← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.1 Rolnummer: P.06.1570.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-06-21 Raadplegingen: 458 - laatst gezien 2026-07-04 00:59 Versie(s): Vertaling FR Fiche Nieuw en bijgevolg niet ontvankelijk is het cassatiemiddel dat voor het eerst voor het Hof aanvoert dat er geen identiteit bestaat tussen de feiten waarvoor de beklaagde is gedagvaard en deze die het voorwerp uitmaken van de herkwalificatie door de feitenrechter

(1).
(1)De strafrechter oordeelt op onaantastbare wijze of het door hem anders omschreven feit hetzelfde is als het feit dat aan de vervolging ten grondslag ligt (Cass., 18 nov. 1986, AR 186, nr 173). Het is niet vereist dat de bestanddelen van het oorspronkelijk omschreven misdrijf en die van het nadien in aanmerking genomen misdrijf dezelfde zijn (Cass., 27 mei 1986, AR 359, nr 598; Cass., 8 feb. 1994, AR 7015, nr 71; Cass., 20 feb. 2007, AR P.06.1377.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070220.2, nr ...). Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Nieuw middel UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Burgerlijke rechtsvordering Vrije woorden: Herkwalificatie van de feiten Tekst van de beslissing Nr. P.06.1570.N J. L. W. V. D., beklaagde, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Hilde Crevits, advocaat bij de balie te Brugge, tegen STAD GENT, vertegenwoordigd door het College van burgemeester en schepenen, met kantoren in het Stadhuis, Botermarkt 1, te 9000 Gent, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep nr. 323 is gericht tegen de arresten van 24 oktober 2005 en 30 oktober 2006 van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer. Het cassatieberoep nr. 331 is gericht tegen dit laatste arrest. De eiseres voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep tegen het arrest van 30 oktober 2006
  1. Het cassatieberoep nr. 331 is ingesteld nadat tegen hetzelfde arrest reeds het cassatieberoep nr. 323 was ingesteld. Het cassatieberoep nr. 331 is niet ontvankelijk.
  2. Op burgerlijk gebied bevestigt het arrest het beroepen vonnis dat de eiseres veroordeelt tot de betaling van een voorschot van een euro aan de verweerder en de verdere afhandeling van de zaak onbepaald uitstelt. Die beslissing is geen eindbeslissing. In zoverre het tegen die beslissing is gericht, is het cassatieberoep nr. 323 niet ontvankelijk. Eerste middel in zijn geheel
  3. Na het arrest van 24 oktober 2005 waarbij de heropening van het debat is bevolen, heeft de eiseres voor de appelrechters niet aangevoerd dat er geen identiteit bestaat tussen de feiten waarvoor zij is gedagvaard en deze die het voorwerp uitmaken van de herkwalificatie. De eiseres kan die betwisting niet voor het eerst voor het Hof voeren. Het middel is nieuw, mitsdien niet ontvankelijk. Tweede middel
  4. Het arrest oordeelt: ¿zelfs indien het optreden van de verbalisanten als observatie zou aanzien worden, is er naar het oordeel van het (hof van beroep) niet de minste reden om de uit het voormelde optreden van de verbalisanten voortvloeiende vaststellingen uit het debat te weren¿. Hierdoor geven de appelrechters te kennen dat naar hun oordeel er geen observatie als bedoeld in artikel 47sexies, Wetboek van Strafvordering is geweest. Het middel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat de afwezigheid van voorafgaande machtiging voor het uitvoeren van een observatie hier niet kan leiden tot bewijsuitsluiting. Het middel komt op tegen een overtollige overweging van het arrest en is bijgevolg niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 140,28 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 24 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.1 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070220.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.