewekt worden dat de samenstelling van de zetel die de zaak moest behandelen, werd beïnvloed". De voeging van die andere stukken aan het dossier van de rechtspleging was bovendien overbodig, aangezien de beschikking van de eerste voorzitter, op zich, volstaat om de wettigheid en de regelmatigheid van de tijdelijke aanwijzing van een rechter uit een andere rechtbank van het rechtsgebied te kunnen onderzoeken. Dit stuk was, zoals het hoort, reeds lang gevoegd aan het dossier van de rechtspleging. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Strafzaken - Stukken door de eiser neergelegd buiten de termijn bepaald in artikel 420bis, tweede lid, Sv. - Procedurestukken die betrekking hebben op de samenstelling van de zetel - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Vormen - Vorm en termijn voor memories en stukken UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Stukken door de eiser neergelegd buiten de termijn bepaald in artikel 420bis, tweede lid, Sv. - Procedurestukken die betrekking hebben op de samenstelling van de zetel - Ontvankelijkheid Fiches 3 - 4 De artikelen 6.1, E.V.R.M. en 14.1, I.V.B.P.R. vereisen niet enkel dat de rechterlijke instantie onafhankelijk en onpartijdig is, maar tevens dat er geen schijn van afhankelijkheid of partijdigheid bestaat
(1).
(1)Hof Mensenrechten, arrest Borgers van 30 okt. 1991, Publ. Eur. Court H.R., Serie A, nr 214-B; VERSTRAETEN R., Handboek Strafvordering, 4de uitgave 2005, p. 756, nr 1608. Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - VERDRAG RECHTEN VAN DE MENS - Artikel 6 - Artikel 6.1 UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Onafhankelijke en onpartijdige rechter Thesaurus CAS: RECHTEN VAN DE MENS - INTERNATIONAAL VERDRAG BURGERRECHTEN EN POLITIEKE RECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Artikel 14.1 - Onafhankelijke en onpartijdige rechter Fiches 5 - 6 Artikel 98, eerste, tweede en vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek, staan niet eraan in de weg dat de erin bedoelde tijdelijke aanwijzing van een rechter gebeurt voor een welbepaalde zaak, aangezien het feit dat een rechter wettig verhinderd is of dat een plaats van rechter openstaat of de behoeften van de dienst dit kunnen rechtvaardigen. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Wettig verhinderde rechter, openstaande plaats van rechter of behoeften van de dienst - Tijdelijke aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank uit het rechtsgebied - Aanwijzing voor de behandeling van een welbepaalde zaak - Artikel 98, Ger.W. Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Samenstelling van de zetel - Wettig verhinderde rechter, openstaande plaats van rechter of behoeften van de dienst - Tijdelijke aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank uit het rechtsgebied - Aanwijzing voor de behandeling van een welbepaalde zaak - Artikel 98, Ger.W. Fiches 7 - 10 Voor de in artikel 98, Gerechtelijk Wetboek bedoelde tijdelijke aanwijzing van een rechter is vereist dat de beschikking van de eerste voorzitter vaststelt dat een rechter wettig verhinderd is, dat een plaats van rechter openstaat of dat de behoeften van de dienst de ordemaatregel rechtvaardigen, alsmede dat de gedelegeerde rechter zijn toestemming geeft; het oordeel of die omstandigheden gezamenlijk of afzonderlijk de aanwijzing in feite rechtvaardigen komt uitsluitend de eerste voorzitter toe. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank uit het rechtsgebied - Artikel 98, Ger.W. - Vereiste Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank uit het rechtsgebied - Artikel 98, Ger.W. - Vereiste Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank uit het rechtsgebied - Artikel 98, Ger.W. - Wettig verhinderde rechter, openstaande plaats van rechter of behoeften van de dienst - Beoordeling Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank uit het rechtsgebied - Artikel 98, Ger.W. - Wettig verhinderde rechter, openstaande plaats van rechter of behoeften van de dienst - Beoordeling Fiches 11 - 18 Noch de omstandigheid dat de aanwijzing van een rechter van een rechtbank in een andere rechtbank per definitie een bepaalde rechter betreft, noch de enkele omstandigheid dat de beschikking ter zake krachtens artikel 98, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek gebeurt op vordering of op advies van de procureur-generaal, kan een verdenking van partijdigheid doen rijzen in hoofde van een gedelegeerd rechter; tot aanwijzing van het tegendeel moet de eerste voorzitter van het hof van beroep, aan wie het behoort ervoor te waken dat de delegatie geen ander doeleinde nastreeft dan de behoeften van de dienst, geacht worden ter zake enkel de goede werking van de dienst op het oog te hebben gehad en worden ook alle rechters geacht onpartijdig te oordelen
(1).
