← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10 Rolnummer: P.06.1545.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Constitutioneel recht - Bestuursrecht - Overige - Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 561 - laatst gezien 2026-07-04 00:12 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Het verzoek tot intrekking bepaald in de artikelen 10 en volgenden, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, dat strekt tot het ongedaan maken van de veroordelingen die gegrond zijn op een sindsdien door het Grondwettelijk Hof vernietigde wetsbepaling, leidt een nieuw geding in en heeft tot gevolg dat de strafvordering en eventueel de daarop gestoelde burgerlijke rechtsvordering opnieuw worden berecht. Thesaurus CAS: WETTEN. DECRETEN. ORDONNANTIES. BESLUITEN - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Vernietiging van een wet door het Grondwettelijk Hof - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Doel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Thesaurus CAS: RECHTERLIJK GEWIJSDE - ALLERLEI UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Strafzaken - Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Doel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Thesaurus CAS: GRONDWETTELIJK HOF UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Strafzaken - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Doel Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Fiches 4 - 5 De stedenbouwkundige inspecteur kan hoger beroep instellen tegen de beslissing over de herstelvordering genomen in een geding ingeleid ingevolge een verzoek tot intrekking bedoeld in de artikelen 10 en volgende, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Beslissingen en partijen UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Beslissing over de herstelvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Beslissing over de herstelvordering - Stedenbouwkundig inspecteur - Hoger beroep - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiches 6 - 7 Ingevolge het hoger beroep van de stedenbouwkundige inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering genomen in een geding ingeleid ingevolge een verzoek tot intrekking bedoeld in de artikelen 10 en volgende, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, moet de appelrechter, ook na de definitieve beslissing van de eerste rechter tot intrekking van de veroordeling tot straf, onderzoeken of hij voor de beoordeling van de herstelvordering verder bevoegd is

(1).
(1)Wat de bevoegdheid van de strafrechter betreft, zie Cass., 13 dec. 2005, AR P.05.0693.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8, nr 666 met conclusie van proc.-gen. DE SWAEF; Cass., 10 okt. 2006, AR P.06.0640.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve beslissing over de strafvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering - Opdracht van de appelrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve beslissing over de strafvordering - Hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur tegen de beslissing over de herstelvordering - Opdracht van de appelrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiche 8 Ondanks de definitieve intrekking van de beslissing op strafgebied is de strafrechter verder bevoegd om te oordelen over de herstelvordering wanneer deze tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, voor hem werd ingesteld; in voorkomend geval is de intrekking van de veroordeling tot straf zonder invloed op de beslissing tot herstel, die verworven blijft
(1).
(1)Wat de bevoegdheid van de strafrechter betreft, zie Cass., 13 dec. 2005, AR P.05.0693.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8, nr 666 met conclusie van proc.-gen. DE SWAEF; Cass., 10 okt. 2006, AR P.06.0640.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof - Artikel 10 - Verzoek tot intrekking van een op een vernietigde regel gesteunde veroordeling - Vonnis - Definitieve intrekking van de beslissing op strafgebied - Gevolg voor de beslissing over de herstelvordering - Bevoegdheid van de strafrechter Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiches 9 - 10 De appelrechter die vaststelt dat hij ten gevolge van de intrekking van de veroordeling tot straf niet langer bevoegd is om de herstelvordering te beoordelen omdat deze niet tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt, moet overeenkomstig artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof, deze vordering naar de bevoegde rechter verwijzen
(1).
