← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070504.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 04 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070504.3 Rolnummer: C.05.0275.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht - Handelsrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 323 - laatst gezien 2026-07-03 06:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Van zodra de rechter de schade, het gebrek en het causaal verband bewezen acht, draagt de producent van de producten met gebreken, die aanvoert niet aansprakelijk te zijn, de bewijslast dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan; de producent die louter aanvoert dat de oorzaak van de schade onzeker is, voldoet niet aan de op hem rustende bewijslast

(1)
(2).
(1)Art. 8, b, van de Wet Productenaansprakelijkheid heeft art. 7, b, van de Richtlijn 85/374/EEG Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der Lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken omgezet.
(2)Zie T. VANSWEEVELT, 'Commentaar bij art. 8 Wet 25 feb. 1991', in Bijzondere overeenkomsten, Mechelen, Kluwer, dl. 2, Afl. 54 (okt. 2002), nrs 5-6. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Allerlei UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - KWALITEIT VAN GOEDEREN EN DIENSTEN - Productaansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor diensten - Aansprakelijkheid Vrije woorden: Aansprakelijkheid voor producten met gebreken - Producent - Bewijslast Wettelijke bepalingen: Wet - 25-02-1991 - Artt. 1 en 8, b Fiche 2 Van de producent van producten met gebreken, die aanvoert niet aansprakelijk te zijn, wordt enkel het bewijs gevergd dat hij aannemelijk maakt dat het bedoelde gebrek niet bestond op het ogenblik waarop het product in het verkeer werd gebracht, dan wel dat het later is ontstaan, en niet dat het zeker is dat het bedoelde gebrek niet bestond op het ogenblik waarop het product in het verkeer werd gebracht, dan wel dat het later is ontstaan
(1)
(2).
(1)Art. 8, b, van de Wet Productenaansprakelijkheid heeft art. 7, b, van de Richtlijn 85/374/EEG Raad van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechterlijke bepalingen der Lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken omgezet.
(2)Zie T. VANSWEEVELT, "Commentaar bij art. 8 Wet 25 feb. 1991", in Bijzondere Overeenkomsten, Mechelen, Kluwer, dl. 2, Afl. 54 (okt. 2002), nrs 5-6. Thesaurus CAS: AANSPRAKELIJKHEID BUITEN OVEREENKOMST - BIJZONDERE AANSPRAKELIJKHEID - Allerlei UTU-thesaurus: HANDELS-, ECONOMISCH EN FINANCIEEL RECHT - KWALITEIT VAN GOEDEREN EN DIENSTEN - Productaansprakelijkheid en aansprakelijkheid voor diensten - Aansprakelijkheid Vrije woorden: Aansprakelijkheid voor producten met gebreken - Producent - Bewijslast - Omvang Wettelijke bepalingen: Wet - 25-02-1991 - Artt. 1 en 8, b Annotaties Publicaties: R.W. - Daily WUYTS; De wet produktaansprakelijkheid en het verweer van de produkten : geen gebrek op het ogenblik van de inverkeerstelling. - 2007-2008, 1283-1287 Tekst van de beslissing Nr. C.05.0275.N AUDI AG, vennootschap naar Duits recht, met zetel te 85045 Ingolstadt (Duitsland), Ettingerstrasse, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen 1. V.R., 2. LANDSBOND DER CHRISTELIJKE MUTUALITEITEN, met zetel te 1030 Brussel, Haachtsesteenweg 579, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, en ten aanzien van GARAGE DIELIS, naamloze vennootschap, met zetel te 2880 Hingene, Lodderstraat 17, in gemeenverklaring opgeroepen partij, vertegenwoordigd door mr. Adolf Houtekier, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 2800 Mechelen, Battelsesteenweg 95, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 1 december 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Robert Boes heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Geschonden wettelijke bepalingen - artikel 149 van de Grondwet; - artikel 8, b, van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken. Aangevochten beslissingen Het arrest verklaart het hoger beroep van de verweerders gegrond, verklaart de eiseres aansprakelijk voor de door de eerste verweerder geleden schade en veroordeelt de eiseres tot betaling van provisionele schadevergoedingen aan de verweerders o.m. op grond van de hiernavolgende overwegingen: ¿Het is daarentegen de producent die moet bewijzen dat het gebrek niet bestond op het moment waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht. (...) Zulks is af te leiden uit artikel 8, b, van de wet van 25 februari 1991 dat de mogelijkheid voorziet voor de producent het bewijs te leveren dat hij niet aansprakelijk is omdat bv. (
