← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.13

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.13 Rolnummer: P.07.0566.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 532 - laatst gezien 2026-07-04 00:03 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Niets belet een verbalisant het verhoor van een getuige in het proces-verbaal samen te vatten; die enkele omstandigheid brengt geen nietigheid van dit bewijsmiddel mee, maar het staat aan de rechter dan de bewijswaarde van dit proces-verbaal te beoordelen

(1).
(1)Cass., 19 okt. 2005, AR P.05.1182.F ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.4, nr 524; HUYBRECHTS, L., Twee jaar wet Franchimont, Antwerpen, C.B.R., 2000, p. 21; BOSLY, H.-D. en VANDERMEERSCH D., Droit de la procédure pénale, 4e ed., 2005, p. 384. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Verhoor Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Verhoor van personen door de politie - Niet-naleving van de regels en vormvereisten die door de wet zijn opgelegd - Samenvatting van een getuigenverhoor - Artikel 47bis Sv. - Artikel 70bis Sv. - Gevolg Thesaurus CAS: POLITIE UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Verhoor Vrije woorden: Onderzoek in strafzaken - Gerechtelijk onderzoek - Verhoor van personen door de politie - Niet-naleving van de regels en vormvereisten die door de wet zijn opgelegd - Samenvatting van een getuigenverhoor - Artikel 47bis Sv. - Artikel 70bis Sv. - Gevolg Fiche 3 In hoger beroep tegen een verwijzingsbeschikking kan de kamer van inbeschuldigingstelling enkel uitspraak doen in de gevallen bepaald in artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering; zij kan daarbij in de regel geen uitspraak doen over het bestaan van voldoende bezwaren
(1).
(1)Zie Cass., 28 juni 2005, AR P.05.0658.N ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.18, nr 380 met concl. adv.-gen. Vandermeersch; 5 april 2006, AR P.06.0098.F ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060405.8, nr 203; 28 nov. 2006, AR P.06.1234.N ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.10, nr ...; VERSTRAETEN, R., Handboek Strafvordering, 4de uitgave, Maklu, 2005, p. 617, nr
  1. Thesaurus CAS: ONDERZOEKSGERECHTEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Onderzoeksdaden - Verhoor Vrije woorden: Raadkamer - Regeling van de rechtspleging - Vaststelling van het bestaan van voldoende bezwaren - Verwijzingsbeschikking - Hoger beroep - Kamer van inbeschuldigingstelling - Bevoegdheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0566.N I D. R., inverdenkinggestelde, eiser, met als raadsman mr. Luc Arnou, advocaat bij de balie te Brugge. II G. R. D., inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. Hugo Dekeyzer, advocaat bij de balie te Brugge. de beide cassatieberoepen tegen S. M., advocaat, met kantoor te 9000 Gent, Savaanstraat 72, in zijn hoedanigheid van curator van de gefailleerde Kunstmeubelen Blanckaert & Willems-Eeklo nv in vereffening, met zetel te 9031 Gent-Drongen, Ter Rivieren 25, burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 maart
  2. De eiser I voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. De eiseres II voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen
  3. Het arrest oordeelt over het hoger beroep tegen de verwijzingsbeschikking die onder meer uitspraak doet over het bestaan van voldoende bezwaren tegen de beide eisers alsmede over de volledigheid van het gerechtelijk onderzoek en de eisers naar de correctionele rechtbank verwijst. In zoverre bevat het arrest geen eindbeslissing en zijn de ertegen gerichte cassatieberoepen niet ontvankelijk. Eerste middel van de eiser I Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel vermeldt dat eisers verweer voor de kamer van inbeschuldigingstelling over de regelmatigheid van de bewijsgaring de door hem aangevoerde nietigheid van het proces-verbaal 2305/01 betrof. Het voert aan dat het arrest tegenstrijdig gemotiveerd is daar het, enerzijds, het hoger beroep ontvankelijk verklaart in zoverre het betrekking heeft op de regelmatigheid van de bewijsgaring, anderzijds, oordeelt dat de argumentatie betreffende de bewijsgaring in werkelijkheid betrekking heeft op de bewijswaardering en geen ontvankelijk hoger beroep oplevert.
