← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070615.3

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 15 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070615.3 Rolnummer: C.04.0555.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 783 - laatst gezien 2026-07-04 03:16 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 De rechter kan de kosten van een partij in het vonnis slechts vereffenen indien die partij hem de in artikel 1021, eerste lid, Ger.W. bepaalde uitgavenstaat heeft overgelegd en die kost is vermeld in de omstandige opgave van de kosten

(1).
(1)Zie Cass., 5 jan. 2007, AR C.05.0483.N ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070105.2, www.cass.be; R.W. 2006-07, 1644, noot S. MOSSELMANS. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Algemeen Vrije woorden: Vereffening van de kosten door de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1017 en 1021 Fiche 2 De overgelegde kostenstaat van een partij maakt geen gevorderde zaak of vordering in de zin van artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek uit
(1).
(1)Zie Cass., 9 nov. 1979, A.C. 1979-80, nr 165; Cass., 16 dec. 2004, AR C.02.0212.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.20 - C.02.0251.N ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.20, nr 614. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Algemeen Vrije woorden: Kostenstaat - Kenmerk Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Art. 1017, eerste lid Fiche 3 De rechter is niet gebonden aan het door de partij begrote bedrag van elke aangegeven kost in diens uitgavenstaat en dient die te begroten op de werkelijke kosten, ook al is die begroting hoger of lager dan de vermelding van die kost in de uitgavenstaat
(1).
(1)Contra: J. MEERTS, "Vereffening van de kosten", in E. BREWAEYS (ed.), Bestendig handboek burgerlijk procesrecht, II, Mechelen, Kluwer, afl. 1 (juni 2000), p. IX.3-1, nr
  1. Thesaurus CAS: GERECHTSKOSTEN - BURGERLIJKE ZAKEN - Procedure voor de feitenrechter UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Uitgaven en kosten (gerechtelijk recht) - Algemeen Vrije woorden: Begroting van een kost door de partij - Gevolg - Beslissing van de rechter Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1017 en 1021 Tekst van de beslissing Nr. C.04.0555.N
  2. C.A.,
  3. TOUT & JEUX, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, met zetel te 6041 Gosselies, Aéroport de Charleroi - Building S7-1M,
  4. FUTURE GAMES, naamloze vennootschap, met zetel te 6041 Gosselies, Aéroport de Charleroi - Bat. ST-1M, eisers, vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  5. S.G.,
  6. F.R.,
  7. D.C.,
  8. D.C.,
  9. R.A.,
  10. W.J.,
  11. S.M.,
  12. G.T.,
  13. F.C.,
  14. H.E.
  15. M.D.,
  16. B.P.,
  17. M.J.,
  18. B.I.,
  19. C.M., verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, en ten aanzien van V.T., in bindendverklaring opgeroepen partij. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 28 juni 2004 op verwijzing bij arrest van het Hof van 13 april 2000 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen. Afdelingsvoorzitter Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDELEN De eisers voeren in hun verzoekschrift drie middelen aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste middel
  20. Het middel gaat er van uit dat de eisers hebben aangevoerd dat de verweerders hun persoonlijk belang om de sluiting van het lunapark te vorderen dienden aan te tonen en dat de appelrechters dit verweer uitsluitend kwalificeren als een probleem van hoedanigheid en niet hebben onderzocht of de verweerders nog effectief belang hadden om die sluiting te vorderen.
  21. De appelrechters oordelen onder de hoofding ¿I. Belang¿ onder meer dat: - de rechtsopvolging zonder gevolg blijft zonder kennisgeving ervan aan het hof van beroep; - de tegenpartijen het feit van de eventuele overdracht van hun onroerend goed niet kunnen inroepen teneinde een aantal verweerders te verhinderen het geding verder te zetten; - de verweerders allen zonder uitzondering de vordering kunnen handhaven en niet is komen vast te staan dat zij hun vordering hebben overgedragen. Eensdeels leggen de appelrechters aldus het verweer van de eisers niet in die zin uit dat de eisers enkel de hoedanigheid van de verweerders om die vordering in te stellen hebben betwist en, anderdeels, laten zij niet na te onderzoeken of de verweerders nog effectief belang hebben bij het instellen van hun vordering. Tenslotte beantwoorden de appelrechters met de voormelde redenen het bedoelde verweer. Het middel mist mitsdien feitelijke grondslag. Tweede middel
  22. Het arrest oordeelt dat artikel 10 van het reglement van mede-eigendom in het appartementsgebouw alle hinderlijke bedrijven verbiedt waarvoor een onderzoek ¿de commodo en incommodo¿ moet worden ingesteld. Het arrest oordeelt daaromtrent dat: - sedert januari 1990 de uitbating het gelijkvloerse appartement van de eiser en zijn echtgenote tot een lunapark is omgevormd; - de omstandigheid dat een uitbatingvergunning werd verkregen geen afbreuk doet aan voormeld beding in het reglement van mede-eigendom; - vóór de wijziging van rubriek 32.5 van de eerste bijlage van Vlarem I door het besluit van de Vlaamse Regering van 12 januari 1999, reeds een lunapark met meer dan vijf speelautomaten als een hinderlijke inrichting werd beschouwd; - artikel 10 van het reglement van mede-eigendom in die zin moet worden uitgelegd dat het geldt voor bedrijven waarvoor dit onderzoek slechts door een latere, strengere wetgeving wordt voorgeschreven en dat het ¿slaat op de aard van de exploitatie¿; - het van geen belang is dat er slechts 16 toestellen in plaats van 52 zouden zijn opgesteld.