  1. b)gelet op de omstandigheden het aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan. Derhalve is het aan (...) (meer bepaald (de eiseres)) om te bewijzen dat het gebrek waardoor de wagen niet de veiligheid bood die men ervan mocht verwachten, niet bestond op het tijdstip waarop zij de wagen in het verkeer (heeft) gebracht, dan wel later is ontstaan door bijvoorbeeld de manipulaties ten gevolge van het installeren van de alarminstallatie door D., geleverd door de NV Trionic. Voornoemden tonen dit niet aan. Terecht doet V.D. dan ook op bladzijde 10 van zijn conclusie opmerken dat vermits hij (de eiseres AG AUDI) aanspreekt op grond van de wet op de productaansprakelijkheid, de plaatsing van het alarmsysteem hem dan ook niet kan worden tegengeworpen¿ (arrest, p. 9). Grieven 1.1. Krachtens artikel 8, b, van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken (hierna: Wet Productenaansprakelijkheid) is de producent niet aansprakelijk wanneer hij bewijst dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan. Uit deze bepaling volgt dat, om zijn aansprakelijkheid te weerleggen, de producent ermee kan volstaan te bewijzen of aan te tonen dat het aannemelijk is dat het product niet gebrekkig was bij de invoering ervan in het handelsverkeer dan wel dat het gebrek later is ontstaan. De producent moet dus niet bewijzen of aantonen dat het product niet gebrekkig was bij de invoering dan wel dat het gebrek later ontstond. 1.2. De eiseres had dienaangaande in haar syntheseconclusie aangevoerd laten gelden dat het gebrek niet bestond op het moment waarop zij de wagen, zonder elektrische alarminstallatie, in het verkeer had gebracht, in de mate dat alle deskundigen slechts gissingen konden formuleren nopens de oorzaak van de brand (¿dat de heer D.R. wel stelt dat de oorzaak ligt in een kortsluiting of overbelasting van de elektrische installatie, doch dat hij zelfs geen standpunt inneemt aangaande de cruciale vraag of deze kortsluiting of overbelasting is veroorzaakt door een inherent gebrek aan het voertuig, aanwezig op het ogenblik van de koop, dan wel door een andere oorzaak; (...) dat in onderhavig geschil redelijkerwijs niet kan worden uitgesloten dat de brand is ontstaan naar aanleiding van een kortsluiting in de elektrische alarminstallatie, temeer daar de eigen experts van (de verweerders) de hypothese van een kortsluiting bevoorrechten¿ (syntheseconclusie eiseres, p. 6), ¿zodat niet naar voldoening van recht kon worden vastgesteld dat de wagen gebrekkig was¿ (syntheseconclusie eiseres, p. 6). Tevens voerde de eiseres aan, met overname van de redengeving van de eerste rechter dienaangaande, dat de brand niet te wijten was aan een intrinsiek gebrek in het voertuig dat reeds aanwezig was op het ogenblik van de verkoop in de mate dat ¿uit de voorgelegde stukken (...) immers (blijkt) dat op 28 oktober 1993 een alarminstallatie werd geplaatst, geleverd door Trionic NV. Hierdoor werd bijgevolg een aanpassing uitgevoerd aan de elektrische installatie van de wagen. Het verplaatsen van deze installatie gebeurde onbetwistbaar nadat het product in het verkeer werd gebracht door de producent en buiten enige tussenkomst van deze laatste. Het is geenszins uit te sluiten dat de brand in oorzakelijk verband zou staan met het plaatsen van deze installatie¿ (syntheseconclusie eiseres, p. 7). 2.1. Het arrest oordeelt dat de eiseres aldus ¿niet aantoont¿ dat het gebrek niet bestond op het moment waarop zij het product in het verkeer bracht, dan wel later is ontstaan, zonder evenwel te onderzoeken of de door eiseres aangevoerde middelen het door haar te leveren tegenbewijs ¿niet aannemelijk maken¿, ¿gelet op de concrete omstandigheden¿. Door aldus aan de eiseres een zwaardere bewijslast op te leggen dan deze die wettelijk op eiseres rust krachtens artikel 8, b, van de Wet Productenaansprakelijkheid, schendt het arrest deze wetsbepaling. 