← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070525.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 25 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070525.5 Rolnummer: F.05.0057.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-02 Raadplegingen: 551 - laatst gezien 2026-07-04 01:04 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer de voor het Hof van Cassatie opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep een feitelijke vraag opwerpt, kan het Hof die vraag onderzoeken aangezien de regelmatigheid van het cassatieberoep ervan afhangt. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan rechtspersoon Vrije woorden: Cassatieberoep - Grond van niet-ontvankelijkheid - Feitelijke vraag - Noodzaak tot onderzoek - Bevoegdheid van het Hof Fiches 2 - 3 De betekening van de bestreden beslissing aan de eiser in cassatie op een achterhaald adres, terwijl uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de verweerder het juiste adres van de eiser kende, kan niet dienen als aanvang van de termijn van drie maanden waarbinnen het cassatieberoep moet worden ingesteld. Thesaurus CAS: BETEKENINGEN EN KENNISGEVINGEN - EXPLOOT UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan rechtspersoon Vrije woorden: Cassatieberoep - Burgerlijke zaken - Bestreden beslissing - Betekening op een achterhaald adres Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 42, 5° en 1073, eerste lid Thesaurus CAS: CASSATIEBEROEP - BURGERLIJKE ZAKEN - Termijnen van cassatieberoep en betekening - Duur, begin en einde UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - GERECHTELIJK RECHT- ALGEMENE BEGINSELEN - Betekening en kennisgeving - Wijze van betekening - Aan rechtspersoon Vrije woorden: Termijn van cassatieberoep - Begin - Bestreden beslissing - Betekening op een achterhaald adres Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 42, 5° en 1073, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. F.05.0057.N

  1. ETABLISSEMENTS L. LACROIX FILS, naamloze vennootschap, met zetel te 2610 Wilrijk, Sint-Bavostraat 66,
  2. ACE EUROPEAN GROUP Ltd., vennootschap naar Engels recht, met zetel te EC3A 4BP Londen (Verenigd Koninkrijk), Leadenhallstreet 100, eiseressen, vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, verweerder, vertegenwoordigd door mr. Ignace Claeys Bouuaert, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 9000 Gent, Paul Fredericqstraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 26 januari 2004 gewezen door het Hof van Beroep te Brussel. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eiseressen voeren in hun verzoekschrift twee middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  3. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep van de eerste eiseres niet ontvankelijk is aangezien deze buiten de wettelijke termijn zou zijn ingeleid. Hij betoogt dat het bestreden arrest op 24 augustus 2004 aan de eerste eiseres is betekend, en dat het cassatieberoep, dat door de eerste eiseres op 26 mei 2005 is betekend, laattijdig is. De eerste eiseres voert aan dat de betekening van het bestreden arrest niet is verricht op haar maatschappelijke zetel. De grond van niet-ontvankelijkheid werpt een feitelijke vraag op die het Hof kan onderzoeken, aangezien de regelmatigheid van het cassatieberoep ervan afhangt.
  4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - bij fusie op 30 april 1999, de BVBA Van Nelle Tobacco Belgium is overgenomen door de eerste eiseres met maatschappelijke zetel gelegen te 2610 Wilrijk, Sint-Bavostraat 66; - in latere processtukken, van het verzoekschrift in hoger beroep tot en met de syntheseconclusies in hoger beroep, de door de NV Etablissements Lacroix overgenomen BVBA Van Nelle Tobacco Belgium, met maatschappelijke zetel gelegen te Terbekehofdreef 24 te 2610 Wilrijk, als eerste eiseres was vermeld; - in een daaropvolgend verzoekschrift tot bepaling van een nieuwe conclusietermijn, de eerste eiseres is aangeduid als de overnemende vennootschap, de NV Etablissements Lacroix met maatschappelijke zetel gelegen te 2610 Wilrijk, Sint-Bavostraat 66; - zowel het hof van beroep als de verweerder dit juiste adres van de maatschappelijke zetel van de eerste eiseres kenden.
  5. De betekening van het bestreden arrest aan de eerste eiseres, op het adres Terbekehofdreef 24 te 2610 Wilrijk kan dus niet dienen als aanvang van de bij artikel 1073, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn van drie maanden.
  6. Het cassatieberoep, ingesteld door de eerste eiseres op 26 mei 2005, is derhalve ontvankelijk. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de eerste eiseres kan niet worden aangenomen. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep in zoverre het uitgaat van de tweede eiseres
  7. De verweerder voert eveneens aan dat het cassatieberoep van de tweede eiseres niet ontvankelijk is aangezien het buiten de wettelijke termijn zou zijn ingesteld.
  8. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het bestreden arrest op 20 augustus 2004 aan de tweede eiseres werd betekend. Het cassatieberoep is door de tweede eiseres ingesteld bij verzoekschrift dat op 26 mei 2005 aan verweerster is betekend en op 30 mei 2005 ter griffie van het Hof is neergelegd.
  9. De tweede eiseres heeft derhalve buiten de in artikel 1073, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn van drie maanden, haar cassatieberoep ingesteld. Het middel van niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep van de tweede eiseres is gegrond. Tweede middel
  10. Krachtens artikel 46 van het ministerieel besluit van 1 augustus 1994 betreffende het fiscaal stelsel van gefabriceerde tabak, worden aan de marktdeelnemers geleverde fiscale kentekens door administratie niet teruggenomen of omgeruild. Daarbij geldt echter een uitzondering voor de fiscale kentekens die onbruikbaar zijn geworden: a) door wijzigingen van de tabel van de fiscale kentekens of van de kleinhandelsprijzen; b) door beschadiging ofwel bij het aanbrengen van de vermeldingen bedoeld bij de artikelen 40 en 43, ofwel bij het machinaal snijden van de kentekens of nog bij het machinaal aanbrengen ervan; c) ingevolge andere bijzondere omstandigheden.
  11. Onder kentekens die onbruikbaar zijn geworden, dienen te worden verstaan de kentekens die onbruikbaar werden vooraleer ze aangebracht werden op tabakswaren die voor het verbruik werden uitgeslagen.
  12. Daaruit volgt dat de te dezen aangebrachte fiscale tekens op de sigaretten, die, nadat zij tot verbruik waren uitgeslagen, zijn verbrand, niet kunnen worden omgeruild.
  13. Het bestreden arrest vermocht derhalve naar recht te oordelen dat de fiscale kentekens niet konden worden omgeruild aangezien de goederen tenietgingen nadat de fiscale kentekens geplaatst en definitief gebruikt werden. Het middel kan niet worden aangenomen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiseressen in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 495,26 euro jegens de eisende partijen en op de som van 74,67 euro jegens de verwerende partij. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei en Eric Stassijns, en in openbare terechtzitting van 25 mei 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Marie-Jeanne Massart. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070525.5 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120309.6 ECLI:BE:CASS:2014:CONC.20141107.1 ECLI:BE:CASS:2026:CONC.20260327.1F.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.