id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.7 Rolnummer: P.07.0462.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Internationaal publiekrecht - Unierecht Invoerdatum: 2007-07-11 Raadplegingen: 179 - laatst gezien 2026-07-03 06:34 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit de artikelen 3 en 391bis, Strafwetboek, 23, Wetboek van Strafvordering en 31, eerste lid, van het Verdrag van 27 september 1968 betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, volgt dat de veroordeling tot betaling van een onderhoudsbijdrage ingevolge een Nederlandse rechterlijke beslissing, na uitvoerbaarverklaring in België met toepassing van het vermelde verdrag, ten uitvoer kan worden gelegd door de uitkeringsgerechtigde die daarom verzoekt, in de verblijfplaats in België van de onderhoudsplichtige; in geval van schuldige niet-uitvoering is deze verblijfplaats de plaats waar het misdrijf wordt gepleegd. Thesaurus CAS: VERLATING VAN FAMILIE UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Bevoegdheid STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Territorialiteit strafrecht STRAFRECHT - EUROPEES STRAFRECHT - Algemeen (Europees strafrecht) Vrije woorden: Veroordeling tot betaling van een onderhoudsbijdrage ingevolge een Nederlandse rechterlijke beslissing - Verdrag van 27 september 1968 - Uitvoerbaarverklaring van de Nederlandse rechterlijke beslissing in België - Onderhoudsplichtige met verblijfplaats in België - Schuldige niet-uitvoering van de uitkering tot onderhoud - Plaats van het misdrijf Thesaurus CAS: BEVOEGDHEID EN AANLEG - STRAFZAKEN - Bevoegdheid UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Bevoegdheid STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Territorialiteit strafrecht STRAFRECHT - EUROPEES STRAFRECHT - Algemeen (Europees strafrecht) Vrije woorden: Bevoegdheid van de Belgische rechtbank - Verlating van familie - Veroordeling tot betaling van een onderhoudsbijdrage ingevolge een Nederlandse rechterlijke beslissing - Verdrag van 27 september 1968 - Uitvoerbaarverklaring van de Nederlandse rechterlijke beslissing in België - Onderhoudsplichtige met verblijfplaats in België - Schuldige niet-uitvoering van de uitkering tot onderhoud Thesaurus CAS: EUROPESE UNIE - VERDRAGSBEPALINGEN - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - EUROPEES EN INTERNATIONAAL GERECHTELIJK RECHT - Executie en Bevoegdheid - Verordening EG nr. 44/2001 van 22 december 2000 - Rechterlijke bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Bevoegdheid STRAFRECHT - STRAFRECHT - ALGEMENE BEGINSELEN - Territorialiteit strafrecht STRAFRECHT - EUROPEES STRAFRECHT - Algemeen (Europees strafrecht) Vrije woorden: Verdrag van 27 september 1968 - Rechterlijke bevoegdheid en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken - Veroordeling tot betaling van een onderhoudsbijdrage ingevolge een Nederlandse rechterlijke beslissing - Uitvoerbaarverklaring in België - Onderhoudsplichtige met verblijfplaats in België - Schuldige niet-uitvoering van de uitkering tot onderhoud - Toepassing Tekst van de beslissing Nr. P.07.0462.N A. W. M. V. D. A., verdachte, eiser, met als raadsman mr. Inez Van Loock, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen J. D., burgerlijke partij, verweerster. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, kamer van inbeschuldigingstellig, van 8 maart
- De eiser voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Raadsheer Jean-Pierre Frère heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Voorafgaande rechtspleging Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat: - de eiser bij arrest van het Gerechtshof te 's Hertogenbosch (Nederland) van 12 juli 2000 is veroordeeld tot betaling aan de verweerster van een maandelijkse onderhoudsuitkering van 3.176,46 euro. - het vermelde arrest ten verzoeke van de verweerster, met toepassing van de artikelen 31 en volgende van het Verdrag van Brussel van 27 september 1968, bij vonnis van de Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt van 11 juni 2001, in België uitvoerbaar is verklaard. - de verweerster zich bij de onderzoeksrechter te Hasselt burgerlijke partij heeft gesteld tegen de eiser wegens feiten omschreven als verlating van familie zoals bedoeld in artikel 391bis Strafwetboek, gepleegd te Hamont-Achel. - het onderzoeksgerecht de eiser op grond van die telastlegging naar de Correctionele Rechtbank te Hasselt verwijst. Eerste middel
- Het middel voert aan dat het in artikel 391bis Strafwetboek bedoelde misdrijf verlating van familie, wordt gepleegd op de plaats waar, bij uitvoering van de onderhoudsbijdrage, de betaling dient te geschieden. Daaruit leidt de eiser af dat, vermits hij veroordeeld is tot het betalen van een onderhoudsuitkering ingevolge een Nederlandse rechterlijke beslissing die uitvoerbaar is op het adres van de verweerster in Nederland, in België lastens hem geen wettige strafvervolging wegens verlating van familie mogelijk is, ongeacht de uitvoerbaarverklaring in België van die in Nederland gegeven beslissing.
- Artikel 3 Strafwetboek bepaalt dat het misdrijf, op het grondgebied van het Rijk door Belgen of door vreemdelingen gepleegd, wordt gestraft overeenkomstig de bepalingen van de Belgische wetten. Krachtens artikel 23 Wetboek van Strafvordering zijn, territoriaal gezien, bevoegd de rechtbanken van de plaats waar: - het misdrijf wordt gepleegd; - de beklaagde zijn verblijfplaats heeft; - de verdachte werd gevonden. Het misdrijf verlating van familie wordt gepleegd op de plaats waar de onderhoudsplichtige meer dan twee maanden vrijwillig in gebreke blijft de uitkering tot onderhoud waartoe hij verplicht is, uit te voeren.
- Artikel 31, eerste lid, van het Verdrag van 27 september 1968 tussen de Staten-Leden van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, van het protocol en van de gemeenschappelijke verklaring ondertekend te Brussel, goedgekeurd bij wet van 13 januari 1971 zegt: ¿de beslissingen die in een Verdragsluitende Staat gegeven zijn en daar uitvoerbaar zijn, kunnen in een andere verdragsluitende Staat ten uitvoer worden gelegd, nadat zij aldaar, ten verzoeke van iedere belanghebbende partij, uitvoerbaar zijn verklaard¿. Hieruit volgt dat de veroordeling tot betaling van een onderhoudsbijdrage ingevolge een Nederlandse rechterlijke beslissing, na uitvoerbaarverklaring in België met toepassing van het vermelde Verdrag, ten uitvoer kan worden gelegd door de uitkeringsgerechtigde partij die daarom verzoekt, te dezen in de verblijfplaats in België van de onderhoudsplichtige. In geval van schuldige niet-uitvoering is dit derhalve de plaats waar het misdrijf wordt gepleegd. Het middel faalt naar recht. Tweede middel
- Het middel dat geheel uitgaat van de gegrondheid van het in het eerste middel vergeefs door de eiser aangevoerde grief, is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 79,07 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.7 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div