← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.1

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.1 Rolnummer: P.06.1652.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Arbeidsrecht - Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 233 - laatst gezien 2026-07-03 06:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Krachtens artikel 9, tweede lid, Arbeidsinspectiewet hebben de processen-verbaal opgemaakt door de sociale inspecteurs bewijskracht tot het tegendeel bewezen is voor zover een afschrift ervan ter kennis gebracht wordt van de overtreder en, in voorkomend geval, van zijn werkgever, binnen een termijn van veertien dagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding; deze termijn gaat slechts in vanaf de dag waarop de onderzoekers in staat zijn alle bestanddelen van de overtreding met zekerheid te kennen en er geen twijfel meer blijft bestaan omtrent de identiteit van de overtreder.

(1)
(1)Zie Cass., 18 sept. 1973, A.C. 1974,
  1. Thesaurus CAS: ARBEID - SOCIALE DOCUMENTEN UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Arbeidsinspectie Vrije woorden: Overtreding - Arbeidsinspectie - Artikel 9, Arbeidsinspectiewet - Proces-verbaal - Bewijskracht - Kennisgeving door afschrift aan de overtreder of zijn werkgever - Termijn - Aanvang Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Geschriften - Bewijskracht UTU-thesaurus: SOCIAAL RECHT - SOCIAAL RECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Arbeidsinspectie Vrije woorden: Proces-verbaal - Arbeidsinspectie - Artikel 9, Arbeidsinspectiewet - Kennisgeving door afschrift aan de overtreder of zijn werkgever - Termijn - Aanvang Annotaties Publicaties: R.W. - X; Noot. - 2007-2008, 1203 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1652.N V. C. L., beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Pascal Mallien, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Meir 24, alwaar de eiseres woonplaats kiest. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 16 november
  2. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  3. Krachtens artikel 9, tweede lid, Arbeidsinspectiewet hebben de processen-verbaal opgemaakt door de sociale inspecteurs bewijskracht tot het tegendeel bewezen is voor zover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de overtreder en, in voorkomend geval, van zijn werkgever, binnen een termijn van veertien dagen die een aanvang neemt de dag na de vaststelling van de overtreding. De voormelde termijn van veertien dagen gaat slechts in vanaf de dag waarop de onderzoekers in staat zijn alle bestanddelen van de overtreding met zekerheid te kennen en er geen twijfel meer blijft bestaan omtrent de identiteit van de overtreder.
  4. Of alle bestanddelen van de overtreding met zekerheid gekend zijn en er geen twijfel meer bestaat over de identiteit van de overtreder, is een feitelijke appreciatie waarover de rechter onaantastbaar oordeelt.
  5. Het middel dat aanvoert dat de identiteit van de overtreder reeds eerder gekend was, komt op tegen deze beoordeling van feiten door de rechter of verplicht het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel
  6. Het middel voert schending aan van artikel 4, § 1, 2°, g), Arbeidsinspectiewet. Het stelt dat het bestreden arrest heeft nagelaten na te gaan of de beeldopnamen enkel dienen voor een welbepaald doel en strekkend tot het vaststellen van inbreuken waarvan de eiseres werd verdacht.
  7. Anders dan het middel aanvoert, oordeelt het bestreden arrest dat ¿ten overvloede (dient) te worden vastgesteld dat de beeldopname door de sociale inspectie wel degelijk strekte tot het vaststellen van inbreuken, waarvan beklaagden werden verdacht, op een adequate en nuttige wijze¿. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.
  8. Voor het overige komt het middel op tegen deze onaantastbare beoordeling in feite van de appelrechters of verplicht het het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is. In zoverre is het middel niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  9. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 15 mei 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.