  5. Met eigen redenen en met overname van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie beoordeelt het arrest de door de eiser in conclusie aangevoerde onregelmatigheid van het proces-verbaal 2305/01 en verwerpt die aanvoering als ongegrond. De aangevoerde tegenstrijdigheid in de motivering kan de eiser derhalve niet grieven. Het onderdeel is bij gebrek aan belang niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  6. Met overname van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie en met eigen redenen onderzoekt het arrest de gegrondheid van de door de eiser in conclusie aangevoerde onregelmatigheden en wijst het dit verweer af als ongegrond. Het onderdeel dat aanvoert dat het arrest de aangevoerde onregelmatigheid ten gronde niet onderzoekt, mist feitelijke grondslag. Derde onderdeel
  7. Het onderdeel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat eisers argumentatie met betrekking tot de bewijsgaring irrelevant is daar deze in feite de waardering van het verkregen bewijs betreft.
  8. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste en het tweede onderdeel, onderzoekt het arrest de gegrondheid van de door de eiser aangevoerde onregelmatigheden. Het onderdeel komt op tegen een overtollige reden en is bijgevolg niet ontvankelijk. Tweede middel van de eiser I Eerste onderdeel
  9. Zoals blijkt uit het antwoord op het eerste middel, onderzoekt het arrest de gegrondheid van de door de eiser aangevoerde onregelmatigheid.
  10. De omstandigheid dat het arrest oordeelt dat de argumentatie rond de wijze van verhoren geen ontvankelijk hoger beroep oplevert, kan de eiser derhalve niet grieven. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede onderdeel
  11. Niets belet een verbalisant het verhoor van een getuige in het proces-verbaal samen te vatten. Die enkele omstandigheid brengt geen nietigheid van dit bewijsmiddel mee, maar het staat de rechter de bewijswaarde van dit proces-verbaal te beoordelen. In zoverre het onderdeel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht
  12. In zoverre het onderdeel kritiek heeft op de overweging van het arrest dat het proces-verbaal waarin het verhoor van een getuige door de verbalisanten wordt samengevat, authentieke kracht heeft tot inschrijving wegens valsheid, komt het op tegen een overtollige reden en is het bijgevolg niet ontvankelijk. Derde middel van de eiser I
  13. Het middel voert aan dat het arrest ten onrechte oordeelt dat de beroepen beschikking eisers conclusie met betrekking tot de ontvankelijkheid van de strafvordering en de nietigheid van het proces-verbaal 2305/01 van 20 september 2001 beantwoordt.
  14. De beroepen beschikking oordeelt dat de argumenten die de eiser aanvoert, allen betrekking hebben op de objectiviteit en bewijswaarde van bepaalde vaststellingen van de verbalisanten en van bepaalde onderzoeksverrichtingen, meer bepaald op de miskenning van het vermoeden van onschuld. Het oordeelt ook dat die argumenten uitsluitend door de strafrechter kunnen beoordeeld worden daar zij de gegrondheid van de beschuldiging betreffen. Aldus beantwoordt de beroepen beschikking eisers verweer en is de beslissing van het arrest dienaangaande naar recht verantwoord. Het middel kan niet aangenomen worden. Middel van de eiseres II
  15. Anders dan het middel aanvoert, heeft de eiseres voor de kamer van inbeschuldigingstelling niet aangevoerd dat de verwijzingsbeschikking met betrekking tot het bestaan van voldoende bezwaren niet gemotiveerd is. In zoverre mist het middel feitelijke grondslag.
  16. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling concludeerde de eiseres dat ook dit onderzoeksgerecht het bestaan van voldoende bezwaren moet onderzoeken en dat de constitutieve bestanddelen van de ten laste gelegde misdrijven hier niet verenigd zijn. Door dat verweer beoogde de eiseres enkel het bestaan van de bezwaren in hoger beroep opnieuw te doen beoordelen. In hoger beroep tegen een verwijzingsbeschikking kan de kamer van inbeschuldigingstelling enkel uitspraak doen in de gevallen bepaald in artikel 135, § 2, Wetboek van Strafvordering. Zij kan bij die gelegenheid in de regel geen uitspraak doen over het bestaan van voldoende bezwaren. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek
  17. In zoverre het arrest uitspraak doet over de regelmatigheid van het aanhangig maken van de vordering van het openbaar ministerie voor de raadkamer, over de regelmatigheid van de bewijsgaring, over de eerbiediging van het recht van verdediging van de eiser I en over de regelmatigheid van de gevoerde procedure, zijn de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet genomen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eisers in de kosten van hun cassatieberoep. Begroot de kosten op 112,06 euro waarvan elke eiser 56,03 euro verschuldigd is. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.13 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20050628.18 ECLI:BE:CASS:2005:ARR.20051019.4 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20060405.8 ECLI:BE:CASS:2006:ARR.20061128.10 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.