id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 18 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070518.4 Rolnummer: C.06.0287.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-07-03 06:39 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Uit de wettelijke bepalingen die voorzien dat de rechter deskundigen kan gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven en dat niemand de titel mag voeren van architect noch het beroep ervan mag uitoefenen indien hij niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet, volgt niet dat de gerechtsdeskundige die door de rechter wordt aangesteld in bouwzaken noodzakelijkerwijze het beroep van architect uitoefent. Thesaurus CAS: DESKUNDIGENONDERZOEK UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Algemeen Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Gerechtsdeskundige - Bouwzaken - Kwalificatie Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 962 Wet - 20-02-1939 - Art. 1, § 1 Wet - 26-06-1963 - Art. 5 Thesaurus CAS: ARCHITECT (TUCHT EN BESCHERMING VAN DE TITEL) UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Deskundigenonderzoek BURGERLIJK RECHT - BEROEPEN - Architect - Algemeen Vrije woorden: Bouwzaken - Aanstelling als gerechtsdeskundige Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 962 Wet - 20-02-1939 - Art. 1, § 1 Wet - 26-06-1963 - Art. 5 Tekst van de beslissing Nr. C.06.0287.N CHAPEBEDRIJF VERHELST & CIE, naamloze vennootschap, met zetel te 8460 Oudenburg, Stationsstraat 30, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
- TYBO, naamloze vennootschap, met zetel te 8792 Desselgem, Leiestraat 62,
- D.P.,
- D.L., verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 24 februari 2006 gewezen door het Hof van Beroep te Gent. Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel Eerste onderdeel
- Na vastgesteld te hebben dat de woning werd opgericht in 1991, dat een plankenvloer werd aangebracht in oktober 1996 en de opdrachtgever voor het eerst geconfronteerd werd met het gebrek in deze vloer, bestaande uit ¿schotelende planken¿ in december 1998, oordeelt de appelrechter onder meer: - ¿in januari 1999 verwijdert F. D. enkele planken, m.a.w. hij begint te zoeken naar de oorzaak. (¿). M.a.w. men zoekt naar een ongekend gebrek, tot dan - januari 1999 (!) - voor eenieder verborgen, jazeker ook voor de leek die de bouwheer (de tweede verweerder) is¿; - ¿op 15 maart 1999 schrijft de raadsman (van de tweede verweerder) de hoofdaannemer (de eerste verweerder) aan nopens de problematiek die zich voordoet met uitdrukkelijk verzoek ter plaatse bijeen te komen op 23 maart
- M.a.w. (de tweede verweerder) betracht een oplossing voor de problemen, waarvan de stellige oorzaak voor hem als leek niet is gekend¿; - ¿op diezelfde datum (¿) schrijft de raadsman (van de tweede verweerder) trouwens ook de plaatser (¿) aan, waarbij hij (diens) visie en besluit (¿) over de toestand en de problemen betwist. M.a.w. gegeven de vaststaande problemen (¿) was men het toentertijd oneens over de oorzaak -die was voor niemand met stellige zekerheid gekend-¿;
- Hiermee oordeelt het arrest dat de oorzaak van de moeilijkheden met de plankenvloer niet alleen voor de opdrachtgever, maar tevens voor de overige partijen onbekend was. In zoverre het onderdeel een motiveringsgebrek aanvoert, mist het feitelijke grondslag.
- Voor het overige voert het onderdeel geen zelfstandige grief aan, maar is het afgeleid uit het tevergeefs aangevoerde motiveringsgebrek. Het onderdeel is in zoverre niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
- De appelrechter onderschrijft het advies van de gerechtsdeskundige onder meer waar deze stelt dat ¿indien de onderaannemer niet weet welke de afwerking is bovenop de chape, hij zich noodzakelijkerwijze dient te informeren over die afwerking omdat -indien hij dit niet doet- het risico op problemen achteraf te groot is¿. Het arrest neemt met dit oordeel een standpunt in tegengesteld aan dit van de eiseres en verwerpt en beantwoordt aldus het door haar aangevoerde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
- Met overname van de redenen van het beroepen vonnis onderschrijft de appelrechter de door de gerechtsdeskundige gehanteerde verdeelsleutel van verantwoordelijkheid en verwerpt aldus het verweer van de eiseres dat de schade volledig haar oorsprong vindt in het niet uitkuipen van de ramen. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Vierde onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat het verweer van de eiseres bij het uitvoeren van de chape in 1990 het plaatsen van pvc-folie nog niet tot de regels van de kunst zou hebben behoord, niet werd beantwoord.
- De appelrechter oordeelt dat de gerechtsdeskundige ¿de aansprakelijkheid van de (eiseres) afdoend en verantwoord (heeft) beschreven, al even correct geduid -mits hantering en toetsing van terecht te hanteren normen op de werken zoals door haar uitgevoerd en door haar gefactureerd begin 1991-, weze een advies dat ook door het hof (van beroep), zoals de eerste rechter het reeds oordeelkundig deed, volledig wordt onderschreven¿. Aldus verwerpt en beantwoordt het arrest het voormelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Tweede middel
- Krachtens artikel 962 van het Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, ter oplossing van een voor hem gebracht geschil of ingeval een geschil werkelijk en dadelijk dreigt te ontstaan, deskundigen gelasten vaststellingen te doen of een technisch advies te geven. Krachtens artikel 1, §1, van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en van het beroep van architect, mag niemand de titel voeren van architect, noch het beroep ervan uitoefenen indien hij niet in het bezit is van een diploma, waaruit blijkt dat hij met goed gevolg de examenproeven heeft afgelegd welke vereist zijn voor het verkrijgen van het diploma. Krachtens artikel 5 van de wet van 26 juni 1963 tot instelling van een Orde van architecten, mag niemand in België het beroep van architect in welke hoedanigheid ook uitoefenen als hij niet op één van de tabellen van de Orde of op een lijst van stagiairs is ingeschreven of indien hij niet heeft voldaan aan de bepalingen van het tweede en derde lid van artikel
- Uit het voorgaande volgt niet dat een gerechtsdeskundige die door de rechtsinstanties wordt aangesteld in bouwzaken noodzakelijkerwijze het beroep van architect uitoefent.
- Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt niet naar recht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseres in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 591,73 euro jegens de eisende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Eric Dirix, Beatrijs Deconinck en Alain Smetryns, en op de openbare terechtzitting van 18 mei 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070518.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div