← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.5 Rolnummer: P.07.0526.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 525 - laatst gezien 2026-07-03 18:59 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de artikelen 36, § 1, vierde lid, en 37, Wet Voorlopige Hechtenis volgt dat op het hoger beroep van de verdachte tegen de beschikking van de raadkamer die zijn aanvraag tot wijziging van de opgelegde voorwaarden afwijst, de termijn en de sanctie bepaald door artikel 30, § 3 van deze wet toepasselijk zijn; het verstrijken van die termijn heeft het verval van de bevolen maatregel tot gevolg, enkel in de mate dat de verdachte gevraagd heeft dat de opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk zouden worden opgeheven of gewijzigd

(1).
(1)Zie Cass., 17 juni 1997, AR P.97.0803.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970617.7, nr 278; Cass., 2 dec. 2003, AR P.03.1332.N ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031202.10, nr
  1. Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - INVRIJHEIDSTELLING ONDER VOORWAARDEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Opheffing Vrije woorden: Aanvraag tot wijziging van de opgelegde voorwaarde - Afwijzing van de aanvraag door de raadkamer - Hoger beroep - Termijn voor uitspraak - Laattijdige uitspraak Thesaurus CAS: VOORLOPIGE HECHTENIS - HOGER BEROEP UTU-thesaurus: STRAFRECHT - VOORLOPIGE HECHTENIS - Algemeen (voorlopige hechtenis) - Opheffing Vrije woorden: Invrijheidstelling onder voorwaarden - Aanvraag tot wijziging van de opgelegde voorwaarde - Afwijzing van de aanvraag door de raadkamer - Hoger beroep - Termijn voor uitspraak - Laattijdige uitspraak Tekst van de beslissing Nr. P.07.0526.N C. V. D., verdachte, met als raadsman mr. Bart Vanhorenbeek, advocaat bij de balie te Leuven. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 april
  2. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  3. De eiser voert aan dat wegens de laattijdige uitspraak van de kamer van inbeschuldigingstelling over zijn hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer waarbij zijn verzoek tot wijziging van de hem opgelegde voorwaarden tot invrijheidstelling werd afgewezen, deze voorwaarden volledig zijn vervallen en hij in vrijheid diende te worden gesteld.
  4. Krachtens artikel 36, § 1, vierde lid, Wet Voorlopige Hechtenis kan de in vrijheid gestelde verdachte vragen dat de opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk worden opgeheven of gewijzigd; hij kan ook vragen te worden vrijgesteld van alle voorwaarden of van sommige daarvan. Tegen die beslissingen staan, krachtens artikel 37, Wet Voorlopige Hechtenis, dezelfde rechtsmiddelen open als tegen beslissingen die inzake voorlopige hechtenis worden genomen.
  5. Uit die bepalingen volgt dat op het hoger beroep van de verdachte tegen de beschikking van de raadkamer die zijn op grond van artikel 36, § 1, vierde lid, Wet Voorlopige Hechtenis ingediende aanvraag tot wijziging van de opgelegde voorwaarden afwijst, de termijn en de sanctie bepaald door artikel 30, § 3, Wet Voorlopige Hechtenis, toepasselijk is. Het verstrijken van die termijn heeft het verval van de bevolen maatregel tot gevolg, enkel in de mate dat de verdachte gevraagd heeft dat de opgelegde voorwaarden geheel of gedeeltelijk zouden worden opgeheven of gewijzigd.
  6. De appelrechters oordelen dat wegens hun uitspraak buiten de wettelijke termijn het verzoek van de eiser van rechtswege dient te worden ingewilligd en bijgevolg de opgelegde voorwaarden enkel dienen te worden uitgebreid in de zin zoals door de eiser werd gevraagd. Aldus verantwoorden zij hun beslissing naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 57,12 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 15 mei 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070515.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2024:CONC.20240605.2F.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970617.7 ECLI:BE:CASS:2003:ARR.20031202.10 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260113.2N.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.