(1)Zie Cass., 10 dec. 1996, AR P.96.0925.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961210.2, nr 496; Cass., 24 april 2001, AR P.96.1117.N ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010424.11, nr 222. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Tijdelijk aangewezen rechter - Aanwijzing van een welbepaalde rechter voor de behandeling van een welbepaalde zaak - Onpartijdigheid - Artikel 6.1 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijk aangewezen rechter - Aanwijzing van een welbepaalde rechter voor de behandeling van een welbepaalde zaak - Onpartijdigheid - Artikel 6.1 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Tijdelijk aangewezen rechter - Aanwijzing op vordering of advies van de procureur-generaal - Onpartijdigheid - Artikel 6.1 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Tijdelijk aangewezen rechter - Aanwijzing op vordering of advies van de procureur-generaal - Onpartijdigheid - Artikel 6.1 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Tijdelijk aangewezen rechter - Beschikking van de eerste voorzitter van het hof van beroep - Vermoeden van onpartijdigheid tot aanwijzing van het tegendeel Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Tijdelijk aangewezen rechter - Beschikking van de eerste voorzitter van het hof van beroep - Vermoeden van onpartijdigheid tot aanwijzing van het tegendeel Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Vermoeden van onpartijdigheid - Artikel 6.1 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Rechter - Vermoeden van onpartijdigheid - Artikel 6.1 E.V.R.M. Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 04-11-1950 - Art. 6.1 Fiches 19 - 22 De aanwijzing van een rechter met toepassing van artikel 98, Gerechtelijk Wetboek mag geen middel zijn om de samenstelling van de zetel voor de behandeling van een welbepaalde zaak te beïnvloeden; evenmin mogen de omstandigheden waarin de aanwijzing gebeurt, van aard zijn bij de partijen en bij derden een schijn van partijdigheid of van afhankelijkheid te doen rijzen. Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter - Artikel 98, Ger.W. - Doel - Beperking Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter - Artikel 98, Ger.W. - Doel - Beperking Thesaurus CAS: RECHTERLIJKE ORGANISATIE - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter - Artikel 98, Ger.W. - Omstandigheden waarin de aanwijzing gebeurt - Beperking Thesaurus CAS: RECHTBANKEN - ALGEMEEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Tijdelijke aanwijzing van een rechter - Artikel 98, Ger.W. - Omstandigheden waarin de aanwijzing gebeurt - Beperking Fiche 23 Wanneer de appelrechters ten onrechte hebben geoordeeld dat de samenstelling van de zetel die het beroepen vonnis heeft gewezen, regelmatig is in de zin van de artikelen 6.1, E.V.R.M. en 14.1, I.V.B.P.R. en aldus ten onrechte het beroepen vonnis niet uitdrukkelijk hebben vernietigd, zodat dit bij de beklaagden een schijn van partijdigheid en van afhankelijkheid van de appelrechters zelf kan doen rijzen, schenden zij voormelde verdragsbepalingen en vernietigt het Hof het veroordelend arrest en al hetgeen op onregelmatige wijze eraan is voorafgegaan vanaf de oudste nietige akte
(1)
(2)
(3).
