← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.7

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.7 Rolnummer: P.07.0387.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Overige Invoerdatum: 2007-07-19 Raadplegingen: 530 - laatst gezien 2026-07-04 01:22 Versie(s): Vertaling FR Fiche 1 Het Hof verwerpt de aangifte van een misdaad, gepleegd door een lid van een hof van beroep in de uitoefening van zijn ambt, incidenteel gedaan door de benadeelde eiser in een zaak die voor het Hof aanhangig is, wanneer de eiser de feitelijke elementen die hij aanvoert niet aannemelijk maakt

(1).
(1)Zie Cass., 20 jan. 1919, Pas., 1919, I, 57; 5 maart 2002, AR P.01.1431.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020305.6, nr 158; VERSTRAETEN, R., "Voorrecht van rechtsmacht", Strafrecht voor Rechtspractici - IV, p. 142. Thesaurus CAS: CASSATIE - BEVOEGDHEID VAN HET HOF - Allerlei UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Valsheidsprocedure Vrije woorden: Zaak aanhangig voor het Hof - Incidentele aangifte van een misdaad gepleegd door een lid van een hof van beroep in de uitoefening van zijn ambt - Aangifte gesteund op feitelijke elementen die niet aannemelijk worden gemaakt Wettelijke bepalingen: Wetboek van Strafvordering - 17-11-1808 - Art. 486, tweede lid - 30 ELI link Pub nr 1808111701 Fiche 2 In de regel is een verzoekschrift dat een naar aanleiding van een cassatieberoep ingestelde valsheidsvordering bevat ontvankelijk en is de valsheidsvordering toegelaten, wanneer de tijdens het cassatiegeding van valsheid betichte stukken niet van valsheid konden worden beticht voor de feitenrechter, wanneer het verzoekschrift betrekking heeft op een wezenlijke vereiste voor de regelmatigheid van de bestreden beslissing en wanneer het in het verzoekschrift gestelde feit waarschijnlijk genoeg is om de bewijskracht van een authentieke akte aan te tasten
(1).
(1)Cass., 1 dec. 1993, AR P.93.1416.F ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931201.15 en P.93.1546.F, nr 497; 9 sept. 1997, AR P.97.1155.N ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970909.3 en P.97.1201.N, nr 342; 21 mei 2002, AR P.01.1016.N ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020521.6, nr
  1. Thesaurus CAS: BETICHTING VAN VALSHEID UTU-thesaurus: GERECHTELIJK RECHT - RECHTSPLEGING - Bewijs (gerechtelijk recht) - Valsheidsprocedure Vrije woorden: Strafzaken - Cassatiegeding - Valsheidsvordering ingesteld naar aanleiding van een cassatieberoep - Verzoekschrift - Ontvankelijkheid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0387.N D. M. V., beklaagde, eiser, tegen
  2. SPANBETON HOLLEVOET CHARLES nv, burgerlijke partij,
  3. DE BUSSCHERE GROOTHANDEL nv, burgerlijke partij,
  4. DIAPAL KEUKENS nv, burgerlijke partij,
  5. VANDORPE & C° bvba, burgerlijke partij,
  6. D. D. B., burgerlijke partij, en zijn echtgenote
  7. V. V. V., burgerlijke partij,
  8. P. D., burgerlijke partij,
  9. DEGRANDE DANIËL bvba, burgerlijke partij,
  10. SALEMBIER nv, burgerlijke partij,
  11. R. V., burgerlijke partij,
  12. AXA BELGIUM nv (voorheen nv AXA ROYALE BELGE), burgerlijke partij, verweerders. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het Hof van Beroep te Gent, correctionele kamer, van 14 februari
  13. De eiser voert in een memorie, een aanvullende memorie en een toelichting die aan dit arrest is gehecht, 27 grieven aan. De eiser heeft op 1 april 2007 een incidentele aangifte gedaan overeenkomstig artikel 486, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. De eiser stelt in een verzoekschrift van 1 april 2007 een valsheidsvordering in. Op 23 en 25 mei 2007 heeft de eiser nieuwe stukken neergelegd ter ondersteuning van de door hem ingestelde valsheidsvordering. Raadsheer Luc Huybrechts heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF Beoordeling Ontvankelijkheid van het cassatieberoep
  14. Het bestreden arrest spreekt de eiser vrij van de telastlegging B.2 van de zaak IV. Verder verklaart het de vordering van de derde en achtste verweerder tot veroordeling in betaling van hun kosten van verdediging ongegrond en verklaart het de burgerlijke rechtsvordering van de elfde verweerster in zoverre zij gesteund is op de telastlegging B.2 van de zaak IV, niet ontvankelijk. Het cassatieberoep is in zoverre bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.
  15. Het bestreden arrest kent voorschotten toe aan de vijfde, de zesde, de zevende, de tiende en de elfde verweerder en stelt de zaak voor verdere afhandeling op burgerlijk gebied onbepaald uit. Het cassatieberoep is in zoverre evenmin ontvankelijk. Grieven
  16. Voor zover de grieven gericht zijn tegen de bestreden beslissing, opkomen tegen de onaantastbare beoordeling van feiten door de appelrechters of het Hof verplichten tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, zijn ze niet ontvankelijk. Voor het overige missen de grieven de vereiste klaarheid en nauwkeurigheid om, zonder gevaar voor vergissing of onvolledigheid, met zekerheid de beweerde wetsschendingen duidelijk van elkaar te onderscheiden en de juiste draagwijdte en omvang van de aangevoerde grieven te bepalen. De grieven zijn evenmin ontvankelijk. Incidentele aangifte
  17. De eiser maakt de feitelijke elementen die hij aanvoert, niet aannemelijk. De incidentele aangifte kan niet worden aangenomen. Valsheidsvordering
  18. In de regel is een verzoekschrift dat een naar aanleiding van een cassatieberoep ingestelde valsheidsvordering bevat, ontvankelijk en is de valsheidsvordering toegelaten, wanneer de tijdens het cassatiegeding van valsheid betichte stukken niet van valsheid konden worden beticht voor de feitenrechter, wanneer het verzoekschrift betrekking heeft op een wezenlijke vereiste voor de regelmatigheid van de bestreden beslissing en wanneer het in het verzoekschrift gestelde feit waarschijnlijk genoeg is om de bewijskracht van een authentieke akte aan te tasten. De eiser uit enkel beweringen die door geen enkel gegeven aannemelijk worden gemaakt. Het verzoek is niet ontvankelijk. Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering
  19. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen. Dictum Het Hof, Verwerpt het cassatieberoep, de incidentele aangifte en de valsheidsvordering. Veroordeelt de eiser in de kosten. Begroot de kosten op 238,95 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Etienne Goethals, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 26 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.7 Gerelateerde publicatie(s) precedenten: ECLI:BE:CASS:1993:ARR.19931201.15 ECLI:BE:CASS:1997:ARR.19970909.3 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020305.6 ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20020521.6 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.