← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.6

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.6 Rolnummer: P.07.0291.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 559 - laatst gezien 2026-07-03 19:25 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Geen verdragsbepaling noch enige andere wetsbepaling staan eraan in de weg dat, in zoverre de in het artikel 90quater, Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid voorgeschreven voorafgaande machtiging tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van dat wetboek wordt verleend voor een periode die aanvangt vóór de dagtekening van die beschikking, de daaruit volgende nietigheid alleen de aan die datum voorafgaande bewakingsmaatregelen treft en geen betrekking heeft op deze die vanaf dan wel regelmatig zijn uitgevoerd. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Zuivering nietigheden Vrije woorden: Telefoontap - Voorafgaande machtiging bij met redenen omklede beschikking van de onderzoeksrechter - Machtiging verleend voor een periode die de dagtekening van de beschikking voorafgaat - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Zuivering nietigheden Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Telefoontap - Voorafgaande machtiging bij met redenen omklede beschikking van de onderzoeksrechter - Machtiging verleend voor een periode die de dagtekening van de beschikking voorafgaat - Gevolg Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Algemeen (opsporing - onderzoek) STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek - Procedure - Zuivering nietigheden Vrije woorden: Onderzoeksverrichtingen - Telefoontap - Voorafgaande machtiging bij met redenen omklede beschikking - Machtiging verleend voor een periode die de dagtekening van de beschikking voorafgaat - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.07.0291.N S. E. M., beklaagde, gedetineerd, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 22 december 2006 en 2 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  2. Het arrest van 22 december 2006 ontvangt het door de eiser in de gevangenis ingestelde hoger beroep, verklaart het hoger beroep ingesteld door de raadsman van de eiser zonder voorwerp en, alvorens verder recht te doen, beveelt de heropening van het debat.
  3. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing waarbij het hoger beroep van de eiser ontvankelijk wordt verklaard, is het wegens gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  4. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, alvorens recht te doen, ten gronde het debat ambtshalve heropent ¿ten einde de partijen toe te laten standpunt in te nemen betreffende de regelmatigheid van de onderzoeksverrichtingen lastens (de eiser)¿, kan die maatregel de eiser enkel tot voordeel strekken. Het cassatieberoep is in zoverre evenmin ontvankelijk. Eerste middel
  5. Het middel heeft uitsluitend betrekking op het arrest alvorens recht te doen van 22 december 2006, en betreft niet de ontvankelijkheid van het cassatieberoep in zoverre het tegen die beslissing is gericht. Het middel is niet ontvankelijk. Tweede middel Eerste onderdeel
  6. Geen verdragsbepaling noch enige andere wetsbepaling staan eraan in de weg dat, in zoverre de in het artikel 90quater Wetboek van Strafvordering op straffe van nietigheid voorgeschreven voorafgaande machtiging tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van dat wetboek wordt verleend voor een periode die aanvangt vóór de dagtekening van die beschikking, de daaruit volgende nietigheid alleen de aan die datum voorafgaande bewakingsmaatregelen treft en geen betrekking heeft op deze die vanaf dan wel regelmatig zijn uitgevoerd.
  7. Het middel dat aanvoert dat de nietigheid van de aan de machtiging voorafgaande bewakingsmaatregelen de nietigheid tot gevolg heeft van de volledige beschikking als dusdanig, faalt naar recht. Tweede onderdeel
  8. De appelrechters stellen onaantastbaar in feite vast dat de door hen als regelmatig beoordeelde inlichtingen verkregen nà 16 januari 2006, vanaf 15.09 uur, die het arrest aanwijst, ¿voldoende bezwaren op(leveren) om de tapbeschikking van onderzoeksrechter Van Camp te verrechtvaardigen¿.
  9. In zoverre het onderdeel opkomt tegen dit oordeel van de rechters of het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.
  10. Voor het overige vermogen de appelrechters op grond van die redenen wettig te oordelen dat ¿de gesprekken verkregen op basis van die beschikking (van onderzoeksrechter Van Camp) regelmatig werden verkregen¿. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Derde middel
  11. Met het geheel van de onderling niet strijdige redenen die het arrest vermeldt, onder de hoofding ¿Wat betreft de regelmatigheid van de bewijsvoering¿, beantwoorden de appelrechters het door de eiser in zijn conclusie gevoerde verweer. Het middel mist feitelijke grondslag. Vierde middel Eerste onderdeel
  12. Het onderdeel voert aan dat de appelrechters door te beslissen tot verbeurdverklaring van het vermogensvoordeel conform de vordering van het openbaar ministerie, rekening houden met de bij hun beslissing omtrent de strafvordering als onregelmatig aangewezen en als dusdanig geweerde gegevens, verkregen ingevolge de telefoontap uitgevoerd tijdens de periode van 13 tot en met 16 januari
  13. Uit de geschreven ¿aanvullende vordering inzake de verbeuring¿, neergelegd door het openbaar ministerie ter rechtszitting van het hof van beroep van 1 september 2006, blijkt dat de berekening van het bedrag van de gelden die als wederrechtelijk verkregen vermogensvoordeel zijn aangewezen, gebeurt ¿conform de stukken van het dossier: stuk 1203-1205¿. De desbetreffende stukken 1203-1205 van het strafdossier bevatten de door het openbaar ministerie overgenomen berekening door de politiediensten van het vermogensvoordeel op basis van: - de ¿tap 1¿, aangewezen als deze uitgevoerd tijdens de vier dagen 13, 14, 15 en 16 januari 2006, - de ¿tap 2¿, aangewezen als deze uitgevoerd tijdens de drie dagen 18, 19 en 20 januari
  14. In zoverre de appelrechters, met verwijzing naar de vordering van de procureur des Konings en naar de stukken 1203 tot en met 1207 van het strafdossier, de beslissing tot verbeurdverklaring van onrechtmatig verkregen vermogensvoordeel mede laten steunen op bewijsgegevens verkregen ingevolge de ¿tap 1¿ die de rechters bij hun oordeel over de strafvordering als onregelmatig verkregen hebben geweerd, is de beslissing tot verbeurdverklaring niet naar recht verantwoord. Het onderdeel is gegrond. Tweede onderdeel
  15. Het onderdeel dat niet tot ruimere cassatie of tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord. Ambtshalve onderzoek van het overige van de beslissing op de strafvordering
  16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissingen zijn overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest van 2 februari 2007 in zoverre het de eiser veroordeelt tot verbeurdverklaring van wederrechtelijk verkregen vermogensvoordeel. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Zegt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser in vier vijfden van de kosten en laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de aldus beperkte zaak naar het Hof van Beroep te Gent. Begroot de kosten op 245,42 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.6 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20121204.4 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141014.4 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.