  23. Het arrest laat zijn beslissing volledig steunen op een als dusdanig niet aangevochten uitlegging van artikel 10 van het reglement van mede-eigendom dat het verbod geldt voor de aard van de exploitatie als lunapark en niet op de wettelijke vereisten waaraan die aard van exploitatie voor de noodzaak van een openbaar onderzoek moet voldoen. Het middel mist feitelijke grondslag. Derde middel
  24. Het arrest begroot de kost 339,12 euro als ¿kosten cassatie¿. Dit zijn de kosten van de cassatieprocedure zelf, die in het verwijzingsarrest van het Hof van 13 april 2000 werden begroot op 27.360 BEF en waarvan in dit verwijzingsarrest reeds de helft, hetzij 13.680 BEF of 339,12 euro, ten laste van de eisers werd gelegd en de overige helft of 339,12 euro werd aangehouden om beoordeeld te worden door de verwijzingsrechter.
  25. Het middel dat ervan uitgaat dat het arrest de eisers veroordeelt tot een bedrag van 339,12 euro ¿kosten na cassatie¿, mist feitelijke grondslag.
  26. Verder voeren de eisers enkel aan dat het arrest de dagvaardingskosten na cassatie heeft begroot op 1.861,73 euro, terwijl die door de verweerders enkel werden begroot op 1.256,21 euro en dat het arrest aldus onwettig aan de verweerders meer toekent dan zij hebben gevorderd.
  27. Krachtens artikel 1017, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, veroordeelt ieder eindvonnis, zelfs ambtshalve, de in het ongelijk gestelde partij in de kosten, onverminderd de overeenkomst tussen de partijen die het bekrachtigt. Krachtens artikel 1017, derde lid, van dit wetboek, kunnen de kosten kunnen worden omgeslagen zoals de rechter het raadzaam oordeelt, hetzij wanneer de partijen onderscheidenlijk omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld, hetzij over echtgenoten, bloedverwanten in de opgaande lijn, broeders en zusters of aanverwanten in dezelfde graad. Krachtens artikel 1021 van dit wetboek, kunnen de partijen een omstandige opgave van hun kosten indienen, met inbegrip van de vergoedingen voor uitgaven en rechtspleging, bepaald in artikel 1022 van dit wetboek; in dit geval worden de kosten in het vonnis vereffend. Uit die wettelijke bepalingen volgt dat de rechter de kosten van een partij in het vonnis slechts kan vereffenen indien die partij hem de in voormeld artikel 1021, eerste lid, bepaalde uitgavenstaat heeft overgelegd en die kost is vermeld in de omstandige opgave van de kosten. Die overgelegde kostenstaat maakt geen gevorderde zaak of vordering uit in de zin van artikel 1138, 2°, van voormeld wetboek. De rechter is niet gebonden aan de het door de partij begrote bedrag van elke aangegeven kost in die uitgavenstaat en dient die te begroten op de werkelijke kosten, ook al is die begroting hoger of lager dan de vermelding van die kost in de uitgavenstaat. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht. Vordering tot bindendverklaring De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot bindendverklaring die de eisers tegen TVR hebben gericht. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep en de vordering tot bindendverklaring. Veroordeelt de eisers in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 1141,12 euro jegens de eisende partijen en op de som van 167,47 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Robert Boes, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Ernest Waûters, en de raadsheren Eric Dirix, Benoît Dejemeppe en Beatrijs Deconinck, en in openbare terechtzitting van 15 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Robert Boes, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070615.3 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CALIE:2014:ARR.20140904.4 ECLI:BE:CASS:2023:CONC.20230116.3F.1 precedenten: ECLI:BE:CASS:2004:ARR.20041216.20 ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070105.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.