← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.2 Rolnummer: P.06.1012.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2007-07-11 Raadplegingen: 513 - laatst gezien 2026-07-04 01:06 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Artikel 198bis Stedenbouwdecreet, dat geldt als overgangsbepaling voor de herstelvordering die door het bevoegde bestuur wordt ingediend nog vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, bij gebrek aan oprichting en goedkeuring van zijn huishoudelijk reglement, advies kan verlenen, beoogt een andere rechtstoestand dan artikel 149, § 1, eerste lid van dit decreet, dat zowel in zijn versie vóór als in zijn versie na het vernietigingsarrest nr 14/2005 van het Arbitragehof, de herstelvordering beoogt die na de oprichting van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid en de goedkeuring van haar huishoudelijk reglement door het bestuur wordt ingediend. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Algemeen (ruimtelijke ordening) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Milieuvorderingen Vrije woorden: Herstelvordering - Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Verplicht eensluidend advies - Basisregel van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet - Overgangsregeling van artikel 198bis, Stedenbouwdecreet - Verschil in toepassingsgebied Fiche 2 Niet het tijdstip van de beoordeling van de herstelvordering door de rechter vóór of na de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, maar de datum van indiening van deze herstelvordering door het bestuur vóór of na deze inwerkingtreding vormt het criterium van onderscheid voor de toepassing van hetzij artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet, hetzij de overgangsbepaling van artikel 198bis van dit decreet. Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Algemeen (ruimtelijke ordening) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Milieuvorderingen Vrije woorden: Herstelvordering - Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Verplicht eensluidend advies - Basisregel van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet - Overgangsregeling van artikel 198bis, Stedenbouwdecreet - Criterium van onderscheid voor de toepassing - Datum van indiening van de herstelvordering door het bevoegde bestuur Fiche 3 Artikel 198bis, tweede lid, Stedenbouwdecreet bepaalt dat de rechter de ingediende herstelvorderingen voor inbreuken die dateren van vóór 1 mei 2000 en die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog aan deze Raad "kan" voorleggen voor eensluidend advies, maar in de context van de vernietiging van de bewoordingen "vóór 1 mei 2000" in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet door het arrest nr 14/2005 van het Arbitragehof, geldt deze bevoegdheid van de rechter eveneens voor de ingediende herstelvorderingen voor inbreuken vanaf 1 mei 2000; uit die bepalingen volgt evenwel niet dat de rechter de ingediende herstelvorderingen die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog voor eensluidend advies aan deze Raad moet voorleggen

(1).
(1)Zie Cass., 5 sept. 2006, AR P.06.0534.N, nr ...; 5 juni 2007, AR P.06.1327.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.3, nr ... Thesaurus CAS: STEDENBOUW - HERSTEL VAN PLAATS IN DE VORIGE STAAT. BETALING VAN EEN MEERWAARDE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Algemeen (ruimtelijke ordening) PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RUIMTELIJKE ORDENING - Vlaams Gewest - Algemeen PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - LEEFMILIEU - Milieuvorderingen Vrije woorden: Herstelvordering - Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Vordering ingeleid vóór de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Beoordeling door de rechter na de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid - Arrest nr 14/2005 van 19 januari 2005 van het Arbitragehof - Vernietiging van de bewoordingen "voor 1 mei 2000" in artikel 149, § 1 Stedenbouwdecreet - Overgangsregeling van artikel 198bis, Stedenbouwdecreet Tekst van de beslissing Nr. P.06.1012.N J. F. A. M., beklaagde, eiser, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  1. GEMEENTE BEERSE, burgerlijke partij, vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, en met als raadsman mr. Raf Verstraeten, advocaat bij de balie te Brussel,
  2. TUINAANLEG HERMANS bvba, burgerlijke partij,
  3. HERPLANT nv, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 31 mei
  4. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Middel
  5. De eiser voert aan dat na het vernietigingsarrest nr. 14/2005 van 19 januari 2005 van het Grondwettelijk Hof en de inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 waarbij het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is goedgekeurd, krachtens de artikelen 149, § 1, en 198bis Stedenbouwdecreet 1999 voor elke herstelvordering het voorafgaand eensluidend advies van deze instelling is vereist, zodat de appelrechters die het herstel in de oorspronkelijke toestand bevelen zonder voorafgaand dit advies in te winnen, voormelde wetsbepalingen schenden.