(1)Zie Cass., 6 jan. 1998, AR C.95.0467.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980115.16, nr 2.
(2)Het Hof vernietigt uitdrukkelijk ook de beschikking van de eerste voorzitter van het hof van beroep te Gent waarbij toepassing gemaakt wordt van artikel 98, Gerechtelijk Wetboek. In de overwegingen van randnummer 8 van het geannoteerde arrest, kwalificeert het Hof deze beschikking als een "ordemaatregel". Tegen een dergelijke ordemaatregel is geen cassatieberoep toegelaten (zie Cass., 11 dec. 1991, AR 9385, nr 195). Het Hof had bijgevolg kunnen volstaan met de vaststelling dat deze beschikking, ingevolge de vernietiging met verwijzing naar het hof van beroep te Antwerpen zonder bestaansreden was geworden.
(3)In de overweging van randnummer 11 van het geannoteerde arrest oordeelt het Hof dat de appelrechters ten onrechte het beroepen vonnis niet uitdrukkelijk hebben vernietigd. Het Hof lijkt aldus te oordelen dat de appelrechters, na de vernietiging van het beroepen vonnis, in toepassing van artikel 215, Wetboek van Strafvordering, de zaak hadden moeten evoceren. Indien dit de juiste draagwijdte is van deze overweging, zou men zich, voortbouwend op dezelfde logica, verwachten aan een vernietiging die beperkt bleef tot het bestreden arrest, met verwijzing naar een ander hof van beroep. Hier vernietigt het Hof evenwel niet enkel het veroordelend arrest, maar tevens, in toepassing van artikel 408, Wetboek van Strafvordering, al hetgeen op onregelmatige wijze eraan is voorafgegaan vanaf de oudste nietige akte. Aangezien de cassatie met verwijzing de partijen, binnen de perken van de vernietiging, herstelt in de toestand waarin zij zich bevonden voor de rechter wiens beslissing is vernietigd (zie Cass., 13 dec. 1988, AR 2075, nr 221) bevinden de eisers zich opnieuw in het stadium dat onmiddellijk volgt op hun verwijzing naar de correctionele rechtbank door de raadkamer, zodat men zich, in dit geval, eerder diende te verwachten aan een verwijzing naar een rechtbank van eerste aanleg (zie Cass., 6 jan. 1998, AR P.96.0145.N ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980106.4, nr 2). Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Algemeen Vrije woorden: Appelrechters die ten onrechte oordelen dat de zetel in eerste aanleg regelmatig is - Geen evocatie - Schijn van partijdigheid en afhankelijkheid in hoofde van de appelrechters - Artikel 6.1 E.V.R.M. - Artikel 14.1, I.V.B.P.R. - Schending - Vernietiging vanaf de oudste nietige akte Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 408 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1605.N I. B. K., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Carl Alexander, advocaat bij de balie te Brugge. II. F. E., alias N. Y., beklaagde, eiseres, met als raadslieden mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge, en mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen. III.
