← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.4

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.4 Rolnummer: P.07.0268.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige - Constitutioneel recht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 596 - laatst gezien 2026-07-04 00:57 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 4 Onder verwijzingsbeschikking in de zin van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, dient te worden begrepen een beschikking waarbij de rechtspleging wordt geregeld; een beschikking van een onderzoeksgerecht dat oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is, is geen verwijzingsbeschikking

(1).
(1)BOSLY H.-D. et VANDERMEERSCH D., Droit de la procédure pénale, 4° ed., 2005, p. 826. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Verwijzingsbeschikking Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Verwijzingsbeschikking Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking die oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Algemeen UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Beschikking die oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Fiches 5 - 6 Wanneer de inverdenkinggestelde geen ontvankelijk hoger beroep heeft kunnen instellen bij de kamer van inbeschuldigingstelling betreffende onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden bepaald in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering en de kamer van inbeschuldigingstelling evenmin in het kader van haar ambtshalve toezicht over het onderzoek of als gevolg van enige andere saisine over het betreffende middel uitspraak heeft gedaan, kan dit middel opnieuw voor het vonnisgerecht worden ingeroepen
(1).
(1)VERSTRAETEN R., Handboek Strafvordering, 4de ed., 2005, p. 619, nr 1288. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden - Afwezigheid van hoger beroep vanwege de inverdenkinggestelde - Geen uitspraak door de kamer van inbeschuldigingstelling in het kader van het ambtshalve toezicht of enige andere saisine Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 131, § 1 en 135, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden - Afwezigheid van hoger beroep vanwege de inverdenkinggestelde - Geen uitspraak door de kamer van inbeschuldigingstelling in het kader van het ambtshalve toezicht of enige andere saisine Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 131, § 1 en 135, § 2 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 7 Voorbarig en derhalve niet ontvankelijk is het cassatieberoep dat door de inverdenkinggestelde wordt ingesteld voor het eindarrest tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer, die oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is, terecht niet ontvankelijk verklaart. Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - STRAFZAKEN - Termijnen voor cassatieberoep en betekening - Strafvordering - Voorbarig cassatieberoep (geen eindbeslissing) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Beschikking van de raadkamer die oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is - Hoger beroep van de inverdenkinggestelde - Kamer van inbeschuldigingstelling - Arrest dat het hoger beroep ontvankelijk verklaart - Onmiddellijk cassatieberoep van de inverdenkinggestelde - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 135, § 2, en 416 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 8 - 9 Het Hof van cassatie is niet gehouden aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen die uitgaat van een juridische onderstelling die onjuist is
(1).
(1)Zie Cass., 5 nov. 1996, AR P.95.1428.N ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961105.3, nr 417; Cass., 23 juni 2005, AR C.03.0389.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050623.17, nr 366; Cass., 26 mei 2006, AR C.05.0150.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060526.4, nr 292; Cass., 28 nov. 2006, AR P.06.1129.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.9, nr ... Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Prejudiciële vraag - Hof van Cassatie - Verplichting - Grenzen - Vraag gesteund op een onjuiste onderstelling Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art. 26, § 2 Thesaurus CAS: PREJUDICIEEL GESCHIL UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Cassatieberoep in strafzaken - Beslissingen vatbaar voor cassatieberoep - Strafvordering Vrije woorden: Prejudicieel geschil - Grondwettelijk Hof - Hof van Cassatie - Verplichting Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Art. 26, § 2 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0268.N ALGEMEEN ZIEKENHUIS DAMIAAN OOSTENDE vzw, inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. Antoon Lust, advocaat bij de balie te Brugge, tegen
  1. S. L., burgerlijke partij,
  2. L. G., burgerlijke partij, verweersters. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 januari
