id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 05 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.8 Rolnummer: P.07.0245.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Overige Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 499 - laatst gezien 2026-07-04 02:36 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Gelezen in de context van de artikelen 2 en 3 Jachtdecreet, beogen de bepalingen van artikel 19, eerste en tweede lid, van dit decreet een eerlijke jacht op het wild door het verbieden en bestraffen van alle middelen die niet tot de gedulde jachtpraktijken kunnen worden gerekend; zij willen het abnormale doden of vangen van wild, dit zijn de dieren behorend tot de categorieën vermeld in artikel 3 van dit decreet, voorkomen
(1).
(1)ULRIX, L., A.P.R., Jacht, p. 67, nr 185. Deze commentaar heeft betrekking op artikel 8 van de Jachtwet van 1882, die gelijkaardige bepalingen inhield als artikel 19, eerste en tweede lid, Jachtdecreet. Thesaurus CAS: JACHT UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Jacht en visvangst - Jacht - Vlaams Gewest Vrije woorden: Jachtdecreet - Artikel 2, 3 en 19, eerste en tweede lid, Jachtdecreet - Doel - Draagwijdte - Toepassingsgebied Fiche 2 Wanneer één enkele straf is uitgesproken wegens verschillende misdrijven, is het middel, dat enkel gericht is tegen sommige van die misdrijven, ontvankelijk, hoewel de uitgesproken straf naar recht verantwoord blijft door het bewezen verklaren van een ander misdrijf, indien uit de redenen van de bestreden beslissing blijkt dat bij de vaststelling van die straf alle feiten in aanmerking zijn genomen
(1).
(1)Cass., 17 juni 1992, AR 9660, nr 543. Thesaurus CAS: CASSATIEMIDDELEN - STRAFZAKEN - Belang UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Jacht en visvangst - Jacht - Vlaams Gewest Vrije woorden: Verschillende misdrijven - Een enkele straf - Middel enkel gericht tegen sommige van die misdrijven - Keuze van de straf en de strafmaat gesteund op alle bewezenverklaarde misdrijven - Ontvankelijkheid Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 411 en 414 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 3 - 4 Wanneer één enkele straf uitgesproken is wegens verschillende misdrijven, heeft de onterechte schuldigverklaring voor sommige van die misdrijven, enkel de vernietiging van dat onterechte gedeelte van de schuldigverklaring en van de straf voor het geheel van de misdrijven tot gevolg, maar niet de vernietiging van de beslissing op de civielrechtelijke vordering die gesteund is op de andere misdrijven, waarvoor de schuldigverklaring niet door enige onwettigheid is aangetast, en die aldus niet het gevolg is van de onterechte schuldigverklaring
(1).
(1)Zie Cass., volt. zitt., 8 feb. 2000, AR nr 98, met concl. van eerste advocaat-generaal du Jardin; 30 mei 2000, AR P.98.0405.N ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000530.14, nr
- Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Strafvordering - Beklaagde en verdachte UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Jacht en visvangst - Jacht - Vlaams Gewest Vrije woorden: Verschillende misdrijven - Eenheid van opzet - Veroordeling tot één enkele straf voor de vermengde feiten - Onwettige schuldigverklaring voor sommige misdrijven - Beperkte vernietiging - Gedeeltelijke vernietiging van de schuldigverklaring - Vernietiging van de straf Thesaurus CAS: CASSATIE - VERNIETIGING. OMVANG - Strafzaken - Burgerlijke rechtsvordering - Beklaagde UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BIJZONDERE STRAFWETTEN - Jacht en visvangst - Jacht - Vlaams Gewest Vrije woorden: Verschillende misdrijven - Onwettige schuldigverklaring voor sommige misdrijven - Wettige schuldigverklaring voor andere misdrijven - Beslissing op de burgerlijke rechtsvordering gesteund op het niet vernietigd gedeelte van de schuldigverklaring - Gevolg Tekst van de beslissing Nr. P.07.0245.N P. J. Y. D. V., beklaagde, met als raadsman mr. Jaak Haentjens, advocaat bij de balie te Dendermonde, eiser, tegen J. H., burgerlijke partij, verweerder. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 17 januari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, acht middelen aan. Raadsheer Etienne Goethals heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ambtshalve middel Geschonden wettelijke bepaling - artikelen 2, 3 en 19, eerste en tweede lid, Jachtdecreet.
