← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070507.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070507.3 Rolnummer: C.07.0053.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 235 - laatst gezien 2026-07-03 06:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche Wanneer de maatregel van opneming van een geesteszieke ter observatie in een psychiatrische dienst door de procureur des Konings bij spoedeisendheid wordt getroffen op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, kan het verzoekschrift aan de vrederechter door hem ter griffie worden neergelegd in de loop van de eerstvolgende werkdag

(1).
(1)Zie Parl. St. Senaat 1989-
  1. nr. 733/2, p.67; M.-Th. Meulders-Klein, "La protection des maladies mentaux et des personnes inaptes à gérer leurs biens après les réformes..", in Protection des maladies mentaux et incapacités des majeurs: Le droit belge après les réformes. Actes du 3e Colloque de l'Association Famille & Droit, E. Story-Scientia, 1996, p.
  2. Contra: M. Verrycken, "De Krankzinnigenwet en haar vervanging door de Wetten van 26 juni 1990 en 18 juli 1991: parlementaire voorbereiding - krachtlijnen en eerste bilan" in Het nieuwe statuut van de (geestes)zieken, E. Story-Scientia, 2000, p. 21; M.J. Van Vlasselaer, "Procedurale aspecten van de Wet van 26 juni 1990, m.b.t. de persoon van de geesteszieke" in Het nieuwe statuut van de (geestes)zieken, E. Story-Scientia, 2000, p.
  3. Thesaurus CAS: GEESTESZIEKE UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - BEKWAAMHEID - Persoon geesteszieke - Algemeen Vrije woorden: Opneming ter observatie - Dringendheid - Beslissing van de procureur des Konings - Kennisgeving aan de vrederechter - Indiening van het verzoekschrift - Maatregel getroffen op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag - Termijn Wettelijke bepalingen: Wet - 26-06-1990 - Art. 9, eerste en vijfde lid Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 2, en 53, tweede lid Koninklijk Besluit - 10-08-2001 - Art. 1 Tekst van de beslissing Nr. C.07.0053.N PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE ANTWERPEN, wiens Parket gevestigd is te 2000 Antwerpen, Bolivarplaats 20/2, eiser, tegen Y.L.M., verweerster, toegelaten tot het voordeel van de kosteloze rechtspleging bij beslissing van het bureau voor rechtsbijstand van het Hof van 15 februari 2007, nr. G.07.0025.N, vertegenwoordigd door mr. Paul Lefebvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 12 januari 2007 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen. De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 17 april 2007 verwezen naar de derde kamer. Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in een verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling
  4. Ingevolge artikel 9, eerste lid, van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke, kan de procureur des Konings van de plaats waar de zieke zich bevindt, in spoedeisende gevallen, beslissen dat deze ter observatie zal worden opgenomen in de psychiatrische dienst die hij aanwijst. Binnen vierentwintig uren na deze beslissing geeft de procureur des Konings, ingevolge het vijfde lid van hetzelfde artikel, daarvan kennis aan de rechter van de verblijfplaats, of bij gebreke daarvan, van de woonplaats of, bij gebreke daarvan nog aan de rechter van de plaats waar de zieke zich bevindt, en dient hij bij hem een verzoekschrift in, zoals bedoeld in het artikel 5 van dezelfde wet. Luidens het laatste lid van het artikel 9 van de wet van 26 juni 1990 vervalt de door de procureur des Konings getroffen maatregel zo hij het verzoekschrift niet binnen vierentwintig uren heeft ingediend.
  5. Bedoeld verzoekschrift dient overeenkomstig de artikelen 2 en 1027, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek ter griffie te worden neergelegd. Ingevolge de artikelen 176 van het Gerechtelijk Wetboek en 1 van het koninklijk besluit van 10 augustus 2001 zijn de griffies van de hoven en rechtbanken alle werkdagen voor het publiek toegankelijk op de door deze bepalingen nader bepaalde openingsuren. Wanneer de maatregel door de procureur des Konings bij spoedeisendheid wordt getroffen op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, kan het verzoekschrift door hem slechts ter griffie worden neergelegd in de loop van de eerstvolgende werkdag. Zoals volgt uit de aard van de maatregel en de noodzaak de geesteszieke zelf te beschermen of de veiligheid van de derden te verzekeren, wordt in dit geval de vervaldag overeenkomstig de artikelen 2 en 53, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek verplaatst op de eerstvolgende werkdag. De omstandigheid dat de termijn door de wet in uren wordt uitgedrukt doet hieraan geen afbreuk. De bevestiging van die regel door het artikel 7, tweede lid, van het koninklijk besluit ter uitvoering van de wet van 26 juni 1990, voegt aan die regel zelf niets toe.
  6. De appelrechters die oordelen dat de door de procureur des Konings op zaterdag 25 november 2006 ten aanzien van de verweerster getroffen observatiemaatregel is komen te vervallen om reden dat het door hem op maandag 27 november 2006 neergelegde verzoekschrift niet binnen vierentwintig uur en derhalve laattijdig werd neergelegd, verantwoorden hun beslissing niet naar recht. Het middel is in zoverre gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over. Verwijst de zaak naar de Rechtbank van Eerste Aanleg te Mechelen, zitting houdend in hoger beroep. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van zeven mei tweeduizend en zeven uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070507.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.