← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.5

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.5 Rolnummer: P.07.0256.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-19 Raadplegingen: 188 - laatst gezien 2026-07-03 06:20 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 3 Uit de artikelen 49.5, 21.1, eerste lid, tweede streepje, en 21.5, Wegverkeersreglement volgt dat, bij noodkoppeling of hulpkoppeling, de verplichting maximum slechts 25 kilometer per uur te rijden en het verbod om op autosnelwegen te rijden en de daaruit voortvloeiende verplichting om de autosnelweg te verlaten bij de eerste afrit, enkel geldt voor de bestuurder die het andere voertuig sleept. Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 21 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Verkeer op autosnelwegen - art. 21 Vrije woorden: Artikel 21.1, eerste lid - Noodkoppeling of hulpkoppeling - Verbod om op autosnelwegen te rijden - Verplichting voor de bestuurder van het slepend voertuig Artikel 21.5 - Noodkoppeling of hulpkoppeling - Verplichting om de autosnelweg te verlaten bij de eerste afrit - Verplichting voor de bestuurder van het slepend voertuig Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSREGLEMENT VAN 01-12-1975 - REGLEMENTSBEPALINGEN - Artikel 49 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegcode 1 december 1975 - Verkeer op autosnelwegen - art. 21 Vrije woorden: Artikel 49.5 - Noodkoppeling of hulpkoppeling - Maximumsnelheid van 25 kilometer per uur - Verplichting voor de bestuurder van het slepend voertuig Tekst van de beslissing Nr. P.07.0256.N I TRANSPORT DHONDT nv, civielrechtelijk aansprakelijke partij en burgerlijke partij, eiseres, met als raadsman mr. Danny Cool, advocaat bij de balie te Veurne, tegen

  1. J. D., beklaagde en burgerlijke partij,
  2. D. C., burgerlijke partij,
  3. A. D. R., burgerlijke partij,
  4. ADW RENTING bvba, burgerlijke partij,
  5. WINTERTHUR-EUROPE VERZEKERINGEN nv, gedwongen tussengekomen partij,
  6. FORTIS AG nv, gedwongen tussengekomen partij, verweerders. II DEMATRA nv, burgerlijke partij, met als raadsman mr. Danny Cool, advocaat bij de balie te Veurne, tegen
  7. J. D., beklaagde,
  8. FORTIS AG nv, gedwongen tussengekomen partij,
  9. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS, vrijwillig tussengekomen partij,
  10. WINTERTHUR-EUROPE VERZEKERINGEN nv, gedwongen tussengekomen partij, verweerders. III WINTERTHUR-EUROPE VERZEKERINGEN nv, gedwongen tussengekomen partij, eiseres, vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen
  11. J. D., reeds vermeld, beklaagde
  12. FORTIS AG nv, reeds vermeld, gedwongen tussengekomen partij,
  13. D. C., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  14. A. D. R., reeds vermeld, burgerlijke partij,
  15. DEMATRA nv, burgerlijke partij,
  16. TRANSPORT DHONDT nv, reeds vermeld, burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Dendermonde van 25 september
  17. De eiseressen Transport Dhondt en Dematra voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. De eiseres Winterthur doet zonder berusting gedeeltelijk afstand van haar cassatieberoep. Zij voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Afstand
  18. De eiseres Winterthur doet zonder berusting afstand van haar cassatieberoep in zoverre het gericht is tegen de beslissingen van het bestreden vonnis waarbij dit haar veroordeelt om aan J. D. en Transport Dhondt een voorschot van 1 euro te betalen, vermeerderd met de renten, en de zaak voor verdere afhandeling terug verwijst naar de eerste rechter. Die afstand kan worden verleend. Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  19. Krachtens artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering is het cassatieberoep tegen voorbereidende arresten en arresten van onderzoek of tegen in laatste aanleg gewezen vonnissen van dezelfde soort, slechts mogelijk na het eind¬arrest of eindvonnis. Krachtens artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering, is de vorige bepaling niet van toepassing op arresten of vonnissen inzake de burgerlijke rechtsvordering, die uitspraak doen over het beginsel van aansprakelijkheid.
