← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 24 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.3 Rolnummer: P.07.0068.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Overige Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 748 - laatst gezien 2026-07-04 01:40 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Zo de beklaagde getuigen à charge en à décharge kan laten verhoren, oordeelt de rechter onaantastbaar over de noodzaak, de raadzaamheid en de gepastheid van dergelijk verhoor

(1).
(1)Cass., 29 april 2003, AR P.02.1461.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.9, nr
  1. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Getuigen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Algemeen (mensenrechten - EVRM) Vrije woorden: Verhoor van getuigen - Beoordeling door de feitenrechter Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijslast. Beoordelingsvrijheid UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Algemeen (mensenrechten - EVRM) Vrije woorden: Verhoor van getuigen - Beoordeling door de rechter Fiche 3 De regel bepaald in artikel 61ter, § 2, Strafvordering is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Algemeen (mensenrechten - EVRM) Vrije woorden: Inzage van het dossier - Procedure - Artikel 61ter, § 2, Sv. Fiches 4 - 5 De rechter oordeelt onaantastbaar of de partij van de door haar inzagerecht verkregen kennis van de gegevens van het strafonderzoek een gebruik heeft gemaakt dat strijdig is met artikel 61ter, § 4, tweede lid, Strafvordering. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Algemeen (mensenrechten - EVRM) Vrije woorden: Inzage van het dossier - Gebruik door een partij van de verkregen inlichtingen - Beoordeling door de rechter Thesaurus CAS: ONAANTASTBARE BEOORDELING DOOR DE FEITENRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Algemeen (mensenrechten - EVRM) Vrije woorden: Inzage van het strafdossier - Gebruik door een partij van de verkregen inlichtingen - Beoordeling door de rechter Fiche 6 De enkele omstandigheid dat een onderzoeksrechter gelast is met het onderzoek van een misdrijf belet de burgerlijke partij niet om, zelf of door een privédetective, met betrekking tot het schadegeval dat het gevolg is van dat misdrijf, een intern onderzoek te doen en de aldus ingewonnen inlichtingen aan de onderzoeksrechter mede te delen. Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - MENSENRECHTEN - EVRM - Algemeen (mensenrechten - EVRM) Vrije woorden: Burgerlijke partij - Schadegeval gevolg van misdrijf - Intern onderzoek - Mededeling van inlichtingen aan onderzoeksrechter - Regelmatigheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0068.N V. L. J. C., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Caroline De Baets en mr. Raf Verstraeten, advocaten bij de balie te Brussel, tegen
  2. CENTEA nv, burgerlijke partij,
  3. R. G., burgerlijke partij,
  4. L. M., burgerlijke partij,
  5. M. J., burgerlijke partij,
  6. L. V., burgerlijke partij,
  7. D. G., burgerlijke partij,
  8. W. M., burgerlijke partij,
  9. M. M., burgerlijke partij,
  10. N. V., burgerlijke partij,
  11. V. F., burgerlijke partij,
  12. M. P., burgerlijke partij,
  13. W. V., burgerlijke partij,
  14. T. A., burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 14 december
  15. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  16. Met overneming van de redenen van het beroepen vonnis oordeelt het arrest dat het loutere gebrek aan sporenonderzoek door de GDA of het niet-opstellen van een robotfoto niet kan leiden tot de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering of de nietigheid van het strafonderzoek daar de verbalisanten zelf een eerste sporenonderzoek uitvoerden en tot de vaststelling kwamen dat geen bruikbare sporen konden aangetroffen worden en daar een sporenonderzoek of robotfoto op zichzelf niet leidt tot het vatten van een dader maar gecombineerd moet worden met andere beschikbare elementen die met betrekking tot de vermeende overval hier niet voorhanden zijn. Deze redenen dragen de beslissing. In zoverre het middel miskenning van het vermoeden van onschuld aanvoert, komt het op tegen een overtollige reden en is het bijgevolg niet ontvankelijk.