  3. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  4. Het onderdeel voert aan dat de beschikking die door de raadkamer wordt genomen op een vordering tot verwijzing, een verwijzingsbeschikking is in de zin van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, ook al beslist de raadkamer die bij die gelegenheid oordeelt omtrent een opgeworpen zuiveringsexceptie in de zin van artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering, dat de zaak niet in staat van wijzen is. De eiseres meent dat haar anders de mogelijkheid wordt ontnomen om de beslissing van de raadkamer de zuiveringsexceptie te onderwerpen aan het hoger beroep en het cassatieberoep. Zij meent dat hierdoor het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel en het recht op een eerlijk proces zou worden geschonden en vraagt in ondergeschikte orde hierover een prejudiciële vraag aan het grondwettelijk Hof te stellen. Deze vraag formuleert zij als volgt: ¿Schendt artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, aldus begrepen dat het geen hoger beroep toelaat tegen een beschikking van de raadkamer die een exceptie van onregelmatigheid, verzuim of nietigheid als bedoeld door artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering of een andere exceptie die leidt tot het verval of beëindiging van de strafvordering verwerpt, doch de inverdenkinggestelde alsnog niet verwijst naar het vonnisgerecht, omdat ze oordeelt dat de procedure alsnog niet kan worden geregeld?¿
  5. Krachtens artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering, kan de inverdenkinggestelde slechts tegen een verwijzingsbeschikking bepaald in de artikelen 129 en 130 van dit wetboek hoger beroep instellen, onverminderd het in artikel 539 beoogde rechtsmiddel: - in geval van onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden bepaald in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering indien het middel daarover bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer; - in geval van gronden van niet-ontvankelijkheid of van verval van de strafvordering indien het middel daarover bij schriftelijke conclusie is ingeroepen voor de raadkamer of de vermelde gronden zijn ontstaan na het debat voor de raadkamer; - wanneer de verwijzingsbeschikking zelf is aangetast door onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden. Onder verwijzingsbeschikking in de zin van artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering dient te worden begrepen een beschikking waarbij de rechtspleging wordt geregeld. Een beschikking van een onderzoeksgerecht dat oordeelt dat de zaak niet in staat van wijzen is, is geen verwijzingsbeschikking. In zoverre faalt het middel naar recht.
  6. In zoverre het onderdeel ervan uitgaat dat een inverdenkinggestelde die geen ontvankelijk hoger beroep bij de kamer van inbeschuldigingstelling heeft kunnen instellen betreffende onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden bepaald in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering en in geval de kamer van inbeschuldigingstelling evenmin in het kader van haar ambtshalve toezicht over het onderzoek of als gevolg van enige andere saisine over het betreffende middel uitspraak heeft gedaan, dit niet opnieuw voor het vonnisgerecht kan inroepen, faalt het eveneens naar recht.
  7. Het recht op een eerlijk proces wordt aldus niet geschonden vermits de inverdenkinggestelde in de voormelde omstandigheden die onregelmatigheden, verzuimen of nietigheden bepaald in artikel 131, § 1, Wetboek van Strafvordering opnieuw voor het vonnisgerecht kan inroepen. In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.
  8. Er is geen aanleiding om het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag te stellen die uitgaat van een juridische onderstelling die onjuist is. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  9. De inverdenkinggestelde kan slechts onmiddellijk cassatieberoep instellen tegen een arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling over zijn hoger beroep tegen een verwijzingsbeschikking in gelijkaardige gevallen als waarin hij overeenkomstig artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering hoger beroep kan instellen. Artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering laat de inverdenkinggestelde slechts toe hoger beroep in te stellen tegen een verwijzingsbeschikking en dit onder de voorwaarden die deze wetsbepaling bepaalt.
  10. Het bestreden arrest dat het hoger beroep niet ontvankelijk verklaart omdat de raadkamer heeft geoordeeld dat de zaak niet in staat van wijzen is, is geen verwijzingsbeschikking. De eiseres kan geen cassatieberoep instellen tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling dat haar hoger beroep tegen zulke beschikking van de raadkamer terecht niet ontvankelijk verklaart. Het cassatieberoep is niet ontvankelijk. Eerste onderdeel
  11. Het onderdeel dat geen betrekking heeft op de ontvankelijkheid van het cassatieberoep, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. Begroot de kosten op 60,26 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 15 mei 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.4 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.5 precedenten: ECLI:BE:CASS:1996:ARR.19961105.3 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050623.17 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060526.4 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.9 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2009:ARR.20090317.8 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.