  20. Zijn geen eindbeslissingen, de beslissingen op de civielrechtelijke vordering van: - de eiseres Transport Dhondt tegen Winterthur; - de eiseres Dematra tegen de verweerster Winterthur; - de verweerders D., C. en D. R. tegen de eiseres Transport Dhondt; De cassatieberoepen van de eiseressen Transport Dhondt en Dematra tegen die beslissingen zijn niet ontvankelijk, behoudens in zoverre ze uitspraak doen over het beginsel van aansprakelijkheid. Eerste middel van de eiseressen Transport Dhondt en Dematra
  21. Het middel heeft betrekking op de aansprakelijkheid voor het ongeval.
  22. Het middel dat enkel artikel 780 Gerechtelijk Wetboek als geschonden wettelijke bepaling aanwijst, voert een motiveringsgebrek en dus ook schending van artikel 149 Grondwet aan.
  23. De verplichting van artikel 149 Grondwet elk vonnis met redenen te omkleden houdt niet in dat de rechter moet antwoorden op elk argument dat tot staving van een middel is aangevoerd maar geen afzonderlijk middel vormt.
  24. Met de redenen die het bestreden vonnis vermeldt, beantwoorden de appelrechters alle verweermiddelen van de eiseressen. Het middel mist feitelijke grondslag. Tweede middel van de eiseressen Transport Dhondt en Dematra
  25. Het middel dat betrekking heeft op een beslissing die geen eindbeslissing is en waartegen het cassatieberoep niet ontvankelijk is, behoeft geen antwoord. Middel van de eiseres Winterthur Eerste onderdeel
  26. Artikel 49.5 Wegverkeerreglement bepaalt: ¿Noodkoppelingen of hulpkoppelingen alleen die voorzien zijn in het technisch reglement van de auto's mogen slechts gebruikt worden door de bestuurders van auto's, alleen in geval van overmacht en uitsluitend om, met een snelheid van maximum 25 km per uur, tot op de plaats van herstelling te brengen: - een aanhangwagen waarvan de hoofdkoppeling of bevestiging ervan niet meer de vereiste veiligheid biedt; - een auto of een vierwieler met motor die zich niet meer op eigen kracht kunnen verplaatsen of die niet alle veiligheidswaarborgen bieden. Voor de toepassing van deze bepaling worden de speciale uitrustingen waarmede sommige voertuigen met het oog op het wegslepen zijn voorzien, niet als noodkoppelingen beschouwd¿.
  27. Overeenkomstig artikel 21.1, eerste lid, tweede streepje, Wegverkeerreglement is de toegang tot de autosnelweg verboden aan de bestuurders van voertuigen die overeenkomstig de bepalingen van artikel 49.5 Wegverkeerreglement met een noodkoppeling of met een hulpkoppeling een ander voertuig slepen.
  28. Uit die bepalingen volgt dat, anders waarvan het onderdeel uitgaat, de verplichting maximum slechts 25 kilometer per uur te rijden en het verbod om op de autosnelwegen te rijden en de daaruit voortvloeiende verplichting om de autosnelweg te verlaten bij de eerste afrit, enkel geldt voor de bestuurder die het andere voertuig sleept. Het onderdeel faalt naar recht. Tweede onderdeel
  29. De appelrechters oordelen zowel met eigen redenen als op grond van de redenen van het beroepen vonnis, dat de enige en uitsluitende oorzaak van het ongeval de overdreven snelheid was van de trekker bestuurd door D..
  30. Door dit oordeel beslissen de appelrechters onaantastbaar dat D. geen fout heeft begaan door plaats te nemen in zijn voertuig dat met een noodkoppeling verbonden was met de trekker bestuurd door D.. Het onderdeel dat opkomt tegen dit oordeel, vraagt een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is. Het onderdeel is niet ontvankelijk. Derde onderdeel
  31. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, oordelen de appelrechters dat D. geen fout heeft begaan. Het onderdeel mist feitelijke grondslag. Dictum Het Hof, Verleent de eiseres Winterthur akte van de haar hiervoor bepaalde afstand van haar cassatieberoep. Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige. Veroordeelt de eiseressen in de kosten van hun cassatieberoepen. Begroot de kosten in het geheel op 154,02 euro waarvan elke eiser 18,49 euro verschuldigd is en 32,85 euro betaald heeft. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 26 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.5 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.