id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 19 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070619.2 Rolnummer: P.07.0311.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-18 Raadplegingen: 194 - laatst gezien 2026-07-03 06:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Wanneer een inverdenkinggestelde bij een beschikking van de raadkamer naar de correctionele rechtbank is verwezen, is het gerechtelijk onderzoek ten aanzien van hem voor de feiten die er het voorwerp van uitmaken, definitief gesloten zodat indien na die verwijzing voor dezelfde feiten tegen een tot dan toe onbekend gebleven maar ondertussen geïdentificeerde medeverdachte een afzonderlijk gerechtelijk onderzoek wordt ingesteld, dit nieuwe onderzoek zich niet uitbreidt tot de verwezen inverdenkinggestelde; hierdoor wordt aan de regel dat het gerechtelijk onderzoek in rem gebeurt geen afbreuk gedaan. Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek Vrije woorden: Gerechtelijk onderzoek - Regeling van de procedure - Raadkamer - Verwijzing van de inverdenkinggestelde - Nieuw onderzoek ten laste van een medeverdachte voor dezelfde feiten - Omvang - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 61 en 130 - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiches 2 - 4 De onregelmatigheid van de uitvoering van de beschikking, waarbij de onderzoeksrechter machtiging verleent tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter, Wetboek van Strafvordering, heeft geen invloed op de regelmatigheid van de beschikking zelf. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking van de onderzoeksrechter - Uitvoering - Onregelmatigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter en 90quater - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEK IN STRAFZAKEN UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking van de onderzoeksrechter - Uitvoering - Onregelmatigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter en 90quater - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Thesaurus CAS: ONDERZOEKSRECHTER UTU-thesaurus: STRAFRECHT - OPSPORING - ONDERZOEK - Gerechtelijk onderzoek Vrije woorden: Afluistermaatregel - Beschikking - Uitvoering - Onregelmatigheid - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Artt. 90ter en 90quater - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Tekst van de beslissing Nr. P.07.0311.N K. S., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Pol Vandemeulebroucke, advocaat bij de balie te Antwerpen, tegen
- G. O., burgerlijke partij, en zijn echtgenote
- N. V., burgerlijke partij,
- Maurice HELSEN bvba (Diamantzagerij HELSEN), burgerlijke partij,
- N. B., burgerlijke partij,
- KBC VERZEKERINGEN nv, gesubrogeerd in de rechten van de BVBA Maurice HELSEN, burgerlijke partij,
- KBC VERZEKERINGEN nv, gesubrogeerd in de rechten van N. B., burgerlijke partij,
- K. G., burgerlijke partij, en zijn echtgenote
- M. B., burgerlijke partij,
- J. L., burgerlijke partij,
- E. S., burgerlijke partij,
- D. S.,
- P. F., burgerlijke partij, en
- H. V. D. M., burgerlijke partij,
- M. L., burgerlijke partij,
- G. V. D. B., burgerlijke partij,
- FISCHLER-LIECKENS POLISHING WORKS bvba, burgerlijke partij,
- I. F., burgerlijke partij,
- ZÜRICH SPECIALTIES LONDON Ltd, burgerlijke partij,
- WURTTEMBERGISCHE VERSICHERUNG AG, burgerlijke partij,
- ROYAL & SUN ALLIANCE UK, burgerlijke partij,
- GREAT LAKES REINSURANCE (UK) PLC, burgerlijke partij,
- A. D. F., in hoedanigheid van vertegenwoordiger van de Lloyd's Underwriters, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep nr. 2007/38 ingesteld ter griffie van het hof van beroep is gericht tegen de arresten van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 26 september 2006 en 13 februari
- Het cassatieberoep ingesteld vanuit de gevangenis is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 13 februari
- De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan. Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
- De twee cassatieberoepen zijn ingesteld tegen het arrest van 13 februari
- Het tweede cassatieberoep tegen dit arrest is niet ontvankelijk. Eerste middel Eerste onderdeel
- Wanneer een inverdenkinggestelde bij een beschikking van de raadkamer naar de correctionele rechtbank is verwezen, is het gerechtelijk onderzoek ten aanzien van hem voor de feiten die er het voorwerp van uitmaken definitief, afgesloten. Dit heeft voor gevolg dat indien na die verwijzing voor dezelfde feiten tegen een tot dan onbekend gebleven maar ondertussen geïdentificeerde medeverdachte een afzonderlijk gerechtelijk onderzoek wordt ingesteld, dit nieuwe onderzoek zich niet uitbreidt tot de verwezen inverdenkinggestelde voor wie het gerechtelijk onderzoek definitief afgesloten is. Hierdoor wordt aan de regel dat het gerechtelijk onderzoek in rem gebeurt, geen afbreuk gedaan. Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Tweede onderdeel
- Het onderdeel voert aan dat de appelrechters geen uitspraak vermochten te doen daar tegen de eiser voor dezelfde feiten een tweede, niet afgesloten gerechtelijk onderzoek aanhangig was.