  6. Sedert het arrest nr. 14/2005 van 19 januari 2005 van het Arbitragehof bepaalt artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 dat de verschillende herstelmaatregelen door de rechtbank worden bevolen op vordering van de stedenbouwkundig inspecteur of van het college van burgemeester en schepenen, en ¿indien deze inbreuken dateren van [] is voorafgaand eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid vereist¿.
  7. Luidens artikel 198bis, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999 treden de bepalingen met betrekking tot het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, zoals bedoeld in artikel 149, § 1, en artikel 153, pas in werking nadat de Hoge Raad voor het Herstelbeleid is opgericht en het huishoudelijke reglement is goedgekeurd. Artikel 198bis, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt dat de rechter de ingediende vorderingen voor inbreuken, die dateren van vóór 1 mei 2000 maar die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog ¿kan¿ voorleggen voor eensluidend advies aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid.
  8. Artikel 198bis Stedenbouwdecreet 1999 geldt als overgangsbepaling voor de herstelvordering die door het bevoegde bestuur wordt ingediend nog vooraleer de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, bij gebrek aan oprichting en goedkeuring van zijn huishoudelijk reglement, advies kan verlenen. Het beoogt bijgevolg een andere rechtstoestand dan artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, dat zowel in zijn versie vóór als in zijn versie na het vernietigingsarrest nr. 14/2005 van het Grondwettelijk Hof, de herstelvordering beoogt die na de oprichting van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid en de goedkeuring van haar huishoudelijk reglement door het bestuur wordt ingediend. Niet het tijdstip van de beoordeling van de herstelvordering door de rechtbank vóór of na de inwerkingtreding van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, maar de datum van indiening van deze herstelvordering door het bestuur vóór of na deze inwerkingtreding vormt het criterium van onderscheid voor de toepassing van hetzij artikel 149, § 1, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, hetzij de overgangsbepaling van artikel 198bis Stedenbouwdecreet
  9. De vernietiging door het Grondwettelijk Hof van de woorden ¿vóór 1 mei 2000¿, die alleen betrekking hebben op het tijdstip van de telastleggingen en niet op de datum van het instellen van de herstelvordering, heeft niet tot gevolg dat artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 ook toepasselijk wordt op de herstelvorderingen die werden ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot goedkeuring van het huishoudelijk reglement van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Zolang de Hoge Raad voor het Herstelbeleid niet is opgericht en zijn huishoudelijk reglement niet is goedgekeurd, rijst de vraag op welke wijze het bevoegde bestuur het advies van deze raad zou kunnen inwinnen vooraleer de herstelvordering in te stellen. Precies om die reden bepaalt artikel 198bis, eerste lid, Stedenbouwdecreet 1999, dat de bepalingen van artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 met betrekking tot het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid tot zolang niet toepasselijk zijn.
  10. Artikel 198bis, tweede lid, Stedenbouwdecreet 1999 bepaalt dat de rechter de ingediende vorderingen voor inbreuken, die dateren van vóór 1 mei 2000 maar die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog ¿kan¿ voorleggen voor eensluidend advies aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. In de context van de vernietiging van de bewoordingen ¿vóór 1 mei 2000¿ in artikel 149, § 1, Stedenbouwdecreet 1999 door het arrest nr. 14/2005 van het Grondwettelijk Hof, geldt deze bevoegdheid van de rechter eveneens voor de ingediende herstelvorderingen voor inbreuken vanaf 1 mei
  11. Uit die bepalingen volgt evenwel niet dat de rechter de ingediende vorderingen die nog niet voor eensluidend advies werden voorgelegd aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid, alsnog voor eensluidend advies ¿moet¿ voorleggen aan de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. Het middel faalt naar recht. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  12. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 148,04 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2021:CONC.20210122.1N.33 precedenten: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.3 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.