← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070507.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 07 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070507.4 Rolnummer: S.06.0067.N Kamer: 3N - derde kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht Invoerdatum: 2007-07-13 Raadplegingen: 248 - laatst gezien 2026-07-03 06:41 Versie(s): Vertaling FR Fiche Na de eenzijdige wijziging die door de werkgever aan een essentieel bestanddeel van een arbeidsovereenkomst kan de werknemer, ofwel onmiddellijk de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst inroepen, ofwel de overeenkomst tijdelijk verder zetten in de nieuwe omstandigheden en de werkgever binnen redelijke termijn in gebreke stellen de wijziging binnen een gestelde termijn ongedaan te maken, bij gebreke waarvan de werknemer de arbeidsovereenkomst als beëindigd zal beschouwen; wanneer de werkgever in dit geval, de wijziging na afloop van de gestelde termijn handhaaft, zal de arbeidsovereenkomst als onregelmatig beëindigd beschouwd worden op het ogenblik dat de werknemer de beëindiging vaststelt

(1).
(1)Zie Cass., 20 dec. 2004, AR S.04.0095.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041220.7, nr. 621; Cass. 7 juni 1993, AR 8351, nr. 272, met conclusie van de toenmalige advocaat-generaal M. DE SWAEF in A.C. Thesaurus CAS: ARBEIDSOVEREENKOMST - EINDE - Eenzijdige wijziging UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - ARBEID - Arbeidsovereenkomst - Einde (arbeidsovereenkomst) Vrije woorden: Gevolg - Onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst - Onmiddellijke inroeping door de werknemer - Tijdelijk verder zetten van de overeenkomst - Ingebrekestelling van de werkgever - Handhaving door de werkgever - Ogenblik van de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst Wettelijke bepalingen: oud Burgerlijk Wetboek - Art. 1134 Annotaties Publicaties: R.W. - W.RAUWS; Het tijdstip van het ontslag in geval van de belangrijkste eenzijdige wijziging van een essentieel bestanddeel van de arbeidsovereenkomst. - 2007-2008, 1673-1676 J.T.T. - Claude WANTIEZ; Acte equipollent à tupture - Date du congé. - 2007, 339 Chron.D.S./Doc.Kron. - X; Note. - 2008, 54-55 Tekst van de beslissing Nr. S.06.0067.N V.E.D., eiser, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen CENTRUM VOOR ALGEMEEN WELZIJNSWERK EN JEUGDZORG MIDDENKUST, vereniging zonder winstoogmerk, met zetel te 8400 Oostende, Sint-Sebastiaansstraat 16, verweerster, I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 20 mei 2005 gewezen door het Arbeidshof te Gent, afdeling Brugge. Raadsheer Eric Dirix heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiser voert in zijn verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  1. Wanneer een werkgever in een arbeidsovereenkomst een belangrijke eenzijdige wijziging aanbrengt aan een essentieel bestanddeel van de overeenkomst, kan deze houding aangezien worden als een ontslag. Na zulke wijziging kan de werknemer, ofwel onmiddellijk de onregelmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst inroepen, ofwel de overeenkomst tijdelijk verder zetten in de nieuwe omstandigheden en de werkgever binnen redelijke termijn in gebreke stellen de wijziging binnen een gestelde termijn ongedaan te maken, bij gebreke waarvan de werknemer de arbeidsovereenkomst als beëindigd zal beschouwen. Wanneer de werkgever in dit geval, de wijziging na afloop van de gestelde termijn handhaaft, zal de arbeidsovereenkomst als onregelmatig beëindigd beschouwd worden op het ogenblik dat de werknemer de beëindiging vaststelt.
  2. Het arrest stelt vast dat: - de eiser op 31 mei 2000 de verweerster in gebreke stelde in verband met de wijziging van zijn functie en de verweerster aanmaande hem een gelijkwaardige functie te geven vóór 9 juni 2000; - de verweerster de arbeidsovereenkomst onmiddellijk beëindigde om dringende reden op 8 juni
  3. Het arrest oordeelt dat de arbeidsovereenkomst tussen de partijen slechts beëindigd werd door het ontslag om dringende reden op 8 juni
  4. Door aldus te oordelen schendt het arrest de in het middel aangewezen wetsbepalingen niet. Het middel kan niet worden aangenomen. Tweede middel
  5. Het arrest oordeelt dat de ontvreemding van 2000 BEF op 29 mei 1999 als dringende reden volstaat en dat ¿de moeilijkheden met de rekeningen dan ook niet verder (dienen) onderzocht gezien één dringende reden volstaat¿.
  6. Gelet op dit oordeel vertoont het middel met betrekking tot de overweging van het arrest dat uit het bedoelde vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Brugge van 10 januari 2005 blijkt dat enkel de eiser, zijn echtgenote en de genaamde G.N. betwistten dat er een overdracht was geweest, geen belang meer. Het middel is niet ontvankelijk. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 128,58 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, en de raadsheren Eric Dirix, Eric Stassijns, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare terechtzitting van zeven mei tweeduizend en zeven uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Pierre Cornelis, met bijstand van adjunct-griffier Johan Pafenols. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070507.4 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041220.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.