← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070622.2

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 22 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070622.2 Rolnummer: C.04.0189.N Kamer: 1N - eerste kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-17 Raadplegingen: 494 - laatst gezien 2026-07-04 01:13 Versie(s): Vertaling FR Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070622.2 Fiches 1 - 2 Of een partij al dan niet in een rechterlijke beslissing heeft berust, is een feitelijk gegeven waarover de rechter onaantastbaar oordeelt; het Hof gaat alleen na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij vaststelt, dergelijke berusten wettig heeft kunnen afleiden

(1).
(1)Zie de concl. van het O.M. Thesaurus CAS: BERUSTING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Berusting Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Stilzwijgende berusting in een rechterlijke beslissing - Beoordeling door de bodemrechter - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1044 en 1045 Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Berusting Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Berusting - Stilzwijgende berusting in een rechterlijke beslissing - Beoordeling door de bodemrechter - Toetsing door het Hof Wettelijke bepalingen: Gerechtelijk Wetboek - 10-10-1967 - Artt. 1044 en 1045 Fiches 3 - 4 Concl. adv.-gen. THIJS, Cass., 22 juni 2007, AR C.04.0189.N, A.C., 2007, nr ... Thesaurus CAS: BERUSTING UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Berusting Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Stilzwijgende berusting in een rechterlijke beslissing - Beoordeling door de bodemrechter - Toetsing door het Hof Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSMIDDELEN - GERECHTELIJK RECHT EN CASSATIE - Berusting Vrije woorden: Burgerlijke zaken - Berusting - Stilzwijgende berusting in een rechterlijke beslissing - Beoordeling door de bodemrechter - Toetsing door het Hof Tekst van de beslissing Nr. C.04.0189.N P.L., eiseres, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan, tegen
  1. H.J. en zijn echtgenote,
  2. Z.M.,
  3. ETHIAS GEMEEN RECHT, onderlinge verzekeringsmaatschappij, met zetel te 3500 Hasselt, Prins Bisschopssingel 73, verweerders, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen een vonnis, op 19 november 2003 in hoger beroep gewezen door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Leuven. Voorzitter Ivan Verougstraete heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd. II. CASSATIEMIDDEL De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan. Het verzoekschrift is aan dit arrest gehecht en maakt er deel van uit. III. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Eerste onderdeel
  4. Het onderdeel gaat ervan uit dat het bestreden vonnis beslist dat de berusting door de eiseres in het vonnis van de vrederechter uitdrukkelijk was in de zin van artikel 1045, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
  5. Het vonnis gebruikt het woord ¿uitdrukkelijk¿ niet in de zin van voormelde wetsbepaling. Het onderdeel berust in zoverre op een onjuiste lezing van het vonnis, en mist mitsdien feitelijke grondslag.
  6. Of een partij al dan niet in een rechterlijke beslissing heeft berust, is een feitelijk gegeven waarover de rechter onaantastbaar oordeelt. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit de feiten en omstandigheden die hij vaststelt, dergelijke berusting wettig heeft kunnen afleiden.
  7. Anders dan het onderdeel aanvoert hebben de appelrechters met de redenen die zij vermelden, wettig kunnen oordelen dat de eiser stilzwijgend heeft berust in het beroepen vonnis. Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen. Tweede onderdeel
  8. De appelrechters overwegen dat ¿(de eiseres) (¿) hier voorbij(gaat) aan het feit dat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad was en dus niet gedwongen ten uitvoer kon gelegd worden. Zij kan zich hierop dus niet beroepen om aan te tonen dat zij niet zou berust hebben in het vonnis. Het enige wat (de verweerders) immers konden doen was het vonnis, op hun eigen kosten, laten betekenen¿. Zij verwerpen en beantwoorden aldus het in het onderdeel bedoelde verweer. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep. Veroordeelt de eiser in de kosten. De kosten zijn begroot op de som van 816,22 euro jegens de eisende partij en op de som van 107,88 euro jegens de verwerende partijen. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit voorzitter Ivan Verougstraete, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Edward Forrier, en de raadsheren Luc Huybrechts, Christine Matray en Alain Smetryns, en in openbare terechtzitting van 22 juni 2007 uitgesproken door voorzitter Ivan Verougstraete, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Philippe Van Geem. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070622.2 Gerelateerde publicatie(s) Conclusie O.M.: ECLI:BE:CASS:2007:CONC.20070622.2 geciteerd door: ECLI:BE:AHANT:2010:ARR.20100201.13 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.