← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 27 april 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007

Art. 26

, § 2 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Arbitragehof - Ongelijkheid - Tuchtprocedure - Architecten - Andere beoefenaars van vrije beroepen - Prejudiciële vraag - Hof van Cassatie - Verplichting Wettelijke bepalingen:

Art. 26

, § 2 Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Tuchtprocedure - Ongelijkheid - Andere beoefenaars van vrije beroepen - Prejudiciële vraag - Arbitragehof - Hof van Cassatie - Verplichting Wettelijke bepalingen:

Art. 26

, § 2 Fiches 4 - 6 Hoewel de architecten geen kooplieden zijn in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel en een maatschappelijke functie hebben, streven zij op duurzame wijze een economisch doel na en vormen derhalve een onderneming in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet

(1).
(1)Zie Cass., 7 mei 1999, AR D.98.0013.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10, nr 270 (apotheker), met concl. O.M.; Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6 (id.); Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts). Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Activiteit - Aard Thesaurus CAS: KOOPHANDEL. KOOPMAN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Architect - Activiteit - Aard Thesaurus CAS: ECONOMIE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Architect - Activiteit - Aard Fiches 7 - 8 De Orde van architecten is een beroepsvereniging waarbij alle beroepsbeoefenaars wettelijk moeten aansluiten
(1).
(1)Zie Cass., 7 mei 1999, AR D.98.0013.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10, nr 270 (apotheker), met concl. O.M.; Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6 (id.); Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts). Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Orde van architecten Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1963 - Art. 5 Thesaurus CAS: BEROEPSVERENIGINGEN UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Orde van architecten Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1963 - Art. 5 Fiche 9 De overheid heeft de Orde van architecten inzonderheid belast met het bepalen van de voorschriften voor het beroep van architect en met het doen naleven van die voorschriften; de Orde houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van zijn leden in de uitoefening of naar aanleiding van hun beroep; de Orde is niettemin een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 2, § 1 van de Mededingingswet en haar besluiten moeten, in zoverre ze strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt aangetast, door haar tuchtorganen getoetst moeten worden aan de eisen van die wet
(1).
(1)Zie Cass., 7 mei 1999, AR D.98.0013.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10, nr 270 (apotheker), met concl. O.M.; Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6 (id.); Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts). Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Orde van architecten - Doel - Gevolg - Mededingingswet Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1963 - Art. 19 Fiche 10 Een besluit van een orgaan van de Orde van architecten dat aan een of meer van zijn leden beperkingen oplegt in de mededinging die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en dat in werkelijkheid ertoe sterkt bepaalde materiële belangen van de architecten te begunstigen of een economisch stelsel te installeren of in stand te houden, kan een besluit zijn van een ondernemingsvereniging, waarvan de nietigheid door de raad van beroep ambtshalve moet worden vastgesteld
(1).
(1)Zie Cass., 7 mei 1999, AR D.98.0013.N ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10, nr 270 (apotheker), met concl. O.M.; Cass., 3 jan. 2002, AR D.00.0024.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4, nr 6 (id.); Cass., 2 mei 2002, AR D.01.0011.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8, nr 267 (arts). Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Orde van architecten - Opdracht - Tuchtorganen - Mededingingswet - Toetsing Fiche 11 De vereiste dat het ereloon van de architect op grond van de omvang en de aard van de opdracht moet worden bepaald beantwoordt aan de dwingende eisen van het beroep. Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Tucht PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) Vrije woorden: Ereloon - Bepaling Tekst van de beslissing Nr. D.06.0010.N C.T., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen ORDE DER ARCHITECTEN, publiekrechtelijk rechtspersoon, met zetel te 1050 Brussel, Livornostraat 160, bus 2, verweerster, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing, op 17 mei 2006 gewezen door de raad van beroep van de Orde van architecten met het Nederlands als voertaal. Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  1. Het middel gaat ervan uit dat er een ongerechtvaardigde ongelijkheid bestaat tussen de architecten en de beoefenaars van sommige andere vrije beroepen, doordat de tuchtprocedure tegen de architecten in eerste aanleg wordt gevoerd voor een instantie die niet voldoet aan de regels gesteld door artikel 6.1 EVRM, omdat de rechtskundige bijzitter hoger beroep kon instellen. Dit is niet het geval voor de beoefenaars van sommige andere vrije beroepen, die derhalve, in tegenstelling tot de architecten, over een volwaardige dubbele aanleg beschikken.