- De eiser wordt schuldig bevonden aan, onder meer, ¿C. te eniger tijd netten, strikken, stroppen, lokaas, giftige stoffen of enig ander tuig geschikt om jaagbaar wild te vangen, te doden of om het vangen of doden van dat wild te vergemakkelijken, bij zich te hebben gehouden (artikel 19.2°lid Jachtdecreet) met name het product Temic¿, alsook ¿D. te eniger tijd gebruik te hebben gemaakt van netten, strikken, stroppen, lokaas, giftige stoffen of van enig ander tuig geschikt om jaagbaar wild te vangen, te doden of om het vangen of doden van dat wild te vergemakkelijken (artikel 19.1°lid Jachtdecreet).¿
- Artikel 19, eerste en tweede lid, Jachtdecreet bepaalt: ¿Het is te allen tijde verboden op straffe van een geldboete van honderd tot tweehonderd frank en van een gevangenisstraf van acht dagen tot één maand, gebruik te maken van netten, strikken, stroppen, lokaas, giftige stoffen en van enig ander tuig geschikt om jaagbaar wild te vangen, te doden of om het vangen of het doden van dat wild te vergemakkelijken. Het vervoer en het bij zich houden van de voormelde tuigen worden gestraft met een geldboete van honderd frank tot tweehonderd frank¿.
- Gelezen in de context van de artikelen 2 en 3 Jachtdecreet, beogen deze bepalingen een eerlijke jacht op het wild door het verbieden en bestraffen van alle middelen die niet tot gedulde jachtpraktijken kunnen worden gerekend. Zij willen het abnormale doden of vangen van wild, dit zijn de dieren behorend tot de categorieën vermeld in artikel 3 Jachtdecreet, voorkomen.
- Met overneming van de redenen van het beroepen vonnis oordelen de appelrechters: ¿als jager meende [de eiser] belang te hebben bij het vergiftigen van honden en katten die het wild opjaagden of opschrikten (¿). Het is bijzonder cynisch dat de [eiser] zijn jachtgebied - waar hij uiteindelijk wild via de jacht beoogde te kunnen doden - wil beschermen door het anoniem en ongecontroleerd vergiftigen van honden van nietsvermoedende wandelaars.¿
- De appelrechters stellen aldus niet vast dat de aan de eiser verweten handelingen gericht waren tegen dieren die behoren tot één der categorieën in de zin van artikel 3 Jachtdecreet, en verantwoorden hun beslissing voor de telastleggingen C en D niet naar recht. Eerste middel
- De appelrechters stoelen hun oordeel niet enkel op het aantreffen van de giftige stof in de woning van de eiser, maar op het geheel van feitelijke gegevens die zij vermelden. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede tot zesde middel
- De aanhaling van de wetsartikelen waarbij voor de telastlegging de toepasselijke straffen, maatregelen en andere pleegvormen wettelijk worden omschreven, houdt geen incriminatie in van gedragingen die in deze artikelen zouden zijn bepaald. De middelen berusten op een verkeerde lezing van het arrest, en missen feitelijke grondslag. Overige middelen
- De middelen van de eiser kunnen niet leiden tot een ruimere cassatie of tot een cassatie zonder verwijzing en behoeven geen antwoord. Omvang van de vernietiging
- De appelrechters spreken één enkele straf uit voor alle tegen de eiser bewezen verklaarde feiten, bij de bepaling van de strafmaat uitdrukkelijk erop wijzend: ¿alleszins heeft de [eiser] aangetoond ook als jager een gevaar te betekenen¿.
- De onterechte schuldigverklaring van de eiser aan de telastleggingen C en D heeft aldus de vernietiging tot gevolg van de straf voor het geheel der telastleggingen.
- Wat de schuldigverklaring van de overige telastleggingen betreft die door de appelrechters bewezen zijn verklaard, werden de substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen in acht genomen en is de beslissing overeenkomstig de wet gewezen. De vernietiging van de beslissing over de schuldigverklaring van de telastleggingen C en D en over de straf heeft niet de vernietiging tot gevolg van de beslissing op de civielrechtelijke vordering van de verweerder, die niet het gevolg ervan is. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiser schuldig verklaart aan de telastleggingen C en D en in zoverre het uitspraak doet over het geheel van de straf. Verwerpt het cassatieberoep voor het overige. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest. Veroordeelt de eiser tot de helft van de kosten. Laat de overige kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten op 161,21 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Etienne Goethals, Jean-Pierre Frère, Paul Maffei en Luc Van hoogenbemt, en op de openbare terechtzitting van 5 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070605.8 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:2000:ARR.20000530.14 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div