- Het onderdeel is afgeleid van de in het eerste onderdeel onjuist bevonden stelling dat het tegen een medeverdachte ingestelde gerechtelijk onderzoek zich uitstrekt tot de eiser niettegenstaande ten aanzien van hem het gerechtelijk onderzoek door de verwijzingsbeschikking van de raadkamer definitief was afgesloten. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Tweede middel
- Artikel 90quater, § 1, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de beschikking waarbij de onderzoeksrechter machtiging verleent tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van hetzelfde wetboek, op straffe van nietigheid de redenen vermeldt waarom de maatregel onontbeerlijk is om de waarheid aan de dag te brengen.
- Het arrest geeft de redenen weer van het bevelschrift van de onderzoeksrechter van 19 december
- Vervolgens oordeelt het dat de onderzoeksrechter expliciet en uitgebreid de welbepaalde en uitzonderlijke omstandigheden heeft vermeld die de bewakingsmaatregelen noodzakelijk maakten voor de waarheidsvinding, met name de risico's voor de burger door herhalingsgevaar van brutale overvallen zodat het onderzoek snel moet verlopen, het feit dat de reeds aangewende doeltreffend geachte onderzoeksmiddelen niet tot identificatie van de daders hadden geleid en het feit dat een ¿imei-nummer¿ beschikbaar was waarop verder onderzoek kon worden uitgevoerd door de bewakingsmaatregel hetgeen een mogelijkheid tot identificatie van de daders inhield. Aldus stelt het arrest vast dat de beschikking van de onderzoeksrechter de redenen vermeldt waarom de maatregel onontbeerlijk was om de waarheid aan de dag te brengen en verantwoordt het de beslissing dat die beschikking regelmatig is, naar recht. Het middel kan niet worden aangenomen. Derde middel
- Artikel 90quater, § 1, tweede lid, 5°, Wetboek van Strafvordering bepaalt dat de beschikking waarbij de onderzoeksrechter machtiging verleent tot een bewakingsmaatregel op grond van artikel 90ter van hetzelfde wetboek, op straffe van nietigheid de naam en de hoedanigheid van de officier van gerechtelijke politie, aangewezen voor de uitvoering van de maatregel, vermeldt. Wanneer die beschikking de naam en hoedanigheid van de in de vermelde wetsbepaling bedoelde officier van gerechtelijke politie vermeldt en de bewakingsmaatregel nadien door een andere agent wordt uitgevoerd, betreft dit laatste enkel de uitvoering van de maatregel maar heeft dit geen invloed op de regelmatigheid van de beschikking zelf. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht. Vierde middel
- Het arrest oordeelt niet enkel over de regelmatigheid van de beschikking waarbij machtiging tot de bewakingsmaatregel bedoeld in artikel 90ter Wetboek van Strafvordering wordt gegeven. Het beoordeelt (blz. 26 en 27) de onregelmatigheid van de uitvoering van de afluistermaatregel en de gevolgen daarvan op de rechtmatigheid van het vergaarde bewijs. Aldus beantwoordt het arrest eisers daartoe strekkende conclusie. Het middel dat aanvoert dat het arrest enkel eisers conclusie met betrekking tot de regelmatigheid van de beschikking van de onderzoeksrechter beantwoordt, mist feitelijke grondslag. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
- De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt de cassatieberoepen. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 287,63 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 19 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070619.2 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div