← België

ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.8

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Hof van Cassatie Vonnis/arrest van 26 juni 2007 ECLI nr: ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.8 Rolnummer: P.07.0353.N Kamer: 2N - tweede kamer Rechtsgebied: Strafrecht Invoerdatum: 2007-07-19 Raadplegingen: 505 - laatst gezien 2026-07-03 19:04 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Het tegenbewijs van de vaststellingen van overtreding door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen, kan geleverd worden door alle middelen van recht, daarin begrepen de gegevens geleverd door een onderzoek gedaan ingevolge een door de beklaagde neergelegde klacht; uit de enkele omstandigheid dat dergelijke klacht door het openbaar ministerie is geseponeerd, kan niet afgeleid worden dat de feiten die er het voorwerp van uitmaken niet bewezen zijn en dat de beklaagde faalt in het tegenbewijs welke die klacht diende te leveren. Thesaurus CAS: BEWIJS - STRAFZAKEN - Bewijsvoering UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Bewijsmiddelen STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Opsporing en vaststelling - Overheidspersonen - art. 62.1 Vrije woorden: Wegverkeer - Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Tegenbewijs - Middelen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid Thesaurus CAS: WEGVERKEER - WEGVERKEERSWET - WETSBEPALINGEN - Artikel 62 UTU-thesaurus: STRAFRECHT - BEWIJS (STRAFRECHT) - Bewijsmiddelen STRAFRECHT - WEGVERKEER - Wegverkeerwet - 16 maart 1968 - Opsporing en vaststelling - Overheidspersonen - art. 62.1 Vrije woorden: Proces-verbaal - Bijzondere bewijswaarde - Tegenbewijs - Middelen - Gevolg Wettelijke bepalingen: Wet - 16-03-1968 - Art. 62, eerste lid Tekst van de beslissing Nr. P.07.0353.N G. V. B., beklaagde eiser, met als raadsman mr. Johan Nolmans, advocaat bij de balie te Brussel, ter rechtszitting bijgestaan door mr. Lien Cornelis, advocaat bij de Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de Correctionele Rechtbank te Brussel van 2 februari

  1. De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan. Afdelingsvoorzitter Edward Forrier heeft verslag uitgebracht. Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd. II. BESLISSING VAN HET HOF
  2. Het middel voert de schending aan van artikel 62 Wegverkeerswet en het algemeen beginsel van bewijs in strafzaken. Het stelt dat de appelrechters hun beslissing niet naar recht verantwoorden door slechts te verwijzen naar eisers zonder gevolg geklasseerde klacht en de door hem geleverde tegenbewijzen niet te onderzoeken.
  3. Krachtens artikel 62, eerste lid, Wegverkeerswet stellen de overheidspersonen die door de Koning worden aangewezen om toezicht te houden op de naleving van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, de overtredingen vast door processen-verbaal die bewijskracht hebben zolang het tegendeel niet is bewezen.
  4. Dit tegenbewijs kan geleverd worden door alle middelen van recht, daarin begrepen de gegevens geleverd door een onderzoek gedaan ingevolge een door de beklaagde neergelegde klacht. Uit de enkele omstandigheid dat dergelijke klacht door het openbaar ministerie is geseponeerd, kan niet afgeleid worden dat de feiten die er het voorwerp van uitmaken, niet bewezen zijn en dat de beklaagde faalt in het tegenbewijs welke die klacht diende te leveren.
  5. De appelrechters oordelen dat de eiser faalt in zijn tegenbewijs daar zijn klacht tegen de verbalisant wegens valsheid in geschrifte zonder gevolg werd geklassseerd. Verder oordelen zij dat het aangevochten proces-verbaal hierdoor zijn bijzondere bewijskracht behoudt zodat zij de grieven en de stukken van de eiser niet verder dienen te onderzoeken. Aldus is de beslissing niet naar recht verantwoord. Het middel is gegrond. Tweede middel
  6. Het middel dat niet tot cassatie zonder verwijzing kan leiden, behoeft geen antwoord. Dictum Het Hof, Vernietigt het bestreden vonnis. Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis. Laat de kosten ten laste van de Staat. Verwijst de zaak naar de Correctionele Rechtbank te Leuven, zitting houdende in hoger beroep. Begroot de kosten op 115,57 euro. Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Luc Huybrechts, Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt en Koen Mestdagh, en op de openbare terechtzitting van 26 juni 2007 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Frank Adriaensen. PDF document ECLI:BE:CASS:2007:ARR.20070626.8 Gerelateerde publicatie(s) geciteerd door: ECLI:BE:CASS:2012:CONC.20120620.1 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.