← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070612.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 12 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070612.2 Rolnummer: P.07.0246.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht - Burgerlijk recht Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 644 - laatst gezien 2026-07-03 22:20 Versie(s): Vertaling FR Fiche De gelijktijdige strafbaarstelling van de rechtspersoon en van de natuurlijke persoon overeenkomstig artikel 5, tweede lid, Sw. is slechts mogelijk wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon die de fout wetens en willens heeft gepleegd; dit houdt in dat de fout van de rechtspersoon samenvalt met deze van de natuurlijke persoon of ermee nauw verband houdt maar neemt niet weg dat die fout bij de beide personen aanwezig moet zijn

(1).
(1)A. DE NAUW, Inleiding tot het Algemeen Strafrecht, die Keure, 2006, nrs 169 e.v. Thesaurus CAS: MISDRIJF - TOEREKENBAARHEID - Rechtspersonen UTU-thesaurus: BURGERLIJK RECHT - VERENIGINGEN - Belgische vzw - Werking Vrije woorden: Strafbaarstelling - Vaststelling van fout Tekst van de beslissing Nr. P.07.0246.N GUARANTEE INSURANCE nv, beklaagde, eiseres, tegen
  1. AGF BELGIUM INSURANCE nv, burgerlijke partij,
  2. HANNOVER INTERNATIONAL nv, burgerlijke partij,
  3. Alexandre DELEZENNE, advocaat, in zijn hoedanigheid van curator van de Alpha Protection Sarl, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 22 januari
  4. De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Tweede onderdeel
  5. Artikel 5, tweede lid, Strafwetboek, bepaalt: ¿Wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitsluitend wegens het optreden van een geïdentificeerde natuurlijke persoon, kan enkel degene die de zwaarste fout heeft begaan worden veroordeeld. Indien de geïdentificeerde natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd kan hij samen met de verantwoordelijke rechtspersoon worden veroordeeld.¿
  6. De strafuitsluitende verschoningsgrond die deze bepaling ten voordele van de persoon die de minst zware fout heeft gepleegd, invoert, bestaat niet wanneer het misdrijf wetens en willens is gepleegd. In dat geval kan de natuurlijke persoon steeds samen met de rechtspersoon worden gestraft, ongeacht of zij al dan niet de zwaarste fout heeft gepleegd.
  7. De gelijktijdige strafbaarstelling van de rechtspersoon en van de natuurlijke persoon overeenkomstig die bepaling, is slechts mogelijk wanneer de rechtspersoon verantwoordelijk gesteld wordt uitstluitend wegens het optreden van een geïdenticeerde natuurlijke persoon die de fout wetens en willens heeft gepleegd. Dit houdt in dat de fout van de rechtspersoon samenvalt met deze van de natuurlijke persoon of ermee nauw verband houdt maar neemt niet weg dat die fout bij de beide personen aanwezig moet zijn. Hieruit volgt dat het niet volstaat dat de rechter vaststelt dat de natuurlijke persoon de fout wetens en willens heeft gepleegd. Hij moet ook bij de rechtspersoon de fout vaststellen.
  8. Het arrest oordeelt dat: - de vraag of het misdrijf wetens of willens werd gepleegd moet worden beoordeeld of basis van de aanwezigheid van opzet in de concrete geestesgesteldheid van de natuurlijke persoon; - de ten laste gelegde feiten aan de eiseres kunnen worden toegerekend vermits zij verband houden met de verwezenlijking en het doel van de vennootschap of de waarneming van haar belangen; - het vaststaat dat de medebeklaagde natuurlijke persoon de feiten wetens en willens heeft gepleegd zodat er van decumulatie van strafrechtelijke aansprakelijkheid geen sprake kan zijn.
  9. Met deze redenen, op grond waarvan het de eiseres schuldig verklaart aan de ten laste gelegde feiten, stelt het arrest niet vast dat de eiseres zelf een fout heeft gepleegd. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond.
  10. Gelet op de hierna uit te spreken vernietiging is er geen aanleiding tot het stellen van de voorgestelde prejudiciële vraag aan het Grondwettelijk Hof. Eerste onderdeel
  11. Het onderdeel kan niet tot cassatie zonder verwijzing leiden en behoeft geen antwoord. Omvang van de cassatie
  12. De hierna uit te spreken vernietiging van de beslissing op de strafvordering brengt de vernietiging mee van de beslissingen op de tegen de eiseres ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen die er het gevolg van zijn. Het feit dat de beslissing op de burgerlijke rechtsvordering van de verweerster 1 geen eindbeslissing is en daartegen geen ontvankelijk cassatieberoep kan worden ingesteld, doet hieraan geen afbreuk. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden arrest. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar het Hof van Beroep te Brussel. Begroot de kosten op 270,40 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Jean-Pierre Frère, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 12 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070612.2 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2016:CONC.20160525.14 zie ook recenter: ECLI:BE:CASS:2008:ARR.20080923.4 ECLI:BE:CASS:2014:ARR.20141021.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.