  17. Het arrest oordeelt niet enkel dat een afwezigheid van sporenonderzoek niet tot nietigheid van het onderzoek kan leiden, de betrouwbaarheid van het bewijs niet kan aantasten en het eerlijk proces niet in het gedrang kan brengen omdat een sporenonderzoek alleen niet tot de dader leidt maar gecombineerd moet worden met andere elementen. Het oordeelt ook met eigen redenen en met overname van de redenen van het beroepen vonnis dat de verbalisanten zelf een sporenonderzoek uitvoerden en tot de vaststelling kwamen dat er geen bruikbare sporen konden aangetroffen worden, dat de bewering van de eiser over een voetspoor door niets wordt gestaafd noch enigszins aannemelijk wordt gemaakt en dat het door de eiser gevraagde getuigenverhoor over het gevoerde sporen- en burenonderzoek niet kan leiden tot de waarheidsvinding, mede gelet op andere elementen van het strafonderzoek waardoor de appelrechters voldoende zijn ingelicht om de feiten in hun geheel te kunnen beoordelen. In zoverre berust het middel, dat in zijn kritiek niet alle redenen van het arrest betrekt, op een onvolledige lezing van het arrest en mist het bijgevolg feitelijke grondslag.
  18. Voor het overige voert het middel aan dat het arrest het recht op een eerlijk proces, het recht van verdediging en het recht getuigen à charge en à decharge te ondervragen miskent daar het oordeelt dat eisers aanvoering over de onjuistheid van het aanvankelijke proces-verbaal, dat vermeldt dat op de plaats van de diefstal totaal geen sporen konden worden aangetroffen, niet aannemelijk is. Volgens het middel vereist de loyaliteit van de bewijsvoering dat de verbalisanten de door hen gedane vaststellingen correct acteren en dat elk nuttig spoor wordt onderzocht alsmede dat de beklaagde de gelegenheid moet hebben zijn betwisting betreffende de juistheid van de vaststellingen door de verbalisanten, onder meer door het laten verhoren van getuigen, aannemelijk te maken.
  19. Teneinde zijn betwisting betreffende de juistheid van de vaststellingen van de verbalisanten aannemelijk te maken, kan de beklaagde getuigen à charge en à decharge laten verhoren. Dit recht is evenwel niet absoluut. De rechter oordeelt immers onaantastbaar over de noodzaak, de raadzaamheid en de gepastheid van dergelijk verhoor. Zo kan hij oordelen dat dit verhoor niet bijdraagt tot de waarheidsvinding daar de gegevens van het strafonderzoek aantonen dat de bewering van de beklaagde niet aannemelijk is en dat de afwezigheid van nader onderzoek over die bewering de regelmatigheid van het strafonderzoek niet aantast. Hierdoor worden noch de loyaliteit van de bewijsverkrijging, noch het recht op een eerlijk proces, noch het recht van verdediging miskend. In zoverre faalt het middel naar recht. Tweede middel Eerste onderdeel
  20. Het arrest oordeelt met overneming van de redenen van het beroepen vonnis dat met betrekking tot het buurtonderzoek een aantal informanten en buren geïdentificeerd en verhoord werden. Met eigen redenen oordeelt het arrest dat met betrekking tot diverse mogelijke daders van de overval alle onderzoeken, verhoren en aanwijzingen, aangebracht door de eiser, werden uitgevoerd en onderzocht. Deze redenen zijn niet tegenstrijdig. Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  21. Het arrest oordeelt dat met betrekking tot door de eiser aangegeven mogelijke daders alle onderzoeken, verhoren en aanwijzingen werden uitgevoerd en onderzocht. Het oordeelt niet dat dit ook het geval is voor het buurtonderzoek en de mogelijke tipgevers L. R. en M. K.. In zoverre berust het onderdeel op een onjuiste lezing van het arrest en mist het evenzeer feitelijke grondslag. Tweede onderdeel
  22. Het arrest oordeelt dat het buurtonderzoek wel door de verbalisanten werd uitgevoerd en dat een onderzoek naar de mogelijke tipgevers en daders werd gedaan maar zonder resultaat is gebleven. Die redenen dragen de beslissing dat het onderzoek volledig is en dat eisers recht van verdediging niet is miskend. Het onderdeel dat deze redenen niet in zijn kritiek van het arrest betrekt, komt op tegen overtollige redenen en is bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel Eerste onderdeel
  23. Het beroepen vonnis waarvan de redenen door het arrest worden overgenomen, oordeelt niet dat de nv Centea inzage van het strafdossier kreeg binnen de maand na het neerleggen van de klacht met burgerlijke partijstelling maar enkel dat zulks wordt aangevoerd. In zoverre mist het onderdeel feitelijke grondslag.
