← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070529.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 29 mei 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070529.3 Rolnummer: P.07.0205.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 583 - laatst gezien 2026-07-04 03:33 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De omstandigheden dat de wet de belastingplichtige, zij het een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die bepaalde fiscale verplichtingen niet nakomt en verschuldigde belastingen niet betaalt, strafbaar stelt, staat er niet aan in de weg dat de rechter deze misdrijven toerekent aan de persoon die in rechte of in feite de ware verantwoordelijke is voor het nakomen van die verplichtingen van de rechtspersoon en door zijn persoonlijk optreden schuld heeft aan het nalaten van de rechtspersoon. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Natuurlijke personen UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Strafrechtelijke aansprakelijkheid - Rechtspersoon Vrije woorden: Belastingplichtige - Rechtspersoon - Niet nakomen fiscale verplichtingen - Niet betalen verschuldigde belastingen - Verantwoordelijke - Gevolg Fiche 2 De Belgische Staat kan, los van de verschuldigde belasting en toebehoren, ingevolge de aan beklaagde verweten fiscale misdrijven nog andere eigen schade hebben geleden dan deze die kan hersteld worden door toepassing van de fiscale bepalingen

(1).
(1)Zie: Cass., 9 dec. 1997, AR P.95.0610.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971209.3, nr. 540; Cass., 14 feb. 2001, AR P.00.1350.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.14-P.00.1353.F ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.14-P.00.1363.F, nr. 91 Thesaurus CAS: BURGERLIJKE RECHTSVORDERING UTU-thesaurus: STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Strafrechtelijke aansprakelijkheid - Rechtspersoon Vrije woorden: Belgische Staat - Fiscale fraude - Niet betalen inkomstenbelastingen - Niet betalen belasting over de toegevoegde waarde - Schade - Begrip Wettelijke bepalingen: Voorafgaande titel van het wetboek van Strafvordering - 17-04-1878 - Artt. 3 en 4 - 01 ELI link Pub nr 1878041750 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0205.N P. L. E. W., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Yves Tavernier, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 14, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 11 januari
  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  2. Het bestreden arrest acht de eiser schuldig en verleent hem daarvoor gewone opschorting van de uitspraak gedurende drie jaar, om als zaakvoerder van een vennootschap: A. met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden een openstaand saldo van een vennootschapsbelasting niet te hebben betaald, en B. nagelaten te hebben de verplichte BTW-aangiften in te dienen en de verschuldigd geworden BTW te voldoen binnen de wettelijke termijn. Het middel voert schending aan van artikel 449 WIB 1992 en artikel 79 Wetboek-BTW en voor zover als nodig schending van de motiveringsplicht van artikel 149 Grondwet. Het middel stelt dat de eiser niet wettig kon veroordeeld worden wegens niet-betaling van directe belasting en BTW waarvan hij niet de schuldenaar is.
  3. De omstandigheid dat de wet de belastingplichtige, zij het een natuurlijke persoon of een rechtspersoon, die bepaalde fiscale verplichtingen niet nakomt en verschuldigde belastingen niet betaalt, strafbaar stelt, staat niet eraan in de weg dat de rechter deze misdrijven toerekent aan de persoon die in rechte of in feite de ware verantwoordelijke is voor het nakomen van die verplichtingen van de rechtspersoon en door zijn persoonlijk optreden schuld heeft aan het nalaten van de rechtspersoon. Het middel faalt in zoverre naar recht.
  4. Met de overwegingen die het bestreden arrest vermeldt (achtste bladzijde) beantwoorden de appelrechters het verweer van de eisers betreffende het bestaan van het moreel element. Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag. Tweede middel
  5. Het bestreden arrest bevestigt de door de correctionele rechtbank op schriftelijke vordering van het openbaar ministerie tegen de eiser uitgesproken verbeurdverklaring van het totale vermogensvoordeel, gerealiseerd uit de bewezen verklaarde tenlasteleggingen. Het overweegt in dit verband: ¿De vordering tot verbeurdverklaring wordt in besluiten niet betwist. Het vonnis a quo kan dienaangaande worden bevestigd¿. Het middel voert schending aan van artikel 37ter Wetboek van Strafvordering en de artikelen 42, 43 en 43bis Strafwetboek, en voor zover als nodig schending van de motiveringsplicht van artikel 149 Grondwet. Het stelt dat de eiser deze verbeurdverklaring wel in conclusie heeft betwist. Dat zijn conclusie inderdaad vermeldt: ¿Het gevolg van deze feiten is dat de fiscale schulden schulden zijn in hoofde van [de vennootschap], minstens van [X. en Y.], en in geen geval van [de eiser] zelf. [De eiser] dient dan ook te worden vrijgesproken. Er is geen aanleiding om een beroepsverbod en een verbeurdverklaring uit te spreken¿. De eiser leidt hieruit af dat het bestreden arrest hierdoor de motiveringsplicht schendt.
  6. Het is niet duidelijk wat de eiser bedoelt met artikel 37ter Wetboek van Strafvordering dat niet bestaat.
  7. Door de eiser schuldig te achten aan de hem ten laste gelegde misdrijven verwerpt en beantwoordt het bestreden arrest meteen eisers verweer tegen de gevorderde verbeurdverklaring. De bekritiseerde zinsnede van het bestreden arrest betekent kennelijk dat de eiser geen verweer voert betreffende de hoegrootheid van de gevorderde verbeurdverklaring. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
  8. Het bestreden arrest veroordeelt de eiser tot betaling van een schadevergoeding van 150 euro. Het middel voert schending aan van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek. Het middel stelt dat de burgerlijke partij, los van de verschuldigde belasting en toebehoren, wegens de hem verweten fiscale misdrijven onmogelijk nog andere eigen schade kan hebben geleden.
  9. Deze opvatting is onjuist. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  10. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 75,93 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 29 mei 2007 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070529.3 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19971209.3 ECLI:BE:CASS:2001:ARR.20010214.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2011:ARR.20111025.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.