2.2. Minstens is het arrest niet regelmatig met redenen omkleed in de mate dat het niet onderzoekt of de door de eiseres aangevoerde middelen, gelet op de concrete omstandigheden, niet ¿aannemelijk maken¿ dat het gebrek niet bestond op het moment waarop het product in het verkeer werd gebracht dan wel later is ontstaan, en het aldus de wettigheidscontrole van het Hof nopens de toepassing van voornoemd artikel 8, b van de Wet Productenaansprakelijkheid onmogelijk maakt (schending van artikel 149 van de Grondwet). III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep in zoverre ingesteld tegen de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij 1. De tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij roept een middel van niet-ontvankelijkheid in van het cassatieberoep in zoverre tegen haar ingesteld: de eiseres heeft geen belang. 2. Ook al was het cassatieberoep gericht tegen de beslissing die de eiseres als producent aansprakelijk acht op grond van de wet van 25 februari 1991, dan toch heeft de eiseres belang bij de verkoper in de zaak te betrekken en de bindendverklaring van het arrest te vragen. Het middel van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen. Het middel zelf 3. Krachtens artikel 1 van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken is de producent aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product. 4. Krachtens artikel 8, b, van de wet van 25 februari 1991 betreffende de aansprakelijkheid voor producten met gebreken is de producent uit hoofde van deze wet aansprakelijk, tenzij hij bewijst: (¿)
  2. b)dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan. Van zodra de rechter de schade, het gebrek en het causaal verband bewezen acht, verschuift het bewijsrisico krachtens deze bepaling naar de producent. De producent die louter aanvoert dat de oorzaak van de schade onzeker is, voldoet derhalve niet aan de op hem rustende bewijslast. 5. De appelrechters oordelen, zonder dat dit door de eiseres wordt betwist, dat de schade, een gebrek en het causaal verband zijn bewezen en dat de bewijslast dan overeenkomstig artikel 8, b, van de wet van 25 februari 1991 verschuift naar de producent: ¿Derhalve is het aan (de eiseres) om te bewijzen dat het gebrek waardoor de wagen niet de veiligheid bood die men er van mocht verwachten, niet bestond op het tijdstip waarop zij de wagen in het verkeer (heeft) gebracht, dan wel later is ontstaan door bijvoorbeeld de manipulaties ten gevolge van het installeren van de alarminstallatie door (de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij)¿. 6. Aldus leggen de appelrechters aan de eiseres een zwaardere bewijslast op dan in artikel 8, b, van de wet van 25 februari 1991 is bepaald, vermits deze wetsbepaling slechts van de producent vergt dat hij aannemelijk maakt dat het bedoelde gebrek niet bestond op het ogenblik waarop de wagen in het verkeer werd gebracht, dan wel dat het later is ontstaan. Zodoende schenden zij de bedoelde wetsbepaling. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de vordering van de verweerders ten aanzien van de eiseres en over de kosten van deze vordering. Verklaart het arrest bindend voor de tot bindendverklaring opgeroepen partij. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiseres in de kosten van de vordering tot bindendverklaring. Houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. De kosten zijn begroot op de som van 709,82 euro jegens de eisende partij, op de som van 167,47 euro jegens de verwerende partijen sub 1 en 2 en op de som van 109,67 euro jegens de in gemeenverklaring opgeroepen partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, de afdelingsvoorzitter Robert Boes en Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix en Albert Fettweis, en in openbare terechtzitting van 4 mei 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070504.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.