  24. Het arrest geeft geen uitlegging van de beschikking van de onderzoeksrechter waarbij aan de nv Centea inzage van het strafdossier wordt verleend noch geeft het aan die akte een inhoud die het niet bevat of ontkent het een inhoud die het wel bevat. Bijgevolg kan het arrest de bewijskracht van die akte niet miskennen. In zoverre mist het onderdeel evenzeer feitelijke grondslag.
  25. Het arrest oordeelt met overname van de redenen van het beroepen vonnis dat de regel bepaald in artikel 61ter, § 2, Wetboek van Strafvordering niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven en dat de betrouwbaarheid van het bewijs en het recht op een eerlijk proces door de inzage van het dossier verleend aan de nv Centea niet in het gedrang gekomen zijn. Aldus is de beslissing dat het verlenen van inzagerecht aan die burgerlijke partij niet kan leiden tot bewijsuitsluiting of tot onregelmatigheid van het gerechtelijk onderzoek, naar recht verantwoord. In zoverre kan het onderdeel niet aangenomen worden. Tweede onderdeel
  26. Wanneer de onderzoeksrechter met toepassing van artikel 61ter Wetboek van Strafvordering aan een partij inzage van het strafdossier verleent, houdt dit geen miskenning van het geheim van het onderzoek in. In zoverre faalt het onderdeel naar recht.
  27. De enkele omstandigheid dat een partij inzage van het strafdossier krijgt en nadien zelf of door middel van een gelastigde in het kader van een intern onderzoek inlichtingen inwint en deze aan de onderzoeksrechter meedeelt, houdt niet in dat die partij misbruik van zijn inzagerecht maakt. De rechter oordeelt onaantastbaar of die partij van de door haar inzagerecht verkregen kennis van de gegevens van het strafonderzoek een gebruik heeft gemaakt dat strijdig is met artikel 61ter, § 4, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. Zo zal de rechter onder meer nagaan of gelet op de concrete omstandigheden waarin een partij na de uitoefening van haar inzagerecht inlichtingen heeft ingewonnen en die inlichtingen aan de onderzoeksrechter heeft medegedeeld, die handelswijze getuigen heeft kunnen beïnvloeden of het recht van verdediging van verdachten en het vermoeden van onschuld heeft aangetast. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat het inwinnen van gegevens door een partij bij getuigen nadat inzage werd verkregen van het strafdossier steeds het recht op een eerlijk proces en het recht van verdediging van de verdachte miskent, faalt naar recht. Derde onderdeel
  28. De enkele omstandigheid dat de onderzoeksrechter gelast is met het onderzoek van een misdrijf belet de burgerlijke partij niet om, zelf of door een privé-detective, met betrekking tot het schadegeval dat het gevolg is van dat misdrijf, een intern onderzoek te doen en de aldus ingewonnen inlichtingen aan de onderzoeksrechter mede te delen. Hierdoor worden de regels met betrekking tot de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie niet miskend. Het staat dan de onderzoeksrechter de betrouwbaarheid van die gegevens na te gaan teneinde de beklaagde toe te laten zich daarop te verdedigen. Ook kan de beklaagde van zijn kant zelf andere inlichtingen inwinnen die de door de burgerlijke partij verkregen gegevens tegenspreken. De feitenrechter zal de bewijswaarde van al die gegevens vrij beoordelen. Die handelswijze levert geen miskenning van het beginsel van de loyaliteit van de bewijsvoering, van de wapengelijkheid of van het recht van verdediging op. Het onderdeel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  29. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 116,69 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 24 april 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070424.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CAMON:2018:ARR.20180627.4 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100914.1 ECLI:BE:CASS:2010:CONC.20100915.1 ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20161116.2 precedenten: ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20030429.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2010:ARR.20100310.3 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20140521.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.