  1. D. K., beklaagde,
  2. Z. S., alias M. H., beklaagde, eisers, met als raadsman mr. Ties Prakken, advocaat bij de balie te Amsterdam (Nederland). IV. S. A. Ö., beklaagde, gedetineerd, eiseres, met als raadsman mr. Nadia Lorenzetti, advocaat bij de balie te Brugge. V. K. S., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen. VI. M. A., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel. VII. M. A., reeds vermeld, inverdenkinggestelde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Jan Fermon, advocaat bij de balie te Brussel. VIII. F. E., alias N. Y., reeds vermeld, inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadslieden mr. Paul Bekaert, advocaat bij de balie te Brugge, en mr. Raf Jespers, advocaat bij de balie te Antwerpen. de eisers I tot en met VI tegen TURKSE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Buitenlandse Zaken van Turkije, vertegenwoordigd door T. F., ambassadeur van de republiek Turkije, met kantoren te 1000 Brussel, Montoyerstraat 4, alwaar voorheen woonplaats is gekozen, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen I tot VI [nummers 344, 345, 347, 348, 349 en 350] zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 november
  3. Het cassatieberoep VII [nummer 351] is gericht tegen het arrest KI 350 van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 maart
  4. Het cassatieberoep VIII [nummer 352] is gericht tegen het arrest KI 351 van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 maart
  5. De eiser I voert in een memorie 19 grieven aan. De eiseres II voert in een memorie 16 grieven aan. De eiser III.1 voert in een memorie 19 grieven aan. De eiseres III.2 voert in een memorie 19 grieven aan. De eiseres IV voert in een memorie 18 grieven aan. De eiser V voert in een memorie 18 grieven aan. De eiser VI voert in een memorie 22 grieven aan. De eiser VII voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, 1 middel aan. De eiseres VIII voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, 1 middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Cassatieberoepen van de eisers VII en VIII Middel van de eiser VII Eerste onderdeel
  6. Met de in het onderdeel bekritiseerde reden doet de kamer van inbeschuldigingstelling geen uitspraak over de grond van de zaak. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  7. Anders dan het onderdeel aanvoert, wijzen de appelrechters eisers verzoek tot het stellen van bijkomende onderzoekshandelingen niet af op grond van schuld of onschuld van de eiser. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Middel van de eiseres VIII
  8. Met de redenen die de bestreden beslissing bevat, verantwoorden de appelrechters hun beslissing tot afwijzing van bijkomende onderzoekshandelingen naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Cassatieberoepen van de eisers I tot VI Ontvankelijkheid van de neergelegde stukken
  9. Ter rechtszitting van 17 april 2007 hebben de eisers stukken neergelegd die hen dezelfde dag door de procureur-generaal te Gent zijn gefaxt. Deze stukken zijn: - het verzoek om advies van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Gent van 25 oktober 2006 aan de procureur-generaal bij dit hof over de aanwijzing van een rechter van een andere rechtbank en de eraan gevoegde bijlagen; - de brief van 31 oktober 2006 van de eerste voorzitter aan de procureur-generaal waarbij bijkomende gegevens ter verantwoording van het verzoek om advies worden medegedeeld; - het antwoord van de procureur-generaal van 2 november 2006 aan de eerste voorzitter. Deze stukken zijn procedurestukken en hebben betrekking op de samenstelling van de zetel die in eerste aanleg over de zaak uitspraak heeft gedaan. Hieruit volgt dat alhoewel die stukken werden neergelegd buiten de termijn bepaald in artikel 420bis, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, het Hof daarvan toch kennis kan nemen. Ambtshalve middel in de cassatieberoepen I tot VI Geschonden bepalingen: - Artikel 6.1 EVRM en artikel 14.1 IVBPR.
  10. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Gent met een beschikking van 4 november 2005 F. T., ondervoorzitter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, heeft aangewezen om: ¿de zaak ten laste van A. M. en andere[n] te behandelen in de Correctionele Rechtbank te Brugge en zijn ambt [dienvolgens] bijkomend en voor de duur van het proces waar te nemen in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge.¿ Deze aanwijzing is als volgt gemotiveerd: ¿Gelet op de vraag van de voorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge ertoe strekkend van een rechter uit het rechtsgebied van het Hof van Beroep die het aanvaardt, op te dragen tijdelijk zijn ambt waar te nemen in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge waar de zaak A. M. en 10 andere beklaagden moet worden behandeld door een correctionele kamer; Gelet op de vaststelling dat een plaats van rechter openstaat in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge en tevens op de overweging dat de behoeften van de dienst aldaar de hiernavolgende opdracht rechtvaardigen; Gelet op het advies van de heer procureur-generaal; Gelet op het feit dat de heer F. T., ondervoorzitter in de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde, aanvaardt om de zitting inzake A. en anderen in de Correctionele Rechtbank te Brugge voor te zitten;¿
  11. Krachtens artikel 6.1, aanhef, EVRM heeft eenieder bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie welke bij de wet is ingesteld. Artikel 14.1 IVBPR vermeldt onder meer dat bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvordering of bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen in een rechtsgeding, eenieder recht heeft op een eerlijke en onpartijdige behandeling door een bevoegde, onafhankelijke en onpartijdige bij de wet ingestelde rechterlijke instantie. De voornoemde artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR vereisen niet enkel dat de rechterlijke instantie onafhankelijk en onpartijdig is, maar tevens dat er geen schijn van afhankelijkheid of partijdigheid bestaat.