(1)Wat de bevoegdheid van de strafrechter betreft, zie Cass., 13 dec. 2005, AR P.05.0693.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8, nr 666 met conclusie van proc.-gen. DE SWAEF; Cass., 10 okt. 2006, AR P.06.0640.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4, nr ... Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Intrekking van de beslissing op strafgebied - Herstelvordering - Rechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Definitieve intrekking van de beslissing op strafgebied - Beslissing over de herstelvordering - Hoger beroep - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Fiches 11 - 12 De omstandigheid dat ten tijde van het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof slechts een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering voorhanden was en dat de herstelvordering nog hangende was voor de correctionele rechtbank, doet geen afbreuk aan de verplichting van de appelrechter, die vaststelt dat hij ten gevolgen van de intrekking van de veroordeling tot straf niet langer bevoegd is om de herstelvordering te beoordelen omdat deze niet tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt, om overeenkomstig artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof de herstelvordering naar de bevoegde rechter te verwijzen, wanneer het beroepen vonnis gelijktijdig met de intrekking van de penale veroordeling over de herstelvordering besliste en alleen deze laatste vordering ten gevolge van het hoger beroep voor de appelrechter wordt gebracht. Thesaurus CAS: HOGER BEROEP - STRAFZAKEN (DOUANE EN ACCIJNZEN INBEGREPEN) - Gevolgen. Bevoegdheid van de rechter UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Vernietiging van een wet door het Grondwettelijk Hof - Beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde - Geen beslissing over de aanhangige herstelvordering - Verzoek tot intrekking van de op de vernietigde regel gesteunde veroordeling op strafgebied - Beslissing over het verzoek tot intrekking en over de nog aanhangige herstelvordering in één vonnis - Beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - GRONDWETTELIJK HOF - Algemeen (Grondwettelijk Hof) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest Vrije woorden: Vernietiging van een wet door het Grondwettelijk Hof - Beslissing over de strafvordering in kracht van gewijsde - Geen beslissing over de aanhangige herstelvordering - Verzoek tot intrekking van de op de vernietigde regel gesteunde veroordeling op strafgebied - Beslissing over het verzoek tot intrekking en over de nog aanhangige herstelvordering in één vonnis - Beroep van de stedenbouwkundig inspecteur - Appelrechter die vaststelt dat hij niet langer bevoegd is om over de herstelvordering te oordelen Wettelijke bepalingen: Wet - 06-01-1989 - Artt. 10 tot met 13 Decreet Vlaamse Raad - 18-05-1999 - Art. 149 Tekst van de beslissing Nr. P.06.1545.N
  1. STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR eiser tot herstel, eiser,
  2. STEDENBOUWKUNDIGE INSPECTEUR eiser tot herstel, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen F. C. V. M. V. D., oorspronkelijk beklaagde en verzoeker tot intrekking van een veroordeling, met als raadslieden mr. Max Van Battel en mr. Désiré De Schoenmaeker, advocaten bij de balie te Mechelen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 25 oktober
  3. Eiser voert in een memorie die aan dit arrest wordt gehecht, één middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. FEITEN EN PROCEDUREVOORGAANDEN
  4. De verweerder werd als beklaagde vervolgd voor de Correctionele Rechtbank te Turnhout wegens instandhouding, van 12 september 1999 tot 20 juni 2002, van een aanzienlijke reliëfwijziging, met name verhoging door het afgraven van de bovenlaag, het opvullen van de vrijgekomen ruimte en het terug aanbrengen van een bovenlaag, op een onroerend goed gelegen in agrarisch gebied. Het bevel tot dagvaarding van de verweerder dateert van 12 september 2003, en werd op 13 oktober 2003 aan deze laatste betekend.
  5. De herstelvordering van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, gedateerd 20 juni 2002, strekte tot herstel van de plaats in de vorige staat.
  6. Bij verstekvonnis van 15 januari 2004 werden de feiten bewezen verklaard, en werd de verweerder tot straf veroordeeld. Op de herstelvordering werd het herstel in de oorspronkelijke toestand bevolen, onder verbeurte van een dwangsom per dag vertraging.
  7. Bij vonnis van 16 september 2004, gewezen op verzet van de verweerder, werd het verstekvonnis vernietigd, werden de feiten bewezen verklaard, en werd de verweerder opnieuw veroordeeld tot straf. Wat betreft de herstelvordering werd de heropening van het debat bevolen en werd het openbaar ministerie verzocht na te gaan of de herstelvordering, zoals gevorderd door de stedenbouwkundig inspecteur, reeds door de verweerder werd uitgevoerd.
  8. Ingevolge de gedeeltelijke vernietiging van artikel 146, derde lid, van het Stedenbouwdecreet bij arrest van het Arbitragehof van 19 januari 2005 (arrest nr. 14/2005, Belgisch Staatsblad van 31 januari 2005), vorderde de verweerder, bij verzoekschrift op 18 mei 2005 neergelegd ter griffie van de Correctionele Rechtbank te Turnhout, de intrekking van het vonnis van 16 september 2004 overeenkomstig artikel 10 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.
  9. Bij vonnis van 16 februari 2006 maakte de Correctionele Rechtbank te Turnhout de veroordeling ongedaan, en verklaarde zich onbevoegd om kennis te nemen van de herstelvordering die pas na 21 augustus 2003, d.i. sedert de inwerkingtreding op 22 augustus 2003 van het gedeeltelijk vernietigde artikel 7 van het decreet van 4 juni 2003 houdende wijziging van het Stedenbouwdecreet 1999 dat het instandhoudingsmisdrijf inzake stedenbouw gedeeltelijk heeft gedepenaliseerd, aanhangig werd gemaakt.