  2. De aangevoerde ongelijkheid volgt uit het feit dat de rechtspleging te dezen in eerste aanleg gevoerd, niet kon beantwoorden aan de eisen van het EVRM gelet op de afwezigheid van organieke onpartijdigheid van de raad van de Orde. Zij berust aldus op een tekortkoming in de wet waaraan het Hof niet kan verhelpen ook al zou het een prejudiciële vraag stellen aan het Arbitragehof. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  3. De appelrechters oordelen dat: - uit de stukken van het dossier immers op onbetwistbare wijze blijkt dat het bureau beslist heeft een onderzoek in te stellen onmiddellijk nadat door de eiseres bij brief van 23 maart 2004 werd meegedeeld dat zij in 34 dossiers een collega, tegen wie de tuchtsanctie van schrapping werd uitgesproken, opvolgde; - het bureau de overtuiging mocht toegedaan zijn dat het dossiers betrof waarin de eiseres architect L. opvolgde om de reden dat zij die opvolging pas meedeelde op 23 maart 2004, zodat de visumaanvragen van december 2002, april 2003, juni 2003 en december 2003 normaal bouwdossiers betrof waarin zij opvolgde. Zij leiden hieruit af dat de aanleiding voor het onderzoek derhalve geen uitstaans had met het verzamelen, verwerken of gebruiken van visumaanvragen en dat de omstandigheid dat naderhand bij de vraag tot overlegging van dossiers telkens de datum van de visumaanvraag wordt vermeld het tegendeel niet bewijst.
  4. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de appelrechters erkennen dat het onderzoek gebeurde aan de hand van de visumaanvragen, berust het op een onjuiste lezing van de beslissing en mist het mitsdien feitelijke grondslag. De beslissing leidt een rechtsgevolg af uit de stukken van het dossier. Zelfs indien die gevolgtrekking verkeerd is, kan dit op zichzelf geen schending opleveren van de artikelen 1319, 1320 en 1322 van het Burgerlijk Wetboek. In zoverre het middel schending aanvoert van de bewijskracht van het dossier en meer bepaald van de brief van 11 mei 2004, is het niet ontvankelijk.
  5. Voor het overige maakt het middel geen zelfstandige grief uit maar is het afgeleid uit de vergeefs aangevoerde miskenning van de bewijskracht van het dossier. Het middel is derhalve niet ontvankelijk in zoverre het schending aanvoert van de artikelen 2, 42 en 42bis van de gecoördineerde wet van 1 juli 1999 tot bescherming van de economische mededinging. Derde middel Eerste onderdeel Eerste subonderdeel
  6. De appelrechters oordelen dat de eiseres door te werken met zuivere typeplannen van de bouwpromotor de wezenlijke taak van de architect bij het opmaken van de plannen uitholt. Zij besluiten dat de eiseres tekort kwam aan de eer en de waardigheid in de uitoefening van het beroep van architect door op ongeoorloofde wijze samen te werken met de promotor NV Villabouw Bostoen onder meer omdat door deze wijze van samenwerking in de gevallen waarin de verwerver van de op te richten woning gekend was voorafgaand aan het indienen van de toelating om te bouwen of in de gevallen waar de woning in opbouw tijdens de uitvoering werd verkocht de rechten van de verwerver en zijn bescherming worden miskend. Aldus geven de appelrechters aan dat het werken met zuivere typeplannen van de bouwpromotor in de concrete omstandigheden een inbreuk uitmaakt op de eer en de waardigheid van het beroep van architect.
  7. Het subonderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters niet beslissen dat het werken met zuivere typeplannen van bouwpromotor een inbreuk uitmaakt op de eer en de waardigheid van het beroep van architect, berust op een onjuiste lezing van de beslissing en mist mitsdien feitelijke grondslag. Tweede subonderdeel
  8. De appelrechters oordelen dat uit artikel 4 van de wet van 20 februari 1939 volgt dat het concept van het bouwwerk moet uitgaan van een architect en dat het de taak en de rol van de architect is om advies te geven op het vlak van vormgeving en esthetiek. Zij oordelen dat de eiseres door te werken met zuivere typeplannen van een bouwpromotor haar wezenlijke taak bij het opmaken van de plannen uitholt.
  9. Anders dan het subonderdeel aanvoert, oordelen de appelrechters niet dat voor elk bouwwerk een origineel bouwconcept moet uitgaan van de architect en dat het niet toegelaten zou zijn meerdere woningen te bouwen aan de hand van één en hetzelfde plan. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van de beslissing en mist mitsdien feitelijke grondslag. Tweede onderdeel Eerste subonderdeel
