id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.1 Rolnummer: P.06.0543.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 608 - laatst gezien 2026-07-04 01:12 Versie(s): Vertaling FR Fiche Artikel 198bis Stedenbouwdecreet, dat bepaalt dat de bepalingen met betrekking tot het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, zoals bedoeld in artikel 149, § 1, en artikel 153, pas in werking treden nadat de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is opgericht en het huishoudelijk reglement is goedgekeurd en dat de rechter ingediende vorderingen voor inbreuken, (die dateren van vóór 1 mei 2000 maar) die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog kan voorleggen voor eensluidend advies aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet
(1).
(1)Arbitragehof nr 71/2007, 26 april 2007, http://www.arbitrage.be. Het Hof oordeelde in het arrest van 5 sept. 2006, AR P.06.0543.N, nr ..., waarbij de prejudiciële vraag werd gesteld die in het arrest nr 71/2007 van het Arbitragehof wordt beantwoord, dat in de context van de vernietiging van de bewoordingen "vóór 1 mei 2000" in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet door het arrest nr 14/2005 van het Arbitragehof, deze bevoegdheid van de rechter eveneens geldt voor de ingediende herstelvorderingen voor inbreuken vanaf 1 mei
- Dit betekent dat het Hof van oordeel is dat de gelijkluidende bewoordingen "vóór 1 mei 2000" ook in het artikel 198bis Stedenbouwdecreet moeten worden weggelaten: het is over deze interpretatie van artikel 198bis Stedenbouwdecreet door het Hof van Cassatie dat het Arbitragehof uitspraak doet in zijn arrest nr 71/
- Zie ook Cass., 5 juni 2007, AR P.06.1012.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.2, nr ... en AR P.06.1327.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.3, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Algemeen Vrije woorden: Herstelvordering - Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Vordering ingeleid vóór de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Beoordeling door de rechter na de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Geen verplicht voorafgaand eensluidend advies - Vordering ingeleid na de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Verplicht voorafgaand eensluidend advies - Bestaanbaarheid met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet Tekst van de beslissing Nr. P.06.0543.N
- H. J. V., beklaagde,
- L. M. M. V., beklaagde,
- D. P. M. D. V., beklaagde, eisers, vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 10 maart
- De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. VOORAFGAANDE RECHTSPLEGING
- Bij arrest van 5 september 2006 heeft het Hof, in antwoord op het aangevoerde middel, geoordeeld dat artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 niet toepasselijk was op de herstelvorderingen van de stedenbouwkundige inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen die vóór de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid werden ingediend, en dat krachtens de overgangsbepaling van artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 de rechter in dit geval niet verplicht was het eensluidend advies van de Hoge Raad in te winnen vooraleer het herstel te kunnen bevelen. Voorts werd aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld over de in het middel opgeworpen discriminatie betreffende artikel 198bis Stedenbouwdecreet
- Bij arrest nr. 71/2007 van 26 april 2007 heeft het Grondwettelijk Hof deze vraag beantwoord. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
- De eisers voeren aan dat artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 de artikelen 10 en 11 Grondwet schendt.
- Bij arrest nr. 71/2007 van 26 april 2007 zegt het Grondwettelijk Hof voor recht: ¿Artikel 198bis van het decreet van het Vlaamse Gewest van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals ingevoegd bij artikel 11 van het decreet van 4 juni 2003, schendt de artikelen 10 en 11 van de Grondwet niet¿. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten. Begroot de kosten op 113,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.1 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060905.4 ECLI:BE:GHCC:2007:ARR.034 ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081212.15 ECLI:BE:HBGNT:2008:ARR.20081219.9 ECLI:BE:HBGNT:2009:ARR.20090116.8 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.2 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080624.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div