id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.3 Rolnummer: C.06.0202.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Handelsrecht Invoerdatum: 2007-06-21 Raadplegingen: 447 - laatst gezien 2026-07-04 00:14 Versie(s): Vertaling FR Fiche De afwezigheid van voorbehoud door de vervoerder ten aanzien van de gebrekkigheid van de verpakking laat zijn recht om beroep te doen op de grond tot ontheffing van zijn aansprakelijkheid voor de beschadiging van de goederen die het gevolg is van die gebrekkigheid onverlet
(1).
(1)Zie Cass., 19 mei 2000, AR C.99.0006.F ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000519.4, nr 307; zie ook W. Verhees, Comm. Bijz. Ov., Art. 10, nr 18, Kluwer; F. Ponet, De overeenkomst van internationaal wegvervoer, Kluwer, 2003, 512
(513). Thesaurus CAS: VERVOER - GOEDERENVERVOER - Landvervoer. Wegvervoer UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - VERVOER - Algemeen (vervoer) Vrije woorden: C.M.R.-Verdrag - Beschadiging van goederen - Gebrekkige verpakking - Vervoerder - Aansprakelijkheid - Ontheffing - Afwezigheid van voorbehoud Wettelijke bepalingen: Verdrag of internationale overeenkomst - 19-05-1956 - Artt. 10 en 17, eerste en vierde lid,
- b)- 30 Link Justel databank 19560519-30 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0202.N TRANSPORT BELLEKENS EN KINDEREN, naamloze vennootschap, met zetel te 2220 Heist-op-Den-Berg, Impulsstraat 9, Industriezone D, eiseres, vertegenwoordigd door mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Keizerslaan 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen VAN HOECK & Co, naamloze vennootschap, met zetel te 2275 Lille, Wechelsebaan 71, in vereffening, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 21 november 2005 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Koophandel te Turnhout. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling 1. Volgens artikel 17, lid 1, van het CMR-Verdrag, is de vervoerder aansprakelijk voor het geheel of gedeeltelijk verlies en voor de beschadiging van de goederen, welke ontstaan tussen het ogenblik van de inontvangstneming van de goederen en het ogenblik van de aflevering, alsmede voor vertraging in de aflevering. De vervoerder is krachtens artikel 17, lid 4, b), van dit verdrag, ontslagen van deze aansprakelijkheid, wanneer het verlies of de beschadiging een gevolg is van het ontbreken of de gebrekkigheid van de verpakking bij de goederen, die door hun aard aan kwaliteitsverlies of beschadiging zijn blootgesteld, wanneer zij niet of slecht verpakt zijn. 2. Luidens artikel 10 van het CMR-Verdrag is de afzender jegens de vervoerder aansprakelijk voor de schade aan personen, materiaal of aan andere goederen en de kosten, welke voortspruiten uit de gebrekkige verpakking van de goederen, tenzij de gebrekkigheid zichtbaar of aan de vervoerder bekend was op het ogenblik van de inontvangstneming en de vervoerder te dien aanzien geen voorbehouden heeft gemaakt. De afwezigheid van dit voorbehoud laat het recht van de vervoerder onverlet om een beroep te doen op de ontheffingsgrond van artikel 17, lid 4, b). 3. De appelrechters stellen vast dat: - de lading bij de aankomst in Herentals beschadigd was ten gevolge van het inzakken van een aantal paletten; - de expert de schade wijt aan de paletten, die in slechte staat waren, ¿namelijk rot en versleten¿; - de vervoerder bij de inlading voorbehoud heeft gemaakt voor de lading en stuwing, doch niet voor de staat van de verpakking. 4. De appelrechters oordelen dat de eiseres geen beroep kan doen op het gebrek in de verpakking wanneer zij bij de inontvangstneming geen voorbehoud aantekende zodat het wettelijk vermoeden van artikel 17 van het CMR-Verdrag niet wordt weerlegd. 5. Door op die gronden het beroep door de eiseres op de ontheffingsgrond van artikel 17, lid 4, b), van het CMR-Verdrag uit te sluiten, schenden de appelrechters deze bepaling. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Rechtbank van Koophandel te Antwerpen, zitting houdende in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 27 april 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.3 Gerelateerde publicatie(
- s)precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000519.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div