  10. De appelrechters stellen vast dat de eiseres verklaart dat haar tussenkomst in de overeenkomsten met de bouwpromotor B. beperkt is tot de ruwbouw water- en winddicht en dat de oplevering van de ruwbouw mondeling gebeurt. Zij oordelen dat: - op B. een veel ruimere verplichting rust aangezien deze als verkoper ten aanzien van de koper een resultaatsverbintenis heeft; - aan de koper een woning in staat van bewoning moet afgeleverd worden d.w.z. afgewerkt (vloeren, sanitaire installatie, verwarming, electriciteit enz. inbegrepen); - de koper derhalve ervan mag uitgaan dat het volledig bouwgebeuren onder de controle van een architect gebeurt; - de koper wordt geschaad, minstens kan geschaad worden, door het feit dat de eiseres haar tussenkomst beperkt tot de ruwbouw.
  11. Anders dan het subonderdeel aanvoert, oordeelt de beslissing niet dat de eiseres een resultaatsverbintenis heeft ten aanzien van de koper, die erin bestaat een volledige afgewerkte woning af te leveren, waarbij alle fasen van het bouwproces aan de controle van een architect onderworpen zijn. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van de beslissing en mist mitsdien feitelijke grondslag. Tweede subonderdeel
  12. Anders dan het subonderdeel aanvoert, oordeelt de beslissing niet dat de architect in alle omstandigheden ertoe gehouden is het volledige bouwgebeuren, en met name de volledige afwerking van de woning te controleren. Het subonderdeel berust op een onjuiste lezing van de beslissing en mist mitsdien feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  13. Krachtens artikel 12, eerste lid, van het Reglement van beroepsplichten der architecten op 16 december 1983 door de nationale raad van de Orde der architecten vastgelegd en goedgekeurd bij koninklijk besluit van 18 april 1985, wordt de architect vergoed door honoraria, vacaties, wedden of bezoldigingen die hem middelen van bestaan kunnen verschaffen en die hem toelaten zijn beroep uit te oefenen in eer en waardigheid. Krachtens het tweede lid van die reglementaire bepaling moeten ze hem bovendien toelaten zijn onkosten te dekken, onder meer de verzekering van zijn beroepsaansprakelijkheid.
  14. Krachtens artikel 1, sub a, van de Mededingingswet, zoals te dezen van toepassing, moeten voor de toepassing van die wet, onder onderneming alle natuurlijke of rechtspersonen worden verstaan, die op duurzame wijze een economisch doel nastreven. Krachtens artikel 2, §1, van die wet zijn alle besluiten van ondernemingsverenigingen verboden, welke ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Belgische betrokken markt of een wezenlijk deel ervan merkbaar wordt verhinderd, beperkt of vervalst. Hoewel de architecten geen kooplieden zijn in de zin van artikel 1 van het Wetboek van Koophandel en een maatschappelijke functie hebben, streven zij toch op duurzame wijze een economisch doel na en vormen derhalve een onderneming in de zin van artikel 1 van de Mededingingswet. De Orde van architecten is een beroepsvereniging, waarbij alle beroepsbeoefenaars wettelijk moeten aansluiten. De overheid heeft de Orde inzonderheid belast met het bepalen van de voorschriften van de plichtenleer voor het beroep van architect en met het doen naleven van deze voorschriften. De Orde houdt toezicht op de eer, de discretie en de waardigheid van de leden van de Orde in de uitoefening of naar aanleiding van hun beroep. De Orde van architecten is niettemin een ondernemingsvereniging in de zin van artikel 2, §1, van de Mededingingswet en haar besluiten moeten in zoverre ze strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging wordt aangetast, door de tuchtorganen van de Orde getoetst worden aan de eisen van die wet.
  15. Een besluit van een orgaan van de Orde van architecten dat aan een of meer van zijn leden beperkingen oplegt in de mededinging die niet vereist zijn om de fundamentele regels van het beroep te handhaven en dat in werkelijkheid ertoe strekt bepaalde materiële belangen van de architecten te begunstigen of een economisch stelsel te installeren, of in stand te houden, kan een besluit zijn van een ondernemingsvereniging waarvan de nietigheid door de raad van beroep van de Orde van architecten ambtshalve moet worden vastgesteld. De vereiste dat het ereloon van de architect op grond van de omvang en de aard van de opdracht moet worden bepaald beantwoordt aan de dwingende eisen van het beroep. De appelrechters die dit beslissen schenden de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen niet. Het onderdeel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 591,84 euro jegens de eisende partij en op de som van 243,33 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Albert Fettweis en Alain Smetryns, en op de openbare terechtzitting van 27 april 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070427.5 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1999:ARR.19990507.10 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020103.4 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020502.8 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031120.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080812.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.