  12. Artikel 98, eerste en tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepalen: ¿Wanneer een rechter wettig verhinderd is of er een plaats van een rechter openstaat in een rechtbank van eerste aanleg of van koophandel, kan de eerste voorzitter van het hof van beroep bij beschikking een rechter of een plaatsvervangend rechter uit het rechtsgebied van het hof van beroep die dit aanvaardt, opdragen er tijdelijk zijn ambt waar te nemen. De eerste voorzitter kan eveneens, wanneer de behoeften van de dienst dit rechtvaardigen, bij beschikking, met eerbiediging van de taalwet in gerechtszaken, een rechter uit het rechtsgebied van het hof van beroep met diens toestemming aanwijzen om zijn ambt bijkomend en voor een bepaalde termijn waar te nemen in een andere rechtbank van eerste aanleg of een andere rechtbank van koophandel gelegen binnen dit rechtsgebied¿. Volgens artikel 98, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek wordt die beschikking gegeven op vordering of op advies van de procureur-generaal.
  13. Die wetsbepaling staat niet eraan in de weg dat de erin bedoelde tijdelijke aanwijzing van een rechter gebeurt voor een welbepaalde zaak. De behoeften van de dienst en het feit dat een plaats van rechter openstaat, kunnen dit immers rechtvaardigen. Wel is vereist dat de beschikking van de eerste voorzitter vaststelt dat een rechter wettig verhinderd is, dat een plaats van rechter openstaat of dat de behoeften van de dienst de ordemaatregel rechtvaardigen alsmede dat de gedelegeerde rechter zijn toestemming geeft. Evenwel komt het oordeel of die omstandigheden gezamenlijk of afzonderlijk de aanwijzing in feite rechtvaardigen, uitsluitend de eerste voorzitter toe.
  14. Noch de omstandigheid dat de aanwijzing van een rechter van een rechtbank in een andere rechtbank per definitie een bepaalde rechter betreft, noch de enkele omstandigheid dat de beschikking ter zake krachtens artikel 98, vijfde lid, Gerechtelijk Wetboek gebeurt op vordering of op advies van de procureur-generaal, kan een verdenking van partijdigheid doen rijzen in hoofde van een gedelegeerd rechter. Het behoort de eerste voorzitter ervoor te waken dat de delegatie geen ander doeleinde nastreeft dan de behoeften van de dienst. Tot aanwijzing van het tegendeel moet de eerste voorzitter geacht worden ter zake enkel de goede werking van de dienst op het oog te hebben gehad en worden ook alle rechters geacht onpartijdig te oordelen. Daarentegen mag de aanwijzing van een rechter met toepassing van artikel 98 Gerechtelijk Wetboek geen middel zijn om de samenstelling van de zetel voor de behandeling van een welbepaalde zaak te beïnvloeden. Evenmin mogen de omstandigheden waarin die aanwijzingen gebeuren, van aard zijn bij de partijen en bij derden een schijn van partijdigheid of van afhankelijkheid te doen rijzen.
