← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070522.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070522.3 Rolnummer: P.07.0664.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-02 Raadplegingen: 437 - laatst gezien 2026-07-04 02:28 Versie(s): Vertaling FR Fiche De bevoegdheid van de onderzoeksrechter om de invrijheidstelling onder voorwaarden te bevelen, of van de onderzoeksgerechten in de gevallen waarin zij uitspraak doen over de rechtsmiddelen tegen die beslissing of de afwezigheid van die beslissing, wordt zonder voorwerp eenmaal het cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling omtrent de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel is verworpen

(1).
(1)Zie Cass., 6 dec. 2005, AR P.05.1496.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.14, nr
  1. Thesaurus CAS: UITLEVERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - AANHOUDINGSBEVEL - EUROPEES - Algemene beginselen (aanhoudingsbevel - Europees) Vrije woorden: Europees aanhoudingsbevel - Invrijheidstelling onder voorwaarden - Bevoegdheid van de onderzoeksrechter of van de onderzoeksgerechten Wettelijke bepalingen: Wet - 19-12-2003 - Artt. 18, § 5, en 20, §§ 1 en 2 - 32 ELI link Pub nr 2003009950 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0664.N R. B., verdachte, gedetineerd, eiser. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 8 mei
  2. De eiser voert geen middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. FEITEN De onderzoeksrechter te Hasselt heeft op 30 maart 2007 een bevel tot aanhouding lastens de eiser afgeleverd ingevolge een Europees aanhoudingsbevel van 29 januari 2007, van de Officier van Justitie bij het Functioneel Parket Zwolle (Nederland). Op 2 april 2007 heeft de eiser een verzoekschrift tot invrijheidstelling onder voorwaarden gericht tot de onderzoeksrechter. De raadkamer bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt heeft bij beschikking van 11 april 2007 de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel bevolen en het verzoek tot voorwaardelijke invrijheidstelling afgewezen. Bij arrest van 3 mei 2007 van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, werd het hoger beroep van de eiser tegen deze beschikking ongegrond verklaard en de beschikking van de raadkamer in haar beide onderdelen bevestigd. Bij arrest van het Hof van 15 mei 2007 werd het cassatieberoep van de eiser tegen dit arrest van 3 mei 2007 verworpen. Intussen heeft de eiser op 20 april 2007 op grond van artikel 20, § 3, Wet Europees Aanhoudingsbevel de raadkamer bij de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt opnieuw verzocht zijn invrijheidstelling onder voorwaarden te bevelen. Bij beschikking van 25 april 2007 verklaarde de raadkamer zich zonder rechtsmacht om over dit verzoek te oordelen. Het bestreden arrest verklaarde de hogere beroepen tegen deze beschikking zowel van de raadsman van de eiser als van de eiser zelf, zonder voorwerp respectievelijk onontvankelijk. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep Artikel 20, § 1, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat de beschikking van de onderzoeksrechter gegeven overeenkomstig artikel 11 gevolg blijft hebben tot het besluit tot uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel definitief is geworden. Artikel 30, § 2, Wet Europees Aanhoudingsbevel voegt daaraan toe dat de onderzoeksrechter ambtshalve, op vordering van het openbaar ministerie of op verzoek van de betrokken persoon onder de voorwaarden bedoeld in artikel 11, §§ 4 tot 6 Wet Europees Aanhoudingsbevel, en na hem bijgestaan of vertegenwoordigd door zijn advocaat te hebben gehoord, de betrokken persoon op elk moment van de procedure in vrijheid kan stellen totdat het besluit tot uitvoering van het Europees aanhoudingsbevel definitief is geworden. Artikel 18, § 5, Wet Europees Aanhoudingsbevel bepaalt dat ingeval het cassatieberoep wordt verworpen, de beslissing omtrent de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel onmiddellijk uitvoerbaar wordt. Uit die bepalingen volgt dat de bevoegdheid van de onderzoeksrechter om de invrijheidstelling onder voorwaarden te bevelen, of van de onderzoeksgerechten in de gevallen waarin zij uitspraak doen over de rechtsmiddelen tegen die beslissing of de afwezigheid van die beslissing, zonder voorwerp wordt eenmaal het cassatieberoep tegen het arrest van de kamer van inbeschuldigingstelling omtrent de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel is verworpen. Bij arrest van 15 mei 2007 heeft het Hof het cassatieberoep dat gericht was tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 3 mei 2007, inhoudende tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel van 29 januari 2007, verworpen. Het cassatieberoep van de eiser, dat enkel gericht is tegen een beslissing met betrekking tot zijn verzoek tot invrijheidstelling, heeft geen bestaansreden meer. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 63,39 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 22 mei 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070522.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051206.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.