  10. Ingevolge het hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur bevestigde het bestreden arrest de beroepen beslissing. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Het middel
  11. Het middel komt op tegen de beslissing van de appelrechters dat zij niet gevat waren te oordelen over de vordering tot intrekking op het enkel hoger beroep van de stedenbouwkundig inspecteur, dat zij bijgevolg niet te oordelen hadden over de conclusies van de partijen met betrekking tot deze intrekking en dat eiser ten onrechte verzoekt de herstelvordering met toepassing van artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof naar de burgerlijke rechter te verwijzen.
  12. Artikel 13, § 1, Bijzondere Wet Arbitragehof bepaalt dat de veroordelingen in strafzaken gegrond op een vernietigde wet, een vernietigd decreet of een in artikel 134 van de Grondwet bedoelde vernietigde regel, of op een verordening ter uitvoering van zodanige wet, decreet of in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel, evenals de beslissingen tot opschorting van de uitspraak van dergelijke veroordelingen door de intrekking ongedaan worden gemaakt binnen de grenzen waarin zij is uitgesproken.
  13. Krachtens artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof verwijst de rechter, indien hij ten gevolge van de intrekking niet langer bevoegd is om uitspraak te doen op de burgerlijke rechtsvordering, deze naar de bevoegde rechter. De artikelen 660 tot 663 van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 16, §§ 1 en 2, van voormelde bijzondere wet zijn mede van toepassing op die verwijzing.
  14. Het verzoek tot intrekking bepaald in de artikelen 10 en volgende Bijzondere Wet Arbitragehof strekt tot het ongedaan maken van de veroordelingen die gegrond zijn op een sindsdien door het Grondwettelijk Hof vernietigde wetsbepaling. Het verzoek leidt een nieuw geding in en heeft tot gevolg dat de strafvordering en eventueel de daarop gestoelde burgerlijke rechtsvordering opnieuw worden berecht. Daarbij kan de stedenbouwkundige inspecteur hoger beroep instellen tegen de beslissing over de herstelvordering.
  15. Ingevolge dit hoger beroep moet de appelrechter, ook na de definitieve beslissing van de eerste rechter tot intrekking van de veroordeling tot straf, onderzoeken of hij voor de beoordeling van de herstelvordering verder bevoegd is. De strafrechter is met name ondanks de definitieve intrekking van de beslissing op strafgebied verder bevoegd wanneer de herstelvordering tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, voor hem werd ingesteld. In voorkomend geval is de intrekking van de veroordeling tot straf zonder invloed op de beslissing tot herstel, die verworven blijft.
  16. De appelrechter die evenwel vaststelt dat hij ten gevolge van de intrekking niet langer bevoegd is om de herstelvordering te beoordelen omdat deze niet tijdig, dit is op het ogenblik dat de instandhouding nog strafbaar was, bij de strafrechter aanhangig werd gemaakt, moet overeenkomstig artikel 13 § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof, deze vordering naar de bevoegde rechter verwijzen. De omstandigheid dat ten tijde van het vernietigingsarrest van het Grondwettelijk Hof slechts een in kracht van gewijsde gegane beslissing over de strafvordering voorhanden was, en dat de herstelvordering nog hangende was voor de correctionele rechtbank, doet geen afbreuk aan deze verplichting tot verwijzing wanneer het beroepen vonnis gelijktijdig met de intrekking van de penale veroordeling over de herstelvordering beslist en alleen deze laatste vordering ten gevolge van het hoger beroep voor de appelrechter wordt gebracht.
  17. De appelrechters stellen vooreerst vast dat het beroepen vonnis impliciet maar zeker de vordering tot intrekking en de herstelvordering samenvoegde en samen in één vonnis daarover oordeelde. Zij oordelen vervolgens dat het enkele hoger beroep van de eiser tot herstel hen niet adieert van hetgeen de eerste rechter op strafrechtelijk gebied heeft beslist. De beschikkingen tot intrekking van de eerste rechter, die louter de beoordeling aangaande de schuld en de straftoemeting betreffen, zijn, aldus de appelrechters, bij hen niet aanhangig. Zij oordelen dat zij alleen gevat zijn te oordelen over de herstelvordering.
  18. Door op die gronden te oordelen dat eisers hoger beroep geen verband houdt met een rechtspleging tot intrekking, en dat zij bijgevolg niet ertoe gehouden zijn om diens herstelvordering met toepassing van artikel 13, § 5, Bijzondere Wet Arbitragehof, wegens hun niet langer bevoegd zijn, naar de bevoegde rechter te verwijzen, miskennen de appelrechters de devolutieve kracht van eisers hoger beroep, en verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.
  19. Het middel is gegrond. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Begroot de kosten op 186,55 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Huybrechts, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door raadsheer Luc Huybrechts, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.10 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051213.8 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061010.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20081125.3 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.