  15. Ter verantwoording van zijn verzoek om advies over de aanwijzing van een rechter uit een andere rechtbank van zijn rechtsgebied stelt de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Gent in zijn brief van 31 oktober 2006 aan de procureur-generaal te Gent onder meer: ¿de federale procureur heeft laten verstaan dat het om een zeer ¿geladen' proces gaat en mevrouw D. voelt zich beter geruggensteund door een mannelijke ervaren strafrechter.¿ Deze verantwoording kan bij de rechtsonderhorigen de indruk wekken dat de samenstelling van de zetel die de zaak moest behandelen, werd beïnvloed. De aanwijzing die hierop volgde, ook al wordt elke rechter geacht onafhankelijk en on¬par¬tijdig te zijn, kan derhalve een schijn van partijdigheid en afhankelijkheid creëren. Het feit dat de procureur-generaal op 2 november 2005 negatief adviseerde over de aanwijzing van een rechter uit een andere rechtbank, doet hieraan niet af. De inhoud van dit negatieve advies kan integendeel die schijn nog versterken.
  16. Hieruit volgt dat de appelrechters ten onrechte hebben geoordeeld dat de samenstelling van de zetel die het beroepen vonnis heeft gewezen, regelmatig is in de zin van de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR. Aldus hebben ze ten onrechte het beroepen vonnis niet uitdrukkelijk vernietigd. Dit kan bij de beklaagden meteen een schijn van partijdigheid en van afhankelijkheid van de appelrechters zelf doen rijzen. Het bestreden arrest schendt derhalve de artikelen 6.1 EVRM en 14.1 IVBPR. Middelen van de eisers I tot VI
  17. De middelen die niet tot cassatie zonder verwijzing kunnen leiden, behoeven geen antwoord. Omvang van de cassatie
  18. De hierna uit te spreken vernietiging van het bestreden arrest brengt de vernietiging mede van het tussenarrest, van het beroepen vonnis, van de tussenvonnissen alsmede van de beschikking van 4 november 2005 van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Gent waarbij F. T., ondervoorzitter van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Dendermonde wordt aangewezen. De onwettigheid van het bestreden arrest volgt immers uit de onwettigheid van die akten.
  19. De vernietiging van het beroepen vonnis brengt de vernietiging mede van de daaropvolgende beslissingen waarbij de onmiddellijke aanhouding van de eisers II tot en met VI is bevolen. Deze beslissingen zijn immers het gevolg van de onwettigheid van de beslissingen van het beroepen vonnis over de strafvordering.
  20. De vernietiging van de beslissingen van het bestreden arrest over de tegen de eisers I tot en met VI ingestelde strafvordering, brengt de vernietiging met zich mede van de beslissingen waarbij hun onmiddellijke aanhouding wordt bevolen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen tegen de arresten (nummers KI 350 en KI 351) van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling van 8 maart
  21. Veroordeelt de eisers VII en VIII in de kosten van hun cassatieberoep. Vernietigt: - de bestreden arresten (nummers 1540 tot 1547) van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 7 november 2006; - het tussenarrest van 12 september 2006; - de vonnissen van de Correctionele Rechtbank te Brugge van 6 december 2005, 24 januari 2006 en 28 februari 2006; - de beslissingen van 28 februari 2006 van de Correctionele Rechtbank te Brugge die de onmiddellijke aanhouding van de eisers II tot en met VI beveelt; - de beschikking van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Gent van 4 november 2005 waarbij F. T., ondervoorzitter in de Rechtbank van eerste Aanleg te Dendermonde is aangewezen. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernietigde arresten, van de vernietigde vonnissen en van de vernietigde beschik¬king. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Antwerpen. Begroot de kosten in het geheel op 1.096,69 euro waarvan de eisers I, III en V elk 164,11 euro verschuldigd zijn, de eisers II, IV en VI elk 164,10 euro, de eiser VII 57,60 euro en de eiseres VIII 54,47 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 19 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070419.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2020:CONC.20201104.2F.3 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961210.2 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980106.4 ECLI:BE:CASS:1998:ARR.19980115.16 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010424.11 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100427.6 ECLI:BE:CASS:2012:ARR.20120313.1 Link JUSTEL: ECLI:BE:HBANT:2008:ARR.20080207.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.